Eelsma State te Sexbierum

Ligging De huidige boerderij Eelsma state ligt aan de Hoarnestreek 7 te Sexbierum.

Eelsma State in 1722, toen Aebinga genoemd

Andere benamingen Aebinga, Elinxma
Ontstaan De stins zal vrijwel zeker reeds vóór 1400 gebouwd zijn, de familie Elkisma wordt reeds in 1413 vermeld.
Geschiedenis De stins van de Eelsma's was - na die van de Liauckema's - in belangrijkheid het tweede huis in Sexbierum. Het was het stamhuis van de gelijknamige familie Elincsma (1420) of Elkisma (1413, 1425); de stins zelf werd in 1498 als Rippert Eelsma huys toe Sexbierum, in 1546 als die stins van Rippert Elincxma aangeduid. In 1546 was er ook nog een wier.
De Eelsma's worden vanaf het begin van de 15de eeuw genoemd. In 1413 woonde Wybo Elkysma, samen met de pastoor van Sexbierum dan getuige in een verervingsregeling met betrekking tot Camstra in Firdgum, hier misschien; hij zou in 1429 bij Franeker zijn doodgeslagen. Tussen 1420 en 1431 woonde hier, als we Sibrandus Leo mogen geloven, 1) Pika of Pybo Eelsma. In 1420 sloot hij met andere hoofdelingen rond Franeker een verdrag met Ocko tom Brok; in 1423 kreeg hij met anderen een vrijgeleide van de graaf van Holland; tussen 1422 en 1431 was hij betrokken bij de veten tussen het klooster Lidlum en de Sjaerda's van Franeker; in 1425 trad hij als rechter in Franekeradeel op vanwege Tyaertza 2) in Midlum.
Een generatie later woonde op Eelsma Rippert Wygerz. Zijn familierelatie met Pybo is niet duidelijk. In 1470 beëindigden hij en Sicke te Nyenhuis van Wynaldum een geschil met Sytze Feddinga; in 1487 zegelde hij een verbond van steden en hoofdelingen in Westergo; in 1496 nam hij voer my ende myn meyers ende voer de gemene meente to Sexberem het verbond met de stad Groningen aan. 3) In 1498 beroofden en verbrandden de Vetkopers zijn huis in Sexbierum.

In 1505 werd zijn zoon Wygher Elixma als edele in Barradeel genoemd; in 1511 gebruikte hij bij zijn stins 70 pondemaat. Diens zoon Rippert Elincxma had in 1546 bij de stins 61 pondemaat in eigen gebruik. In 1552 had hij behalve een olt ruestich harnas een volharnas, een rinc- oft stalenkraech (echter zonder armstucken) en verder een bacconyel, stormhuet, spies, slachsueert en een deegen als wapenrusting in huis. In 1622 werd het huis onder de adellijke huizen gerekend; in 1640 verpachtte jonker Wyger Eelsma van Hottinga de boerderij, zonder zelf nog land te gebruiken. Diens moeder Anna Wygersdr Eelsma was een kleindochter van Rippert. Jonker Wyger sprak in 1640 van myn huys ofte stins; en in 1647 was sprake van een sate Eelsma sate genaemt met het stins ter plaetse, sampt huysinge en hovinge.
De Hottinga's verkregen in Barradeel grote politieke macht doordat ze het machtsvacuum wisten te vullen dat na 1580 viel door de uitschakeling van de rooms-katholiek gebleven Liauckema's. Op land van de St.-Catharina- of Selverdaprebende (FC64 en FC180) slaagden zij erin - onder protest van de Liauckema's die zich als stichters van de prebende beschouwden - tegenover de kerk van Sexbierum een geheel nieuw, stemgerechtigd, slotje te laten bouwen:
Hottinga of Aebingha.4) Aan het langdurige grietmanschap van de Hottinga-clan was het te danken dat ook het oorspronkelijke wapen van de grietenij Barradeel ontleend werd aan dat van de Hottinga's. In 1700 was Eelsma state buiten bezit van de Friese adel geraakt; het werd toen door "monsieur Stapert cum suis" verpacht.
In 1546 was sprake van die Stins, waarnaast bouwland lag, en 't hyem en die wier, eveneens naast bouwland. De wier mag misschien met de noordelijke wier van Klein Eelsma worden vereenzelvigd. Rond de boerderij en de bijbehorende boomgaarden lagen in de 20ste eeuw houtsingels. Een belangrijk deel van het Eelsma-land lag in 1700 en ook reeds 1546 buiten de Oude Zeedijk/Hoarnestreek.
(Tot zover P.N. Noomen)

