Douwema State bij Oldeboorn

Ligging Bij Fjűrlânswei 2 ten zuidwesten van Oldeboorn, gemeente Boarnsterhim.

De oude boerderij Douma sate vanuit het weiland op 7 mei 2011

Ontstaan Het ontstaan van de state is niet bekend.
Geschiedenis Noomen schrijft over Douwema State: "In het midden van de 15de eeuw was Focke Eeskes te Oldeboorn betrokken bij vele veten in de Boorne-streek; ook was hij grietman van Opsterland. Zijn dochter Riem trouwde met Douwe Oenema alias Douwema (overleden 1488) uit Terkaple; zij vestigden zich waarschijnlijk op het goed van Focke Eeskes te Oldeboorn. Hun zoon was de bekende politicus en kroniekschrijver Jancko Douwama.
Douwe of Jancko Douwama zullen de stichters zijn geweest van de in 1543 voor het eerst genoemde prebende Kruis- of Doumaleen. Aan de machtsbasis van Focke Eeskes herinnerde in 1718 de (voor 1853 afgegraven) stinswier naast de state".

Jancko Douwama had maar weinig nageslacht. Martha Kist schrijft daaromtrent: "Het huwelijk van zijn oudste zoon Rempt bleef kinderloos en zijn tweede zoon Douwe had geen mannelijke nakomelingen. De jongste zoon Tjepke bleef waarschijnlijk ongehuwd. Het bezit van de familie Douwama kwam zodoende voor het belangrijkste deel in handen van de oudste dochter van Douwe, Teth van Douma van Oenema genaamd. Zij bezat onder andere de borg Klein Luursema te Feerwerd in de Groninger Ommelanden, die uit het bezit van haar grootmoeder Teth Luersma gekomen zal zijn. Teth was gehuwd met de hoofdeling Syds van Botnia, afkomstig van Nieuwland bij Sneek (Zie Hottinga State te Nijland.)
Uit dit huwelijk werden acht kinderen geboren. Botnia was een vooraanstaand persoon: van 1578 tot zijn dood was hij grietman van Wymbritseradeel, daarnaast was hij dijkgraaf en volmacht bij de landdag. In 1603 werd hij lid van Gedeputeerde Staten, in 1607 lid Staten Generaal en tenslotte in 1611 lid Raad van Staten. Hun schitterende dubbelportretten, in 1576 geschilderd, worden in het Fries Museum bewaard. Teth stierf in 1620, haar man al vijf jaar eerder."
Hun zoon Syds van Botnia jr. (1583-1638) werd eigenaar van Douma State. Volgens het Stamboek van de Friese Adel zou hij gestorven zijn op 13 november 1638 zonder kinderen na te laten. Volgens het stemkohier van 1640 is dan "Syts Botnia weduwe" eigenares en "Bote Merx" gebruiker.
Daarna ontstaat er enige verwarring omtrent de eigendom van Douma State. In 1646 zou het ‘Jus Patronatus’, de beslissingsbevoegdheid, over het Kruis- of Doumaleen in handen zijn van Obbe Rinnerts. Diens curator had Ede Sakes de pacht van de landerijen van het leen opgezegd, die het daar niet mee eens was. Het jus patronatus van het leen was altijd voorbehouden geweest aan de eigenaren van Douma State en volgens verklaring van Ede was Gatze Murks Jorna in 1646 eigenaar van de state en dus collator. Uit het feit dat Ede door de rechter werd veroordeel de pacht van landerijen op te geven blijkt dat Obbe Rinnerts blijkbaar in zijn recht stond en het bestuur over het leen had. Mogelijk was hij mede-eigenaar van Douma State. Vermoedelijk heeft de rijke Gatze Murks Jorna, afkomstig van Warga en getrouwd met Mecke Botes Terwischa (dochter van gebruiker "Bote Merx") de state rond 1646 gekocht. Douma State omvatte destijds een huis, schuur, hof, bomen, plantage en `hiem' (erf) en was belast met 17 florenen en 14 stuivers.
Gatze Murks Jorna overleed en 1652 op Douma State. Hij en Mecke hadden twee dochters, Tiettie Gatses Douma en Impkie Gatses. Tiettie erfde Douma State en ontleende daaraan haar achternaam.
Bij het overlijden van haar eerste man was Mecke nog vrij jong. Zij hertrouwde in 1657 met Taede Ages, die ook wel de naam Douma gebruikte. Hij moet een aanzienlijk man in Oldeboorn zijn geweest, waar hij ouderling was en bijzitter (lid van de lage rechtbank / wethouder) van de grietenij Utingeradeel. Uit een akte uit 1680 blijkt dat hij Douma State huurde van zijn stiefdochter Tiettie Gatses Douma.
Tiettie trouwde met Dirk Martens Terhoorn. Hij was herbergier te Jorwerd, maar vestigde zich na 1676 als boer te Oldeboorn. Omdat Douma State nog in 1680 gepacht werd door de stiefvader van Tiettie zullen ze op een andere boerderij gewoond hebben.
In de kohieren van 1698, 1700 en 1708 wordt hun zoon Marten Dirx Terhoorn voor 2/3 als eigenaar en als gebruiker van het gehele goed vermeld, dat toen 113 ŕ 114 pondemaat, ca. 40 hectare, groot was. Mede-eigenaren waren Dirk Engelsma uit naam van zijn vrouw voor 1/6 en "Mecke Merix, met zuster Ael, voor 1/6". Mecke en Ael waren samen ook eigenaars van het naastgelegen Gauma State.
In 1716 verkocht Marten Dirks voor 4100 caroligulden met 3 dubbele dukaten zijn 2/3 deel van de state aan Taede Ages die in 1728 nog voor 2/3 als eigenaar geregistreerd staat. Andere eigenaren werden in 1716 zijn dochters Gatske, getrouwd met Dirk Jacobs Engelsma voor 1/6 deel en Jetske, getrouwd met Murk Ottes.
In 1728 is het goed nog steeds voor 2/3 eigendom van Taede Ages, voor 1/6 van Gatske en de rest van de dochters van Jetske en Murk, Mecke Murks voor 1/12, en "de vrouw van Anne Uilkes" (= Aal Murks) voor het resterende 1/12 deel. Mecke was getrouwd met Ynse Sipkes Luxwolda. Het goed werd toen gepacht door Douwe Watses. Volgens zijn kleinzoon ds. Jacobus Engelsma stierf Taede rond 1729 op de hoge leeftijd van ruim 97 jaar.
Het collatierecht van het Doumaleen bleef de hele 18e eeuw in handen van hun afstammelingen en dus blijkbaar ook de eigendom van Douma State.
In 1832 was het hele goed in handen van grietenijsecretaris Wybren Arends Evertsz. Later kwam het in handen van mr. Dirk Arend Evertsz, advocaat te Hilversum, die daar de villa Doumasate bewoonde. Hij was oprichter van de Amstel Hypotheek Bank en opende een kantoor aan de Herengracht te Amsterdam. Doordat onze economie tijdens de eerste wereldoorlog volledig vastliep verspeelde hij de erfenis van zijn oudoom. Hij ging failliet en in opdracht van zijn grootste schuldeiser werd gepubliceerd de "Publieke verkooping eener vruchtbare sate en landen `DOUMA-STATE' genaamd, onder Oldeboorn, en van eenig hooiland onder Tjalleberd, bij die Sate gebruikt wordend". Op 20 december 1916 vond de provisionele verkoping plaats en op 3 januari 19017 volgde de finale verkoop. Het goed werd in meerde kavels verkocht. De koper van het grootste deel van de kavels was Pieter Dirk Dijkstra, veehouder uit Stiens. Hij werd eigenaar van de kavels 1 tot en met 8. Daarin was de "boerenhuizinge" zelf begrepen, met "schuur, stalling, wagenhok en stookhok, hieminge met opgaande boomen, jister en singeltje".
(Een ‘jister’ is een met hekken afgeschoten melkplaats in het weidland; het ‘singeltje’ was vermoedelijk een restant van de singel rond de vroegere binnengracht).

