Dekema State

Ligging De Dekema State is te vinden in Jelsum (Dekemawei 5), gemeente Leeuwarderadeel.

Oude tekening van de State uit 1722 door J. Stellingwerf

Andere benaming Fetsa State, Camstra State en Camstrahuys
Ontstaan Dekema State is waarschijnlijk in de 13e eeuw gebouwd.
Geschiedenis Dekema State is mogelijk in de dertiende eeuw ontstaan als stins. Bij onderzoek naar de ouderdom van de state in 1925 zijn er fragmenten gevonden van ‘Romeinse’ dakpannen, z.g. monniken en nonnen, scherven van potten, pannen en glaswerk die uitwezen dat de stins/state al in de 13e eeuw bestond. De nu nog aanwezige overwelfde kelder voorzien van nissen, waarvan enkele mogelijk schietgaten waren, en de plattegrond van de kelder welke vergelijkbaar is met die van de stinsen te Veenwouden, Franeker, Hardegarijp en Hantumhuizen, zouden deze veronderstelling kunnen ondersteunen. De geschreven geschiedenis begint echter pas, zoals bij de meeste states, in de 15e eeuw.
Een oorkonde uit 1486 begint met: “Wy Peter ende Feyko salighe Renick Kampstra ende salighe Thietie Kampstra zoenen ende kynden…”. Zij maken daarin bekend dat zij uit vrije wil een scheiding van eigendommen overeen gekomen zijn. Pieter krijgt “Fetza Statten to Hielsum mitta landen en de gueden” –de state met de landerijen en de boerderijen- en Feyko krijgt “statten mitta landen ende gueden deer hem dat schedelbreef to wyst”. Die state betreft vrijwel zeker Camstra State (I) te Wirdum.

Pieter woonde toen al in Jelsum, want in een oorkonde van 1472 wordt zijn naam al vermeld. Hij was een telg uit een van de meest vooraanstaande geslachten in Friesland en net als zijn vader en zijn broers een van de aanvoerders van de Schieringer partij. Hij was niet alleen grootgrondbezitter, maar ook een van de 24 rechters van het Hof van Friesland en hij verkeerde regelmatig aan het hof van Keizer Maximiliaan. Een oorkonde van 2 november 1481 beschrijft een verdrag tussen Leeuwarden en “Peter Kampstera” te “Hielsum”. Toen was de state waarschijnlijk al gebouwd van secundair verwerkte kloostermoppen, afkomstig van de sloop van de oude stins. Overeenkomsten werden ook toen al vaak geschonden en in 1492 werd de state door de Leeuwarder Vetkopers platgebrand. Pieter liet het huis onmiddellijk herbouwen, maar in 1498 werd de state door de Leeuwarders opnieuw grotendeels verwoest.

Zijn zoon Hette van Camstra volgde hem op als eigenaar van de state die dan inmiddels Camstra State genoemd wordt. Hette was getrouwd met Gerland van Hoxwier van de gelijknamige state te Mantgum. Bij zijn dood in 1522 liet Hette het huis na aan hun dochter Reijnsck. Zij trouwde in 1723 met Hette van Decama, die in 1517 zijn vader was opgevolgd als Grietman van Baarderadeel. Tot dan toe woonde hij in Baard, maar na zijn huwelijk vestigde hij zich in Jelsum. Blijkbaar was Jelsum een prettiger plaats om te wonen dan Baard. (De vliegbasis was er toen nog niet.) Het huis werd toen “Hette State” genoemd, misschien omdat nu de tweede achtereenvolgende Hette het huis bewoonde.
Hun zoon Pieter van Decama werd in 1549, na het overlijden van zijn moeder, eigenaar van de state. Pieter was doctor in de beide rechten, Ridder van het Gulden Vlies, Hoveling te Jelsum en te Leeuwarden, Grietman van Baarderadeel en 30 jaar lang (1538-1568) Raadsheer in het Hof van Friesland.

Lucratieve baantjes, maar stinkend rijk werd hij door zijn compagnonschap met de heren Cuyck en Foeyts. Zij begonnen in 1553 met de vervening in de grietenij Schoterland, nu gemeente Heerenveen, welke naam ze aan deze drie heren te danken heeft.
Pieter had genoeg geld om in de eerste nederzetting op het “Heerenveen” een riant huis te laten bouwen, dat de naam Dekema State kreeg, maar later veranderde in Grovestins en vervolgens in Oenemahuis. In Leeuwarden liet hij een groot huis (ver)bouwen naast het Rolkamahuis van zijn schoonouders. Deze twee huizen vormden later het Stadhouderlijk Hof. Geld was er genoeg, dus ook Dekema State in Jelsum werd opgeknapt en vergroot. Deze uitbreiding werd in een steen van kleiner formaat, de z.g. rooswinkel, uitgevoerd, nu nog aanwezig in de oost- en noordgevel. Pieter overleed in 1568 en werd, evenals zijn vrouw in 1581, in de St. Vituskerk van Oldehove begraven. Hun grafzerk met levensgrote figuur van hem en zijn vrouw Catharina van Loo is in de zuidgevel van de Oldehove te Leeuwarden ingemetseld.

