Aesgama State

Ligging De Aesgama State stond op de plaats waar zich nu de Linia's hoeve bevindt, aan de Doniaweg nr. 73 in Damwoude, gemeente Dantumadeel.

Oude foto van de buitenplaats Plantenhove

Andere benamingen Plantenhove, Linia's hoeve, Talma Hoeve
Ontstaan De Aesgama State wordt voor het eerst in 1467 genoemd.
Geschiedenis De geschiedenis van Aesgama State vangt aan met Hessel Aesgama, die in 1467 een landruil aanging met Gaithie Iwesma uit Rinsumageest. Daarna komen we Jasper Aesgama tegen, die volgens het Stamboek een zoon van Hessel is. In 1511 komen we een Jasper Aesgama tegen, die te Dantumawoude 74 pondemaat land aangaf, dat hij zelf gebruikte. Waarschijnlijk gaat het hier om dezelfde persoon. Vermoedelijk was Jasper anti-Bourgondisch gezind, want in 1516 kreeg Jeppe van Stania van de inmiddels aan de macht gekomen BourgondiŽrs toestemming schade die 'Syds Wobbesz en Jasper in Dantummawold' hadden aangericht op hen te verhalen.
Jasper was gehuwd met Tiepck Tiepckesdr. Tzallingha (van Hantum). Jasper moet voor 1539 zijn overleden, want in dat jaar maakte zijn schoonzoon Tjalling van Mockema een regeling met zijn weduwe over roerende goederen die Jasper had nagelaten.

Pas in 1640 is er weer iets bekend over de State. Eiegnaar is dan oud-hopman Taeke Lieuwesz; in 1698 is ook dit goed in handen van Tiaerd van Aylva te Rinsumageest, die het huis verhuurt. Ook na zijn dood wordt het huis door zijn erfgenamen verhuurd, onder andere door mevr. Juliana Wilhelmina van Schratenbach in het midden van de 18e eeuw.
Via haar erfgename kwam het huis in handen van J.B. de Coninck die het verkocht aan secretaris Willem Bergsma; deze was het slechts om de kennelijk tot het hornleger behorende stem te doen. Hij doteerde het geheel aan zijn zoon P.A. Bergsma onder voorwaarde dat 'de schenker an sig behoudt de materialen tot de huisinge behoorende, die de schenknemer tot zijn kosten af zal breken'.

Pieter Adrianus Bergsma stichtte een nieuwe behuizing op het oude hornleger en veranderde de naam in Plantenhove. Pieter Adrianus werd grietman van Dongeradeel. Hij deed veel om de kwijnende landbouw in deze streek weer produktief te maken. Zo liet hij tabak verbouwen en eem tabakschuur optrekken. Kwam dit niet tot bloei, de verbouw van cichorei ging beter en legde hem geen windeieren. Hij liet zijn tuin uitbreiden over de weg zuidwaarts. Hier kwamen een bosje, vijvers, plantsoenen en een berg, met andere woorden, een landschappelijke tuin werd aangelegd.
In het oproerjaar 1797 werd Bergsma gevangen genomen; maar later weer vrijgelaten, waarna hij het echter niet meer tot grietman bracht. Dat was voor zijn zoon Jacobus Johannes weggelegd, die tot 1845 deze funktie vervulde en op Plantenhove woonde.

Het goed wordt dan verkocht aan Broer P. Plantenga en omschreven als 'een aanzienlijk en zeer aangenaam gelegen buitengoed met een hechte en welonderhoudenen Heerenhuizinge, voorzien van onderscheidene net behangen kamers, twee ruime woonkelders, twee wijn- en een provisiekelder, een ruime keuken, twee koets- en wagenhuizen'. Voorts 'een grote bloemenkast, broeibakken, een tuinmanshuis, een orangerie, honderd zware opgaande eiken en andere boomen, een vischvijver en Berg'.
De Plantenga's hebben er slechts zeven jaar gewoond en deden het huis over aan notaris van Riesen, die de overtuin liet uitroeien. Ook zijn opvolger notaris W.H. Hellema bewoonde Plantenhove. Diens zoon H.W. Hellema liet Plantenhove afbreken in 1906 en vervangen door een boerderij, die de naam Linia's Hoeve kreeg. In 1929 verkocht hij het huis aan de 'Chr. vereniging tot verzorging van ouden van dagen', de Talma-Stichting.

Helaas is er geen afbeelding bewaard gebleven van de Aesgama State.
Van Plantenhove is een oude foto bewaard gebleven. Op deze foto zijn we het huis, waarop in jaartalankers het jaartal 1765 zichtbaar is. Dit is waarschijnlijk de stichtingsdatum van het huis.

Het bestond uit een onderkelderde hoofdvleugel met licht voorspringend middenrisaliet, dat in een hoge zogenaamde Vlaamse gevel eindigde. Deze had een klokgevelvorm en bevatte twee vensters boven elkaar, waaruit blijkt, dat het hoge dak van de hoofdvleugel een zolderverdieping en een vliering bevatte. Op de hoeken stonden grote schoorstenen met borden. De hoofdverdieping was langs een bordes met sierlijk gesmede leuningen bereikbaar. De vensters hadden in de laatste fase van het huis 6 ruiten. Ter zijde waren nog voorspringende dienstvleugels, die aan de voorzijde blind waren, daar er treillages voor klimplanten tegen waren aangebracht. De linkervleugel haad aan de achterzijde een schoorsteen, aan de rechtervleugel ontbreekt deze.
Voor het huis ziet men tussen twee bomen een tuinbeeld dat zich nog in de tuin bevindt van de in 1906 gebouwde Linia's Hoeve. Het stelt een grotendeels naakte jonge faun voor, slechts omgord door een leeuwenhuid; de rechterhand is onhoog geheven en draagt een kruik, de linker rust op een wingerdstam met druiven. Van Plantenhove zullen voorts nog afkomstig zijn de hekpalen met 18e eeuwse bollen, waarvan er 3 nog gaaf zijn. In de tuin staan er nog 2 op lage voetstukken.

Achter het op het oostelijk aangrenzende terrein, dat mogelijk tot Plantenhove heeft behoord staat een rechthoekig gebouw met verdieping onder zadeldak tussen topgevels en met vensters verdeeld door roeden in kleine ruiten. Mogelijk was dit het tuinmanshuis met oranjerie, dat in 1845 genoemd wordt. Ervoor ligt een cirkelronde vijver.
Op het terrein staat ook nog een theekoepel, die uit de 20e eeuw dateert.
Bewoners 1467 Hessel Aesgama
ca 1511 - ca 1539 Jasper Aesgama
1539 Tjalling van Mockema
1640 Taeke Lieuwesz
1698 Tiaerd van Aylva te Rinsumageest
J.B. de Coninck
Willem Bergsma
ca 1765 Pieter Adrianus Bergsma
- 1845 Jacobus Johannes Bergsma
1845 - 1852 Broer P. Plantenga
1852 notaris van Riesen
notaris W.H. Hellema
ca 1906 H.W. Hellema
1929 'Chr. vereniging tot verzorging van ouden van dagen', de Talma-Stichting
Huidige doeleinden jhet huis dat nu Talma Hoeve heet is als conferentie-oord in gebruik.
Opengesteld Het huis is niet toegankelijk.
Foto's Oude foto van de Talma Hoeve
Bronnen Tekst: Herma M. van den Berg, De Monumenten van Geschiedenis en Kunst, Noordelijk Oostergo, Dantumadeel, 1984, 254 blz.
Foto 1 en 2: Jan Kooistra