State De Klinze

Ligging Deze state is te vinden in Oudkerk, Van Sminiawei 32-34, gemeente Tytsjerksteradiel.

Foto van het huis uit 1966 van voor de verbouwing

Andere benamingen Oppe Clinke, Aysma State
Ontstaan De oudste vermelding dateert van 1567.
Geschiedenis In 1567 bewoonden Johannes van Heemstra en zijn vrouw Jantien Hendriksdr. het huis "oppe Clincke" te Oudkerk, ook wel "de Klinze" genoemd.

"Oppe Clincke" heeft twee betekenissen. In de eerste plaats: gelegen op (de top van) een zandrug of heuvel in veenachtig/moerassig gebied. Dat klopt in dit geval, want De Klinze staat op het hoogste punt van de zandrug waar Oudkerk op gebouwd is. De tweede betekenis is: de mooiste plek.
Ook dat klopt in dit geval. Als je de bomen en jongere bebouwing zou weghalen, heeft De Klinze het mooiste uitzicht van (en over) de hele omgeving.
"De Klinze" betekent eigenlijk "oud bouwsel" of "oud huis". Men mag echter aannemen dat een edelman niet in een oude bouwval woonde. Deze naam is dan ook een verwijzing naar een ouder huis of stins op deze al heel lang bewoonde plek.

Tussen 1680 en 1687 werd het oude "oppe Clincke" afgebroken en op dezelfde plaats verrees Aysma State in opdracht van Hessel van Aysma. Die was getrouwd met Hester van Loo, een dochter van Albert van Loo en Machteld van Aernsma, telg uit een rijke en machtige Leeuwarder regentenfamilie.
Volgens overlevering leefde Hessel boven zijn stand en kon hij de rekening niet betalen, toen de state klaar was.

In 1687 verkocht hij de state aan Jhr. Hobbe Baerdt van Sminia (geboren 1655), zoon van Jetze van Sminia en Maria Hobbesdr. van Baerdt. Hobbe voegde de naam van zijn moeder bij zijn eigen familienaam. Dat was een modeverschijnsel in die tijd. Hij komt voor in de 8e generatie van het geslacht Van Sminia.
De vorige eigenaar, Hessel van Aysma, was een achterneef van Hobbe, zodat de state toch in de familie bleef toen Hessel de timmerman niet kon betalen.
Vermoedelijk heeft jonker Hobbe de state omgedoopt tot "De Klinze" naar het eerdere "oppe Clincke".
Hobbe trouwde met:
  1. Tethje Gerroltsma; kinderen Anna, Idzard (jong gestorven), Titia en Idzard (later grietman van Hennaarderadeel, woonde te Wommels op Sminia State)
  2. 1692 Catharina van Haersma (overl. 1694); kinderen Catharina Aurelia Lucia (trouwde met Gozewijn Theodoor baron van Coehoorn) en Jetze (overl. 1694)
  3. 1701 Ida Margaretha van Rhala (wed. van Matthias van Vierssen); kinderen Ida Apolonia, Jetze en Johannes Rhala.
Advertentie van zijn zoon Jetze:
"Op den 23 October 1721 is tot Oudkerk op deszelfs Buitenplaats des morgens zeer Christelijk in den Heere ontslapen mijn vader de Heere Hobbe Baerdt van Sminia, old sijnde int 67-ste jaar, na een sykte van agtien dagen".

Ida van Rhala erfde van haar man "Seekere Heerlijke State, sathe en landen met groote Huisinge, schuire, watermolen en molendijken, sampt hovingen, tuinen, bosch, cingels, graften, hameyen, bruggen en stakettingen cum annexis, mitsgaders t gestoelte in de kerk, gelegen te Oudkerk" en van "seekere Groote Heerlijke doorgaande Huisinge van de Weede tot de Dijck, met een schoone stallinge, staande en gelegen buiten Leeuwarden." Het eerste betreft natuurlijk De Klinze, het tweede was een grote stadsvilla aan wat toen nog de Dijk of de Wirdumer Dijk werd genoemd (nu Zuiderplein), net buiten de zuidelijke stadsgracht van Leeuwarden. Het complex liep tot aan de "Weede", maar deze voortzetting van de Weaze buiten de stadsgracht werd later de Potmarge genoemd.
Ida overleed op 14 februari 1752. Van haar 8 kinderen leven dan alleen nog Jetze Baerdt van Sminia en Willem van Vierssen (uit haar eerste huwelijk).
Jetze vestigt zich te Bergum, als eerste van de Bergumer tak van het geslacht Baerdt van Sminia.

1752 Willem van Vierssen erfde De Klinze van zijn moeder. Hij stierf in 1782 ongehuwd en kinderloos. De Klinze laat hij na aan Arent Johannes van Sminia, zoon van zijn stiefbroer Jetze. In zijn testament was bepaald dat dit allen doorgang kon vinden "Indien de Heere Arent Johannes van Sminia genegenheid voor de Buitenplaats moghte hebben".

