Gauma State bij Oldeboorn

Ligging Deze state lag bij Oldeboorn, gemeente Boarnsterhim.

De boerderij op het stateterrein op 7 mei 2011

Andere benaming Het ontstaan van de state is niet bekend.
Ontstaan Gauma, of Gauwinge sate zoals het in 1528 heette, wordt opgenomen vanwege de ernaast gelegen stinswier. De Gauma's waren in de 15de en 16de eeuw aanzienlijke eigenerfden, die herhaaldelijk trouwden in vergelijkbare families op het grensvlak van adel en eigenerfden, zoals Minnema (Irnsum), Andringa, Heslinga (Poppingawier), Wiarda en Aytta.
Als stamvader kan gelden Hans Hokez te Oldeboorn. Met zijn vrouw, een dochter van Watse Mynnaz of Mynnama te Irnsum (zie Minnemastins te Jirnsum), wordt hij in 1479 samen met andere erfgenamen van Watse genoemd in stukken van het klooster Haskerconvent. Een zoon van Watse werd toen in het klooster verzorgd; de erfgenamen - onder wie Hans Hokez - droegen een deel van hun erfenis in ruil daarvoor aan het klooster over. Hans' ene zoon, Douwe Hanses had in 1528 een geschil met de kerk van Oldeboorn over 18 pondemaat in Gauwinge sate aldaar. Van het grietenijgerecht krijgt hij aanvankelijk ongelijk; het beroep bij het Hof van Friesland wordt echter door hem gewonnen.
Het nageslacht van Hans' andere zoon, Watthie Hanses, in 1511 eigenaar van land te Irnsum, noemde zich gedurende vele generaties Gauwema of Gauma. De exacte eigendomsgeschiedenis van Gauma state zelf is nog onbekend. In 1640 was Adrianus Slyp cum sociis eigenaar en de gebruiker was Freeck Pyters. In 1700 Ael en Mecke Mercx (Gauma), die ook voor een klein deel eigenaren waren van het naastgelegen Douma State. Zij waren mogelijk beiden nog niet meerderjarig, want grootvader Taede Ages treed dan nog op als hun curator. De toen 105 pondemaat, bijna 40 hectare, grote "zate met huysinge" Gauma State werd verpacht aan Hyltie Ringers. In 1728 stond het goed voor de helft geregistreerd als eigendom van Mecke Murks en de andere helft op naam van "Anne Uilckes, uit naam van zijn vrouw". Die vrouw zal ongetwijfeld Ael Mercx (Aaltje Murks) zijn geweest. De boerderij was in gebruik bij de erven van Douwe Klazes. In het kadaster van 1832 staat het bezit geregistreerd op naam van Gajus Andreae en mede-eigenaren.

Gauma ligt strategisch op goede grond: op de klei waar de weg over Haskerdijken en Lekkerterp de Boorn bereikte. Vanaf de klei strekte bovendien een strook hooiland op de Voorste Langewarren het veen in. In 1664 vermeldt Schotanus Gauma als "edele state", waarschijnlijk niet omdat het als herenhuis bewoond werd, maar vanwege de herinnering aan het verleden die door de stinswier werd vastgehouden. Direct ten zuiden van Gauma sate wordt in 1718 de stinswier namelijk nog aangegeven; in 1788 noemde ook de Tegenwoordige Staat hem: "voorts liggen hier de oude staten Gauma en Douma, waarvan de Wieren nog overig zijn". In het begin van de 19de eeuw was de wier nog aanwezig: het dagboek van L.J. de Jong, boer op Poppenhuizen, vermeldt op 10 juli 1853: "gister een koe gedood door de bliksem bij W.H. de Boer, sectie de Wieren onder ons dorp, wonende op Gauma state, waar voor 40 jaar of korter nog een wier was, doch minder hoog en uitgebreid dan Douma Wier. Beiden afgegraven".

Eigenaren/Bewoners - Hans Hokez, 1479
- Douwe Hanses, 1528
- Adrianus Slyp cum sociis, 1640
- Ael en Mecke Mercx (Gauma), 1698, 1728
- Gajus Andreae en mede-eigenaren, 1832
- W.H. de Boer, 1853 bewoner
Huidige doeleinden Van stins en stinswier is niets meer terug te vinden. Op het terrein staat nu een boerderij.
Opengesteld n.v.t.
Foto's
Bronnen Tekst: met toestemming van auteur P.N. Noomen overgenomen van www.hisgis.nl, tab "kaartlagen", keuze "Stinzen fryslan". Die tekst is tevens gepubliceerd in "De Stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners", P.N. Noomen, Uitgeverij Verloren, Hilversum 2009
Foto 1: archief J. Leemburg