Fetza State te Pietersbierum

Ligging Deze state stond aan Skippersdykje 1, Pietersbierum‎, gemeente Franekeradeel.

Overzicht van de states en stinsen te Pietersbierum

Andere benaming Fetsa saet, Fyeertza fiaerdendeel
Ontstaan Het ontstaan van Fetza State is niet bekend.
Geschiedenis Fetza was een huis dat tot in het begin van de 16de eeuw door edellieden was bewoond. De oudste vermelding van het goed is Fetsa saet in 1546; indirect kwam de naam in 1465 al voor in die van de eigenaar en van bepaalde rechten, Fyeertza fiaerdendeel geheten.
In 1465 woonde hier waarschijnlijk Seerp Fertza, die toen het zoëven genoemde Fyeertza-vierendeel van de rechten op de zijlroede tussen Pietersbierum en Sexbierum overdroeg aan Schelte Liauckema.1) Hieruit kan worden afgeleid dat Fertza oorspronkelijk een belangrijke machtspositie was, waarvan de eigenaars, samen met die van Liauckemastate in Sexbierum, verantwoordelijk waren voor en rechten hadden op de zijl en de zijlroede. Waarschijnlijk was Seerp Fertza een (verwant van de familie) Van Adelen in Sexbierum.2)
In 1511 en 1524 was Rienck Edes Gerbranda alias Roorda alias to Fetza - in 1505 edele in Barradeel - eigenaar en bewoner.3) Zijn familierelatie met Seerp Fertza is niet bekend. In 1546 had hij het goed verhuurd.
Interessant is bij Fertza, evenals bij Liauckema in Sexbierum en Nyenhuis in Wynaldum, de relatie tussen het huis en nabije waterlopen. (P.N. Noomen)

Bij het nabijgelegen Hottinga State vermeldt Noomen: “Het rapport van een Hollandse spion in Friesland van omstreeks 1468 vermeldt: Peetersbirum, dat beheert een geheeten Syrop ende heeft oic een slotken. Waarschijnlijk was het hetzelfde huis als Seerp Hottinga huys toe Pietersbierum, dat de Vetkopers in 1498 plunderden.” Maar hij twijfelde daaraan want in een noot vermeldt hij “Of had de spion het over Seerp Fertza op Fetza?” Dat zou best eens waar kunnen zijn, want in het zelfde verhaal schrijft hij over Hottinga “De precieze geografische situatie en de eigendomsgeschiedenis aan het einde van de Middeleeuwen zijn echter enigszins hypothetisch” en “Onbekend is, of de Seerp van 1468 dezelfde is als die van 1498, of een familielid. Seerp is in de Hottinga-genealogie namelijk niet te plaatsen en ook de eigendomsgeschiedenis tot 1640 is niet geheel duidelijk.” Veel vraagtekens en onzekerheden rond Hottinga State in de 15e eeuw waardoor de ene gok net zo goed lijkt als de andere. Fetza State ligt aan de landzijde van de dorpsterp en werd voordat de zeedijken waren aangelegd, door die terp min of meer tegen de zee beschermd.
Mijns inziens heeft Fetza de oudste rechten op bovengenoemde vermelding.

In het stemkohier van 1640 staat vermeld dat Fetza State toen eigendom was van Homme van Camstra. Vrijwel zeker was dit in de 16e eeuw Liauckamagoed geworden en heeft die de state (indirect) geërfd van zijn grootmoeder Sjouck van Liauckama. Hij woonde op Orxma State te Menaldum. Hij kocht in 1630 land te Jelsum en had in 1639 bezit te Dronrijp en Winsum. Hij testeerde in 1651. Dirk Olferts was in 1640 de gebruiker.
Volgens het stemkohier van 1698 was toen eigenaar “Grietman Camstra” en in het floreenkohier van 1700 staat hij vermeld als “De hr. grietm. Camstera”. Beide keren zonder voornaam. Uit de genealogie van de familie Van Camstra die is gepubliceerd door Simon Wierstra (zie website van Simon Wierstra) is af te leiden dat dit Tjalling Homme van Camstra moet zijn geweest, die toen Grietman van Idaarderadeel was en net als zijn ouders en grootouders woonde op Orxma State te Menaldum. Drie rouwkwartierborden uit Orxma State te Menaldum van hem,van zijn vrouw en van zijn dochter Frouck Juliana hangen in het Fries Museum (?). Hij zal Fetza State ongetwijfeld geërfd hebben van zijn vader Tjalling van Camstra. Een vader die hij nooit heeft gekend omdat die 9 weken vóór zijn geboorte was overleden. Zijn moeder Lucia Helena Scheltesdr van Aebinga, afkomstig uit Hallum, is reeds overleden op 6 mrt 1670. Tjalling Homme, geboren te Leeuwarden in 1664, was dus al jong wees. Samen met zijn zuster was hij ook al heel jong erfgenaam van een groot vermogen. Hij trouwde in 1685 met Juliana Agatha van Aylva, geboren in september 1664, dochter van Hans Willem van Aylva en Frouck van Aylva, overleden 2 november 1700. Een huwelijk met een dochter uit een erg rijke familie dat zijn vermogen flink vergroot zal hebben. Hij overleed te Menaldum in 1727.