Anna Catharina van Dekema, dochter van Pieter en Catharina en getrouwd met Jurjen Ripperda, vermaakte in 1633 haar bezit aan Juw Meckema van Unia. Wat de familierelatie tussen hen was is mij niet bekend, maar Juw liet zijn dochter Anna Catharina dopen. Deze dochter, getrouwd met Gerlich van Doys, erfde Dekema State.
Rond 1700 bewoonde Johan Louis van Doys het slot. In deze tijd moet de ronde traptoren afgebroken zijn omdat die bouwvallig geworden was. In 1722 was het huis verhuurd aan Samuel Lannoy, wie er in 1748 nog woonde.

In 1774 vermaakte Anna Catharina van Doys het huis aan haar nicht Elisabeth Maria Brunet de Rochebrune, de vrouw van Maurits Philips Houth. Een kleindochter van hen, Juliana Lucia Elisabeth Maria Houth, trouwde in 1791 met Gerard van Wageningen en vanaf dat moment zou de familienaam van de eigenaren van Dekema State niet meer veranderen.
Zoon Jan Hendrikus Jetzo vestigde zich op Mammema State te Jellum in Baarderadeel en Jacobus Gerardus bleef als jongste zoon op Dekema State wonen.

Een prent van Stellingwerf uit 1722 geeft het pand in zijn 18e eeuwse gedaante weer. Een rechthoekig gebouw, bestaande uit twee verdiepingen onder een zadeldak en voorzien van kruiskozijnen en een zijvleugel. De toren is er al niet meer. In 1791 kwam de state in het bezit van Gerard van Wageningen. Ook hij zal wellicht de nodige veranderingen hebben aangebracht, zoals het vervangen van de kruiskozijnen door schuiframen met kleine ruitjes, het aanbrengen van beschilderd linnen behang in Louis XVI-stijl in de zaal, waarvan nog een restant bewaard gebleven is.
In 1814 werd het huis verbouwd en een verdieping verlaagd. Hierbij werden onderdelen, zoals eiken kapspanten en een renaissance deur met kozijn hergebruikt. Waarschijnlijk is deze gedeeltelijke afbraak uitgevoerd om met de verkoop van het, in de tijd van de Franse overheersing erg schaarse en dus peperdure vrijkomende bouwmateriaal, een renovatie van het huis te betalen.
Nog steeds is het gebouw omgeven door een gracht en is het terrein voorzien van boomgaarden. Het geheel is omgeven door een 20e-eeuwse muur.
Ook hier treffen we veel stinsenflora aan.
Bewoners tot 1461 Rienk Camstra
1461 – 1494 Pieter Camstra
1494 – 1522 Hette Camstra
1522 – 1549 Reynsck van Camstra en Hette van Decama
1549 – 1568 Pieter van Decama en Catharina van Loo
1568 – 1581 Catharina van Loo
1581 – 1633 Anna Catharina van Dekema
1633 Juw Meckema van Unia
Anna Catharina van Unia en Gerlich van Doys
1700 Johan Louis van Doys
1722 – 1748 Samuel Lannoy (huurder)
tot 1774 Anna Catharina van Doys
1774 Elisabeth Maria Brunet de Rochebrune
tot 1852 Juliana Lucia Elisabeth Maria Houth en Gerard van Wageningen
1852 Jacobus Gerardus van Wageningen
tot 1901 Gerardus van Wageningen
1901 – 1908 Jan en Hein van Wageningen
1908 – Hein van Wageningen
Jan en Gerardus van Wageningen (zoon van Hein)
Gerard van Wageningen (neef van Jan en Gerardus)
Huidige doeleinden De State is nu een museum.
Opengesteld De Openingstijden van het museum kunt u vinden op de site van het museum (INFO)
Foto's Foto van de State op 20 oktober 2001 Oude foto van de State uit 1929 Foto van de grafzerk van Pieter van Decama en Catharina van Loo
Bronnen Tekst: Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa
Langs stinsen, states en andere voorname huizen in Friesland, 1979
Archief van J. Leemburg
Afb. 1: Langs stinsen, states en andere voorname huizen in Friesland, 1979
Foto 1: Albert Speelman
Foto 2 en 3: Archief van J. Leemburg