Gerbranda State te Almenum

Ligging De state lag ten noorden van Harlingen vlak achter de zeedijk.

Foto van het huidige terrein waar de staten Hobbema en Gerbranda gestaan hebben

Ontstaan Het huis wordt voor het eerst indirect in 1511 genoemd.
Geschiedenis Voor de state komt de naam in 1540 voor als ‘Gerbranda saete’ en ‘Gerbranda landen’; indirect wordt de naam van het goed in 1511 genoemd, als toenaam van de pachter. Gerbranda state is interessant, omdat de Gerbranda's in de 15de eeuw enige tijd de belangrijkste hoofdelingen van Almenum waren en daarbij ook het stadje Harlingen domineerden. Er lag in 1718 dan ook een stinswier naast.
Waarschijnlijk was de hoofdeling Bruer Eedez uit Harlingen, in 1420 een van de bondgenoten van Sicke Sjaerda, een Gerbranda. Douwe Edes Gerbranda (vermeld in 1414) was waarschijnlijk zijn broer; hij werd in 1453 door Schelte Roorda doodgeslagen op een landdag in Bolsward. Schelte verschanste zich vervolgens in de kerk van Almenum en werd uit wraak daarna door Haring van Woldens en Bonne Bonninga doodgeslagen. Rond 1468 en in 1496 wordt Douwes zoon Ede Douwez Gerbranda expliciet als stadshoofdeling van Harlingen genoemd; hij was Vetkopers georiënteerd en verschanste zich in de kerk van Almenum tegen de Franekers. Een tijdgenoot van Broer en Douwe Edes was Wibren Gerbranda, zoon van Hobbe Gerbranda; Wibren noemde zich naar de door zijn vrouw ingebrachte stins te Minnertsga "Hermana".(*1)

Evenals de hoofdelingen Tho Birdingaterp verwisselden de Gerbranda's aan het einde van de 15de eeuw hun stamhuis aan de zeedijk voor een meer landinwaarts gelegen stins, waarschijnlijk vanwege wateroverlast. In 1511 verpachte Edes zoon Douwe Gerbranda de boerderij die toen 40 pm groot en voor 17 fl. aangeslagen was, terwijl hij woonde op zijn stins Sickama te Herbayum. In 1640 was Gerbranda van niet-adellijke eigenaars nl. Gerryt Dirckx en Claes Dirckx, vermoedelijk broers. Zij verpachtten het goed aan Jarich Ninses. In 1700 is de boerderij gezamenlijk eigendom van de erfgenamen van beide broers. Volgens het floreenkohier van dat jaar waren dat “Dirck Claesen tot Stiens, Jacob Meiles, Pyter Dircx tot Marrum, Jasper en Dirck Gerrits tot Harlingen en Doccum”. In 1718 lag naast de boerderij nog wel een stinswier; in 1830 was ook deze verdwenen.

In de 16de eeuw ontstond een uitgebreide fictie over de geschiedenis van de Gerbranda's. Daarin speelden ook het later verdronken buitendijkse land en de rivaliteit met andere locale families een rol. Eeuwen lang zou om de heerschappij in en rond Harlingen gevochten zijn: tussen Ludinga's, Gratinga's, Gerbranda's, en twee families die etymologiserend de namen Harnsa en Harliga droegen. Zij zouden allen sterke stinzen hebben gehad. In 1169 zouden “die van Hobbema en Gerbranda” de Ludinga's en Harliga's het recht om in de kerk voor te gaan ten offer, betwist hebben. De naam Hobbema is interessant omdat direct naast Gerbranda ‘Hobbema sate’ lag. De kroniekschrijver lijkt te suggereren dat er tussen beide staten een nauwe band bestond.(*2)>br> De ligging van Gerbranda was bijzonder strategisch: waar de Hoarnestreek en de Nieuwe Zeedijk bij elkaar komen. De wier lag ten noorden van de boerderij; van daaraf kon deze splitsing worden gecontroleerd. De grootte van het goed was oorspronkelijk omvangrijker: in 1535 had Gerbranda State nog hooilanden buitendijks, ver ten westen van Harlingen. Naderhand sloeg de zee deze weg.(*3)

Op de foto het deel van de nieuwe industriehaven waar de states Gerbranda en Hobbema hebben gelegen.

(*1) Zie Hermana te Minnertsga.
(*2) In 1700 was ‘Hobbema stelle’ en hornleger met slechts vijf pm land; eigenaar was toen Freerck Jacobs (Scheltinga), oud-secretaris van de Vijfdelen-dijken. Zie ook Gens Nostra (1983) 1.
(*3) "Douwe Gerbranda, een aanzienlijk man en destijds hoofdeling van Harlingen, een betrouwbaar man en een gezellig feestgenoot onder vrienden, vertelde mij op mijn bruiloft, dat zekere weilanden van zijn ouders tijdens zijn leven, en dit zou hij met eigen ogen hebben gezien, zover ten westen van Harlingen waren gelegen dat twee wagens daarvandaan gevuld met hooi overdag nauwelijks naar huis konden worden gebracht wegens de lengte van de weg, welke weiden de zee alle heeft weggenomen. Toen Gerbranda voornoemd dit vertelde was hij niet ouder dan 60 jaar; hij vertelde mij dit immers op mijn bruiloft in het jaar onzes heren 1535", aldus Botto van Holdinga in 1568, gecit. bij Mabesoone, "Westelijk Barradeel", 232.

Bewoners - Ede Gerbranda (mogelijk broer van Hobbe Gerbranda, vader van Wibren, 1420). Zonen:
- Broer Edes (Harlingen 1420) en Douwe Edes Gerbranda (1414, gest. 1453). Zoon van Douwe:
- Ede Douwes Gerbranda, 1468 en 1496 te Harlingen. Uit zijn huwelijk met Rixt Roorda:
- Rienck Gerbranda alias Roorda op Fetza in Pietersbierum, Jan Gerbranda op Mernstera in Pietersbierum en:
- Douwe Gerbranda op Sickemahuis te Herbayum, eigenaar van Gerbranda state in 1511
- Gerryt Dirckx en Claes Dirckx eigenaren in 1640, gebruiker Jarich Ninses
- Dirck Claesen, Jacob Meiles, Pyter Dircx, Jasper Gerrits en Dirck Gerrits
Huidige doeleinden Het stateterrein is nu deel van de industriehaven van Harlingen.
Opengesteld n.v.t.
Foto's Wijnaldum e.o. van Google Earth
Bronnen Tekst: Bovenstaande tekst is met toestemming van auteur P.N. Noomen overgenomen van de website hisgis.nl, tab "kaartlagen", keuze "Stinzen fryslan". Die tekst is tevens gepubliceerd in:
"De Stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners", P.N. Noomen, Uitgeverij Verloren, Hilversum 2009 Foto 1: Jan Leemburg
Foto 2: Google Earth