In 1698 was Dirk Gerbens gebruiker maar twee jaar later in 1770 zijn volgens het floreenkohier “Aefke Gerbens erv.” gebruikers van de 95 pondemaat (35 ha.) grote boerderij waarvoor ƒ 29-0-0 floreenbelasting moest worden betaald. Zo’n bedrag lijkt in onze ogen belachelijk weinig, maar was destijds ongeveer het jaarloon van een landarbeider, dus omgerekend naar 2014 al gauw 20.000 euro.
In het stemkohier van 1728 staan “Grietman Camstra erven” als eigenaren vermeld. Gerben Jansen was toen de pachter. De “erven” zullen de 5 toen nog levende kinderen van Tjalling Homme zijn geweest. Wie uiteindelijk bij boedelscheiding de Fetza S(t)ate heeft gekregen is mij nog niet bekend.
Uit de kadastrale gegevens van 1832 blijkt Fetza dan eigendom te zijn van “Erven C.E.E. baron Collot d’Escury”. De state zal bij haar huwelijk met Carel Emilius Els baron Collot d’Escury in gebracht zijn door Dido Cecilia van Echten. Zij was een dochter van Jan van Echten en Johanna Eritia Wielinga, die tot omstreeks 1776 op Hottinga State te Pietersbierum hadden gewoond. Rond 1776 verhuisden Jan en Johanna naar Klein Hermana te Minnertsga dat Jan van zijn oom Rutger van Haersolte had geërfd.
Johanna Eritia Wielinga had Hottinga en andere goederen onder Pietersbierum van haar ouders geërfd. Zij was een dochter van Epeus Wielinga, zoon van Johannes Ipes Wielinga en Dieuwcke Westerhuis die op haar beurt een dochter was van Suffridus Westerhuis en Titia Bogarda. Suffridus en Titia hadden in de eerste helft van de 18e eeuw rondom Franeker heel veel onroerend goed in bezit waaronder een flink aantal (voormalige) states.4) Vermoedelijk hebben zij Fetza State gekocht van de erfgenamen van Tjalling Homme van Camstra.

1) OFO, I, nr. 179. Zie over deze waterloop: Noomen, "Consolidatie", 134.
2) Noomen, "Consolidatie", 174. Interessant is het voorkomen van een sleutel, een verder in Friesland zeldzame wapenfiguur, in het wapen van de Haerda-Mernstera's en Van Adelen's, beide met connecties in Pietersbierum. In 1496 bezegelde Syrp Fertze met zijn broer Clawes het verbond met Groningen. Pax, nr. 143, r. 323.
3) AdVD, Barradeel, nr. 649 (1511); OFO, II, nr. 324 (1524, mede-ondertekenaar van de overeenkomst over de Liauckemamolen, zie bij *Epinga); BB, 328 (1543).
4) Zij waren eigenaren van ondermeer de states, buitenplaatsen en stadshuizen Westerhuis te Marrum, Oud Herema en Nieuw Herema te Tzum, Donia en (de voorganger van) Walburga te Sexbierum, Ropta te Wijnaldum, Jelgersma te Firdgum, Hottinga, Fetza en Lieuwma te Pietersbierum, de helft van Hibbema te Oosterbierum (1728) en het Martenahuis in Franeker.

Bewoners 1465 Seerp Fertza
1511 en 1524 Rienck Edes Gerbranda alias Roorda alias to Fetza en Sjouck van Liauckama (?) Haar zoon:
1640-1651 Homme van Camstra. Zijn zoon:
1651-1664 Tjalling van Camstra en Lucia Helena Scheltesdr van Aebinga. Hun zoon:
1670-1727 Tjalling Homme van Camstra
1728 “Grietman Camstra erven”, pachter was Gerben Jansen
Suffridus Westerhuis en Titia Bogarda. Hn dochter:
Dieuwcke Westerhuis en Johannes Ipes Wielinga. Hun zoon:
Epeus Wielinga. Zijn dochter:
Johanna Eritia Wielinga en Jan van Echten. Hun dochter:
Dido Cecilia van Echten en Carel Emilius Els baron Collot d’Escury
1832 Erven C.E.E. baron Collot d’Escury
20e eeuw:
fam. Van der Zee
fam. M. Hibma
fam. S. Okkinga
2014 G. Okkinga en A.J. Okkinga-Hiemstra
Huidige doeleinden Op het terrein staat een boerderij.
Opengesteld De boerderij wordt particulier bewoond en is niet toegankelijk.
Foto's De boerderij in 1916 De boerderij op 25 april 2010
Tekening van Pietersbierum door Piter Idserts rond 1755 waarop uiterst links de achterzijde van de schuur van Fetza staat en boven de bomen links van de kerktoren het dak van de schuur en de schoorstenen van Hottinga State te zien zijn.
Tekening van Pietersbierum door Piter Idserts rond 1755
Bronnen Tekst: Een deel van bovenstaande tekst is met toestemming van auteur P.N. Noomen overgenomen van de website www.hisgis.nl, tab "kaartlagen", keuze "Stinzen fryslan". Die tekst is tevens gepubliceerd in:
"De Stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners", P.N. Noomen, Uitgeverij Verloren, Hilversum 2009
“De boerepleatsen en gerniershuzen út it âlde Barradiel”, K. Swart en G. Vogel, particuliere uitgave 1996
website van Simon Wierstra
www.hisgis.nl
Foto 1: Google Earth
Foto 2: “De boerepleatsen en gerniershuzen…”
Foto 3: J. Leemburg
Afb. 1: archief J. Leemburg