Aebinga State te Huizum

Ligging De Aebinga State stond zuidoostelijk van het dorp Huizum, gemeente Leeuwarderadeel. Nu liggen daar het Aebingapark en het Drachtsterplein.

Tekening van de State door J. Leemburg (2005, naar J. Stellingwerf, 1722)

Andere benamingen Abbema-huis, Abbinga State
Ontstaan De Aebingastins wordt voor het eerst rond 1400 genoemd.
Geschiedenis De oudste bewoner van deze stins die we kennen was een zekere Abba Abbingha, die hier leefde rond 1400. In 1511 was het in bezit van Hessel van Abbingha (of Abbema) die de state herbouwde na de verwoesting in 1498.
De edelen die op het Huizumer dorpsgebied woonden, stonden in de strijd tussen de Schieringers en de Vetkopers haast allemaal aan de zijde van de eerstgenoemde groepering. Dat gaf natuurlijk trammelant met het nabijgelegen Vetkopersgezinde Leeuwarden. In 1419/1420 werd Huizum waarschijnlijk platgebrand door de Leeuwarders. In 1481 slaagden de Schieringers erin Leeuwarden te plunderen. In hetzelfde jaar werd de vrede weer getekend, maar die duurde niet lang. Bij het ‘Bieroproer’ in 1487 vielen de Schieringers opnieuw de stad binnen. De Schieringer Worp Lieuwes Juckema bestuurde daarna Leeuwarden tot de Saksische Hertogen het bewind van hem overnamen. Daarna werden in 1498 veel stinsen in de omgeving van de stad afgebroken om met het sloopmateriaal de wallen van Leeuwarden te versterken en er een blokhuis in de stad mee te bouwen.

Zijn dochter Wick erfde de state en na haar werd haar zoon Epo van Douwma eigenaar. Hij was een strijder voor de Hervorming en ondertekende samen met twee andere edelen uit Huizum het ‘Verbond der Edelen’ in 1566. Om die reden moest hij vluchten naar Emden in Oost-Friesland en werd hij in 1568 in Brussel voor de hertog van Alva en diens ‘Bloedraad’ gedaagd op straffe van het verlies van zijn bezittingen. Epo was wel wijzer en verscheen dus niet te Brussel. Tot een onteigening is het niet gekomen en na de Reformatie keerde hij terug naar Friesland en zijn bezit te Huizum. Hij overleed in 1607.

Hierna kwam de state in het bezit van de familie Schurman. De bekende Anna Maria van Schurman, die leefde van 1606 tot 1678 (zie ook Martenahuis te Franeker en Thetinga State te Wieuwerd) heeft hier als kind gewoond. Zij was in de 17e eeuw een bekende dichteres en behoorde tot de godsdienstige stroming van de Labadisten.
De state werd later diverse malen verkocht en stond in 1833 leeg. In 1859 is zij op afbraak verkocht en werd op het terrein een aardappelmeel- en siroopfabriek gebouwd.

Op de tekening die Jacob Stellingwerf in 1722 maakte, bestaat het complex uit een onderkelderd twee verdiepingen hoog bouwwerk met een schilddak, uit het water opgetrokken. Op de benedenverdieping zijn rondboogvensters te zien en boven smalle hoge vensters met luiken en glas-in-lood.
Daarvoor staat een lager L-vormig bouwwerk met een trapgevel en een uitgebouwde geveltuit. Tegen het L-vormige gebouw staat een zeer eenvoudige, rechthoekige toren met een schilddak, wellicht een restant van de oorspronkelijke stins die later is verhoogd en tot traptoren gedegradeerd. Ook dit kleinere L-vormige gebouw lijkt smalle ramen met luiken te hebben, maar wie de tekeningen van Jacob Stellingwerf kent, zal weten dat hij de gebouwen en dus ook de detaillering vaak veel smaller tekende dan ze in werkelijkheid waren. Boven de ingang van dit gebouw zit een wapensteen met alliantiewapens en in de zijgevel is 1596 te lezen, ongetwijfeld in de vorm van muurankers.

Achter dit gebouw is een balustrade te zien, mogelijk als afgrenzing van een voorplein voor het hoofdgebouw. Voor de ingang is een brug over de slotgracht geslagen, die aan de voorzijde is afgesloten door een hek naast een bouwwerk dat er uitziet als een stal- en koetshuis. Daar weer voor staat een eenvoudig poortgebouw met een tentdak waarin enkele gaten te zien zijn. Dit zijn mogelijk gibbegaten: gaten voor een klein soort duiven die veel door welgestelden werden gehouden. Deze duiven werden gehouden voor de consumptie. Zij schijnen erg smakelijk geweest te zijn. Het houden van deze duiven is, net als de zwanenjacht, lange tijd een privilege geweest dat was voorbehouden aan de adel.
Bewoners rond 1400 Abba Abbingha
15e eeuw Lutze Abbama / Abbingha
15e eeuw Hessel Abbama getrouwd met Wick Oenema
14xx - 1506 Keympe Abbema (ook genoemd Keympo Abbis)
1506 - 1550 Hessel Abbama / van Abbingha
1550 - 1577 Wick van Aebinga getrouwd met
1577 - 1581 Gosse Epes van Douma
1581 - 1607 Epo van Douwma, zoon van Wick en Gosse
1608 - 1620 Thet van Douwma getrouwd met Sydts van Botnija
1623 Hessel van Bootsma getrouwd met een dochter van Thet en Sydts
1624 - 1627 Sijdts van Botnia, zoon van Sydts en Thet
1628 Jan Kingma
1641 Wiglius van Aytta, verhuurt het aan Abraham van Schurman
1642 Abraham van Schurman en Maria van Vierssen
1642 - 1752 familie Van Schurman
tot 1815 Jacob Frederik van Sloterdijck
1832 state wordt verkocht
1859 state wordt afgebroken
Huidige doeleinden Op de plaats van de vroegere State bevindt zich nu het Aebingapark en het Drachtsterplein.
Opengesteld Het park is vrij toegankelijk.
Foto's Tekening van de State door J. Stellingwerf uit 1722
Bronnen Tekst: J. Leemburg
"Stinsen en States, adellijk wonen in Friesland" door Ronald Elward en Peter Karstkarel
"Tusken Potmarge en Jokse" deel 1 van Rients Faber (1993)
Aantekeningen uit het archief van J. Leemburg
Afb. 1: J. Leemburg
Afb. 2: States en Stinsen, adellijk wonen in Friesland, 1992