1782 Die genegenheid was er, want Arent heeft er tot zijn dood in 1820 gewoond. Ook hij stierf ongehuwd en kinderloos en vermaakte de state aan zijn achterneef:

1820 Jhr. Arent Johannes van Sminia. Deze Arent was wl getrouwd en wel met Clara Coehoorn van Scheltinga, dochter van Menno baron van Coehoorn van Scheltinga en Catharina Johanna van Eysinga.
Zij lieten omstreeks 1821 het park aanleggen in Engelse landschapstijl door de in Friesland befaamde tuinarchitect Lucas Pieters Roodbaard, die o.a. ook de nog bestaande tuinen van Stania State en Vijversburg ontwierp.
Arent liet ook de bouw van Sminia State, ook wel "it nij slotsje" genoemd, te Oudkerk in 1857 aanbesteden, maar hij stierf nog in hetzelfde jaar. Clara ging in dit nieuwe huis wonen en schonk De Klinze aan haar zoon.

1858 Jhr. Hector Baerdt van Sminia. Hector trouwde met Catharina van Haersma Buma en toen die in 1857 overleed met haar zuster Wiskje van Haersma Buma. Samen met Wiskje kreeg hij 7 kinderen: Arent Johannes, Wiardus Willem, Hobbe (jong gestorven), Maria, Hobbe, Catharina Maria Rolina en Hector Willem.
Volgens de floreenkohieren hoorden er 698 pondemaat (ca. 230 hectare) land bij De Klinze, waarvan 65 pondemaat gebruikt werden door de slotboerderij en de rest verpacht werd. Hector stierf op 10 januari 1877.

1877 Jhr. Arent Johannes Baerdt van Sminia (geboren 1866). Hij trouwde met Berendina Johanna van Welderen barones Rengers.
1893 Arent verhuisde in dat jaar naar Sminia State en zijn broer Hobbe Baerdt van Sminia werd eigenaar/bewoner van De Klinze. Hobbe was getrouwd met Tjallinga Aurelia Wilhelmina van Welderen barones Rengers (overleden 1949).
Hobbe was alom bekend en befaamd als veefokker en paardenkenner. Hij was een aantal jaren voorzitter van het Fries Paarden Stamboek en n van de deskundigste juryleden op harddraverijen en paardenkeuringen. Hij overleed op 20 juli 1934.
De familie Baerdt van Sminia was een familie van land-adel, in tegenstelling tot de uitgesproken aristocratische familie Van Welderen Rengers van het nabijgelegen Stania State.
Hobbe en Tjallinga kregen 4 kinderen: Paul Marius, Hector, Wilco Julius en Tjallnga Aurelia Wilhelmina. Paul werd later burgemeester van Utingeradeel, zat in het verzet en werd in mei 1944 gearresteerd en weggevoerd. Kort na zijn bevrijding overleed hij aan de doorstane ontberingen op 15 april 1945 te Sandbostel. Zijn stoffelijk overschot werd later opgegraven en in de grafkelder van de familie te Oudkerk bijgezet.
De andere kinderen bleven vooralsnog op De Klinze wonen. Hector trouwde later met Taetske Hempenius uit Oudkerk en verhuisde naar Vijversburg, eigendom van de Stichting Op Toutenburg, waarvan hij regent was. Hector was net als zijn vader ook voorzitter van het Fries Paarden Stamboek en een vermaarde paardenkenner. Wilco Julius was ook al een "paardenman" en werd aangetrokken door de paardendressuur in het circus. Hij werd uiteindelijk directeur van het circus Sarassani.

1966 Tjallinga, als laatst overgebleven bewoonster van De Klinze, verkocht de state aan de rijke Leeuwarder bouwondernemer Jan Martens. Die liet de state verbouwen, waarbij geprobeerd is de 18e-eeuwse architectuur te herstellen. Het al eerder verlaagde dak werd gehandhaafd, de extra verdieping op de middenpartij verdween. Direct op de kroonlijst werd een fronton geplaatst. De vensters werden van een quasi 18e-eeuwse indeling voorzien. Ook inwendig is er weinig meer van het oorspronkelijke gebouw herkenbaar. Ook de tuin kreeg een rigoureuze opknapbeurt. Daarbij werd echter wel de daar nog voorkomende zogenaamde "Stinzenflora", plantjes waarvan de bollen en knolletjes volgens de overlevering zijn meegenomen door kruisvaarders die in de 12e en 13e eeuw terugkwamen uit het "Heilige Land". Vooral de ligging aan het eind van een majestueuze, door bomen geflankeerde oprijlaan geeft het pand een statig karakter.

