Donia State te Oosternijkerk

Ligging Donia State lag aan de Ropsterwei 5 ten zuidoosten van Oosternijkerk, gemeente Dongeradeel.

Buitengevel van het binhús van Donia State in 1965

Andere benamingen Doma of Donia Sathe
Ontstaan Het ontstaan van de state is niet bekend.
Geschiedenis De Abtenlevens van Mariengaarde beschrijven de familie van Dodo te Oosternijkerk gedurende meerdere generaties; de goederen van deze familie dienden in de 12de eeuw als toerusting van de aan St. Cecilia gewijde parochiekerk en van de Mariengaarder uithof. Het kerkelijke goed en dat van de uithof vormden dan ook een aaneengesloten complex. Evenals in Bernarda- of Bannerhuis bij Lichtaard lijkt het complete adelsgoed zo een religieuze bestemming te hebben gekregen.
Interessant is dat één van de sates op het uithofterrein Donia heette, welke naam is afgeleid van de voornaam Dodo. Eenzelfde parallel tussen voornaam en huisnaam valt in de 13de eeuw ook bij andere huizen vast te stellen. Zo bijvoorbeeld in Bannerhuis in Lichtaard, Jelgerhuis en Camminghaburen bij Leeuwarden, en Siuxma in Waaxens.

Ten zuidoosten van de dorpskern ligt Donia Sathe, sedert 1977 als woonboerderij in gebruik.
Deze boerderij is in 1511 vermeld als pachtboerderij van het klooster Bethlehem. De sate was toen 101 pondemaat groot. In 1640 werd de boerderij gekocht door dijkgraaf Tiete Tietes. Voor 1700 was Upt Cornelis eigenaar, die zich Doma noemde en ook in de kerk begraven ligt. In 1700 zijn echter zijn kinderen eigenaar en treedt Melis Meints als hun curator op. Sinds het vierde kwart van de 17e eeuw; is het weer een pachtboerderij. In 1748 wordt het goed gepacht door Jan Harmens Rintjema, een zoon van de zeer welgestelde Harmen Idses en Ariaantje Tjerks. Ondanks het feit dat hij bij het overlijden van zijn ouders in datzelfde jaar eigenaar werd van de helft van Rintjema State, de helft van Tjallema State en het hornleger van Peyma State, alle onder Hantumhuizen, bleef hij op Donia wonen. Deze boerderij was voor een deel eigendom van de familie van zijn moeder en op zeker moment erfde hij de helft van het goed van zijn ooms. In 1768 wordt Jan Harmens vermeld als eigenaar, maar dat zal dan voor de helft zijn. In 1786 kocht zijn weduwe de andere helft. Ze betaalde er 6.874 goudguldens en 21 stuivers voor, ofwel 128 ½ goudguldens per pondemaat. Zij was het ook die blijkens een gevelsteen in de achtergevel de boerderij nog in 1803 liet vernieuwen: 'Deze huizinge is gebouwd/door Maayke Hendriks van der Meij/laatste weduwe van wijlen/Jan Harmens Rintjema/woonachtig te Nes/in den jare/1803'.
Jan Harmens bleef boer op Donia sate tot en met 1754 toen hij ruilde met zwager Tabe Ettes die te Aalzum woonde op de boerderij met stem nummer 7. Volgens het lidmatenboek vertrok hij in 1756. Hij bleef maar tot en met 1758 in Aalzum. In 1759 kwam hij terug in Oosternijkerk en boerde daar tot en met 1764 op een ander familiebezit, de boerderij Op de Grouw. Hij woonde in die jaren echter op de boerderij Meijrink met stem nummer 13. Uiteindelijk werd hij in 1765 boer op zijn geboortehuis Rintjema State te Hantumhuizen en bleef dat tot aan zijn dood in 1785.
Hendrik Wynia, zoon uit het eerste huwelijk van Maayke Hendriks van der Meij, was later eigenaar en gebruiker van Donia Sate. Hendrik trouwde in 1801 met Antje Pieters Helder en was in 1813 Adjoint Maire, een soort Loco Burgemeester. Hij zwoer in dat jaar trouw aan Napoleon. Een half jaar later moest hij al weer twee vingers in de lucht steken. Deze keer om trouw te zweren aan de teruggekeerde Prins van Oranje. Gelukkig kon hij zijn baantje behouden. Later, in 1821, was hij assessor (een soort wethouder) van Oostdongeradeel. In 1821 verkocht hij Donia en verliet de boerderij.
In 1832 staat Gerrit Jans de Pheifer als eigenaar vermeld. Hij was toen inmiddels rentenier en woonde in Dokkum.

De in 1803 herbouwde boerderij heeft een vrij kort binhús onder zadeldak tegen een voortopgevel, waarin op de verdieping een groot venster staat, sedert de restauratie opnieuw door roeden in kleine ruiten verdeeld. Het achterste gedeelte van het binhús is onderkelderd. Naast de hals is tegen de schuur een kamer uitgebouwd tegen de topgevel, waarin beganegronds twee smalle vensters zitten. In de 'binnenhoek' van de boerderij staat een stookhut.
De achtergevel, die in ankers eveneens 1803 is gedateerd, is gaaf met naast elkaar twee ingangen, een voor de koestal en een voor de paardestal en de inrit bij de langste schuurgevel; aan die zijde is bovendien een bijschuur gebouwd voor kleinvee en pluimvee. De vensters zijn bij de restauratie opnieuw van roeden voorzien. De inwendige betegeling werd grotendeels hersteld en aangevuld; de indeling is enigszins gewijzigd.(*1) Een tegeltableau uit de schouw is elders in het huis aangebracht. In de hals zijn kapitelen toegepast die afkomstig waren van de achtergevel van de afgebroken boerderij op Tilburen, Oostrum; elders in het huis is een eenvoudig bedschot uit Headamsterwei 1 te Morra.
De gerestaureerde boerderij werd bewoond door architect Gunnar Daan.

(*1) Restauratietekeningen en foto's in A. A. C. Maaskant en K. Post, "Woonboerderijen", Zwolle 1980.
Bewoners 12e eeuw Dodo (?)
1511 klooster Bethlehem
1580 - 1640 Staten van Friesland
1640 Tiete Tietes Doma
1700 Upt Cornelis Doma
1748 Jan Harmens Rintjema (pachter, later mede-eigenaar)
1754 Tabe Ettes (pachter)
1786 - 1818 Maayke Hendriks van der Meij, wed. Jan Harmens Rintjema eig.
Huidige doeleinden Op het stateterrein staat een boerderij.
Opengesteld n.v.t.
Foto's Achtergevel van de schuur van Donia in 1965 Het fraaie tegeltableau, opname 1982 De boerderij Donia in april 2010
Het fraai gerestaureerde woongedeelte van Donia in april 2010 De stichtingssteen in de achtergevel (2010)
Bronnen Tekst: Jan Leemburg
P.N. Noomen, De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners, 2009
Herma M. van den Berg, De monumenten van geschiedenis en kunst, Noordelijk Oostergo, De Dongeradelen
De website hisgis De Rintjema’s van de Rintjema State
Foto’s 1 t/m 3: "De monumenten van geschiedenis en kunst..."
Foto’s 4 t/m 6 Jan Leemburg