Op het stateterrein staat de veehouderij van de maatschap van B & E Binsma en H & B Dijkstra. De in 1873 door gebouwde en vrij eenvoudige kop-romp boerderij kan door de slechte bouwkundige staat niet meer bewoond worden. Aangezien het oude gebouw geen monumentale uitstraling heeft en restauratie onbetaalbaar is, lijkt sloop de enige optie om langzaam verder verval en de negatieve uitstraling daarvan op de omgeving van Aldeboarn te voorkomen.

Eigenaren/Bewoners - Focke Eeskes, midden 15de eeuw
- Riem Fockes en Douwe Oenema alias Douwema (overleden 1488)
- Jancko Douwama, vermoedelijk eigenaar eerste kwart 16e eeuw
- Teth van Douma van Oenema en Syds van Botnia (sr.), tot 1620; zoon:
- Syds van Botnia jr. 1620 - 1638
- weduwe van Syts Botnia, 1640
- Gatse Murcks Jorna en Mecke Botes Terwisga, (1646?) - 1652
- Tiettie Gatses Douma (1680), gebruikers Mecke Botes Terwisga en Tade Ages
- Marten Dirx Terhoorn (2/3), Dirk Engelsma cum. ux. (1/6) en Mecke Merix, met zuster Ael Merix samen voor 1/6 in 1698
- Taede Ages (2/3), Gatske Taedes (1/6), Mecke Murks (1/12) en Anne Uilkes ega (1/12) in 1728
- Wybren Arends Evertsz., 1832
Huidige doeleinden Van de stins en stinswier is niets meer terug te vinden, op het terrein staan twee boerderijen.
Opengesteld n.v.t.
Foto's Douma sate dichterbij op 7 mei 2011
Bronnen Tekst: Een deel van de tekst met toestemming van auteur P.N. Noomen overgenomen van www.hisgis.nl, tab "kaartlagen", keuze "stinzen fryslan". Die tekst is tevens gepubliceerd in "De Stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners", P.N. Noomen, Uitgeverij Verloren, Hilversum 2009
"Geschiedenis van het Kruis- of Doumaleen te Aldeboarn", Martha Kist, Uitgeverij Verloren, Hilversum 2008