1978 De heer Martens verkocht voor enkele miljoenen guldens De Klinze aan makelaars- en vastgoedbedrijf Kodam B.V., dat er zijn kantoor in vestigde.
Met het faillissement van Kodam B.V. breekt er een onzekere tijd aan voor het landgoed. In mei 1983 wordt het huis met ca. 8.60 ha. bos en waterpartijen, koetshuis en royale dienstwoning in een advertentie van een halve pagina groot in o.a. de Leeuwarder Courant te koop aangeboden. Na veel getouwtrek en enkele mislukte avonturen van goedbedoelende ondernemers, werd de Klinze uiteindelijk een hotel.

Een tekening van Stellingwerf uit 1723 geeft het pand nog in zijn 17e-eeuwse toestand weer: Het pand bestaat dan uit twee woonlagen en wordt gedekt door een hoog dak. De middenpartij, die drie vensters breed is, is van een extra verdieping voorzien en wordt afgedekt door een fronton. Boven het dak steekt een toren uit, die vermoedelijk aan de achterzijde van het huis is aangebouwd. De vensters zijn nog van kruiskozijnen voorzien, terwijl een van de kamers behangen was met goudleer.

Een prent uit 1856 Iaat zien dat er intussen vele moderniseringen hebben plaatsgevonden. Zo is er een rijke laat 18e-eeuwse kroonlijst aangebracht, en zijn de vensters van kleine ruitjes voorzien, behoudens de vensters van de linker kamer op de begane grond. Deze zijn van de z.g. empirevensters voorzien terwijl ook de entree een 19e-eeuws karakter heeft gekregen. Opmerkelijk is deze asymmetrie, wellicht omdat het pand niet van de weg af is te zien.

Omstreeks 1877 werd de Klinze verbouwd en vergroot. Ook in 1898 heeft er een verbouwing plaatsgevonden. In deze periode kreeg het pand een totaal 19e eeuws karakter: de muren werden gepleisterd, de vensters werden van grote ruiten voorzien, het dak werd verlaagd, het fronton op de verhoogde middenpartij werd vervangen door een lijst.

Bij een verbouwing in 1966 heeft men getracht iets van de 18e-eeuwse architectuur te herstellen. Het verlaagde dak werd gehandhaafd, de extra verdieping op de middenpartij verdween. Direct op de kroonlijst werd een fronton geplaatst. De vensters werden van quasi 18e-eeuwse indeling voorzien. Ook inwendig is weinig meer van het oorspronkelijke gebouw herkenbaar.

De tuin is in 1822 aangelegd, waarschijnlijk naar ontwerp van de tuinarchitect Lucas Pieter Roodbaard, in landschapsstijl. Vooral de ligging aan het eind van de majestueuze oprijlaan geflankeerd door bomen geeft het pand een statig karakter.
Bewoners 1567 Johannes van Heemstra
1680 - 1687 Hessel van Aysma
1687 - 1721 Hobbe Baerdt van Sminia
1721 - 1752 Ida van Rhala, wed. Baerdt van Sminia
1752 - 1782 Willem van Vierssen
1782 - 1820 Arent Johannes van Sminia
1820 - 1857 Jhr. Arent Johannes van Sminia
1858 - 1877 Jhr. Hector Baerdt van Sminia
1877 - 1893 Jhr. Arent Johannes Baerdt van Sminia
1893 - 1934 Jhr. Hobbe Baerdt van Sminia
1934 - 1966 Hector, Wilco Julius en Tjallnga Aurelia Wilhelmina Baerdt van Sminia
1966 - 1978 Jan Martens
1978 Makelaars- en vastgoedbedrijf Kodam B.V.
Huidige doeleinden De Klinze is nu een hotel-restaurant, waar men eventueel ook kan trouwen.
Opengesteld Het hotel-restaurant is niet vrij toegankelijk. ( INFO).
Foto's Foto van het huis op 25 oktober 2003 Tekening van het huis uit 1856 van onbekende tekenaar Tekening van het huis door J. Stellingwerf uit 1722 Kaartje met alle Stinsen rond Oudkerk
Bronnen Tekst: "Aardrijkskundig Woordenboek" van Van der Aa
R.J. Wielinga, Langs stinsen, states en andere voorname huizen in Friesland, 1979
Jan van der Zwaag
"De Klinze te Oudkerk" van M.J. van Heemstra
Atlas van Friesland van Schotanus (1718)
"Ln, folk en pleats" door H. de Haan, serie artikelen in Fries Landbouwblad
Diverse artikelen Leeuwarder Courant
Aantekeningen uit archief J. Leemburg
Foto 1: Website van Tresoar
Foto 2: Albert Speelman
Afb. 1: Langs stinsen, states en andere voorname huizen in Friesland, 1979
Afb. 2: Archief van J. Leemburg
Afb. 3: Jan van der Zwaag