In het stemkohier van 1698 staan het eigendom en de stem van Eelsma State geregistreerd op “Pyter Stapert, uit naam van zijn vrouw Maria de Vries en haar twee kinderen, voor ¾” en “Maria Roelants nagelaten kind van ds. Roelant, voor ¼” met als toevoeging “Curator: dr. Winsemius”. De goed is dan in gebruik bij Teekle Robijns. Het floreenkohier van 1700 geeft als eigenaar “Monsr. Stapert c.s.” en als gebruiker “Taco Robijns”. Het goed is dan slechts 67 pondemaat groot, vrijwel zeker veroorzaakt door de afsplitsing van Klein Eelsma.
In 1728 zijn er drie eigenaren, nl. Janke Symons voor 1/3, Jan Symons voor 1/3 en Jacob Jarigs van der Ley voor 1/3 en Geryt Jansen is de gebruiker.
In 1832 is het eigendom van de Harlinger koopman Sijbrand Lazes Spannenburg die, zoals dat bij meerdere boerderijen in deze omgeving gebeurde, ongetwijfeld de boerderij heeft verpacht en een ‘herenkamer’ als zomerverblijf voor zichzelf reserveerde.

Op Oud Tzummarum staat ondermeer het volgende verhaal uit een artikel van de Leeuwarder Courant d.d. 12 mei 1953:
Op 12 Mei 1853 kwam Durk Reinders de Jong van Oudebildtzijl naar Eelsma-State. Hij is de “oerpake” (overgrootvader) van de tegenwoordige boer Joh. Roelofs de Jong. Eelsma-State is een van die boerenplaatsen, die men weinig meer ziet. Men zou haast kunnen zeggen, dat het een plaats is, waar altijd kinderen moeten zijn geweest, die er voor zorgden, dat het niet een fabriek werd van melk en aardappels zonder meer. Pauwen en konijnen naast de glazen poterbewaarplaats, een weelderig bloemperk tegen de hoge schuur, medailles van geitenkeuringen aan de schoorsteenmantel en een prachtig jong paard voor de schoffelmachine maken deze boerderij compleet in de ogen van de bezoeker.
1783 staat er op het windvaantje, wanneer er niet een trekker op het land liep zou men zich nog jaren terug kunnen wanen. De zakelijkheid van deze tijd heeft deze boerderij nog niet tot een fabriek kunnen maken. Dat kan overigens ook moeilijk anders op Eelsma-State, waar de historie sterk spreekt. Tot vorige winter het oude zomerhuis van de de landheer werd afgebroken, deed men nog allerlei ontdekkingen. Bij graafwerk kwamen op anderhalve meter diepte nog oude Friezen voor het licht.
In de zestiende eeuw woonden hier de Eelsma’s. Ze hadden een bank in de kerk en die is nu van de familie De Jong.
Honderd jaar geleden kwam ze naar Sexbierum.
Durk Reinders stierf reeds in October 1853. Zijn vrouw bleef op het bedrijf tot 1881 en toen kwam Reinder Durks tot 1904, daarna Roelof Reinders tot 1941 en sedertdien Johannes Roelofs de Jong.
In 1930 op het duurst van de tijd kocht de vader van de tegenwoordige bewoner de boerderij van de landheer. Op het ogenblik is er 158 pondemaat land bij.

Sinds 1853 is de familie De Jong van vader op zoon bewoner van de boerderij en vanaf de komst van Durk Reinders de Jong is de administratie van dit bedrijf bewaard, waarin ondermeer is opgenomen welk gewas er op ieder stuk land geteeld werd en wat de opbrengst daarvan was.

1) Pibo Eelxma in Sexbirom: Wumkes, Sibrandus Leo, 59.
2) Zie *Tyaertza te Midlum.
3) Ede Douwez Gerbranda van Almenum zegelde toen voor hem. Pax, nr. 163.
4) Zie Noomen, "Consolidatie", 123. Ook door Winsemius, Chronique wordt het in 1622 als edelsmanswoning aangegeven.

Bewoners - ?Wybo Elkysma, 1413, 1429.
- Pika of Pybo Eelsma, vermeld 1420 tot 1431.
- Rippert Wygerz (Eelsma), 1470, 1487, 1496. Zoon:
- Wygher Elixma, 1505, 1511; trouwde met Suob Hobbesdr Ipema van Pietersbierum. Zoon:
- Rippert Elincxma, 1546, 1552; trouwde met Tryn Ytsma alias Elinga, dochter van Jeppe Ytsma (Wierum) en NN Elinga (Hantumhuizen). Zoon:
- Wyger Eelsma; trouwde met Doutsen Douma. Dochter:
- Anna Wygersdr Eelsma; trouwde met Johannes Hottinga. Hun zoon:
- kapitein jr. Wyger Eelsma van Hottinga is in 1640 eigenaar van Eelsma.
- Maria de Vries en haar twee kinderen, voor ¾ en Maria Roelants voor ¼ eigenaren in 1698.
- Janke Symons voor 1/3, Jan Symons voor 1/3 en Jacob Jarigs van der Ley voor 1/3 eigenaren in 1728.
- Sijbrand Lazes Spannenburg eigenaar in 1832.
- van 1930 tot heden eigendom van familie De Jong

Swart en Vogel geven een uitgebreide lijst van bewoners (en eigenaren)
1640 Wopke Clasen
1698 Taekle Robijns
1718 Foecke Feddes
1728 Gerryt Janzen
1738 Jan Reins
1758 Goffe Cloosterman
1778 R. Smit
1798 P. Fontein
1828 Sijbren Spannenburg
1848 Jan Freeks Hoekstra
1853 Durk Reinders de Jong
1854 T. de Jong-Schuiling (wed. D.R. de Jong)
1880 Reinder Durks de Jong
1904 Roelof Reinders de Jong
1941 Johannes R. de Jong
1970 Roelof J. de Jong

Huidige doeleinden Op Eelsma State is een landbouwbedrijf gevestigd.
Opengesteld De boerderij wordt particulier bewoond en is niet vrij toegankelijk.
Foto's Overzicht van stinzen en states in- en rond Sexbierum Eelsma State in 2008 met de wier op Goslingeland op de voorgrond De boerderij Eelsma State op 25 april 2010
Bronnen Tekst: Een deel van bovenstaande tekst is met toestemming van auteur P.N. Noomen overgenomen van de website www.hisgis.nl, tab "kaartlagen", keuze "Stinzen fryslan". Die tekst is tevens gepubliceerd in:
"De Stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners", P.N. Noomen, Uitgeverij Verloren, Hilversum 2009
“De boerepleatsen en gerniershuzen út it âlde Barradiel”, K. Swart en G. Vogel, particuliere uitgave 1996
“Kadastrale- en prekadastrale atlas, dl 1, Barradiel en Harns”, H. Mol en P.N. Noomen e.a., Fryske Akademy, Ljouwert 1988
Afb. 1: archief J. Leemburg
Foto 1: Google Earth: Foto’s 2 en 3: Jan Leemburg