Gotamastins te Grouw

Ligging Deze stins stond in de buurschap Gotum ten zuiden van Grouw, gemeente Boarnsterhim.

De boerderij op 8 mei 2011

Ontstaan Deze stins wordt reeds in 1468 vermeld.
Geschiedenis "In de buurschap Gotum wordt in 1468 de stins te Gotum genoemd. Op 16 april van dat jaar verkochten Popka Gothama en zijn vrouw Doede, woonachtig te Grouw, aan het convent van Aalsum de stins te Gotama, bij hun huis. Ze erkenden voldaan te zijn door het convent ten aanzien van de koopsom en zagen af van alle aanspraken op die stins.
In latere tijd behoorde het land van de sate Gottama niet tot de kloostergoederen van Aalsum. De verkoop zal dan ook alleen de stenen van de stins betroffen hebben. Het klooster had deze nodig. Uit andere bronnen is namelijk bekend dat de kloostergebouwen in deze periode werden uitgebreid.
Popke Gothama en zijn stins ontleenden hun naam aan de buurschap Gotum. Popke en Doed verkochten in 1466 land in de omgeving aan Jorith Andringa. In 1474 woonden zij te Warga. Zij verkochten toen de aanspraken die Doed als lid van de familie Rypkema had op Amkamagoed te Birstum. Daarmee wordt duidelijk dat Popke behoorde tot het milieu van kleine hoofdelingen, waartoe ook de Rypkema's behoorden. Na de afbraak van de stins zullen zij, evenals de Rypkema's, geleidelijk tot de eigenerfdenstand zijn gaan behoren.
In 1543 blijkt dat de buurschap Gotum uit twee sates bestond: Gottama guedt, daer Feddo Jacklez nv ter tyt op woent, en Reensma guedt t'Gottama. Beide betaalden renten aan de geestelijkheid te Grouw. In 1640 worden beide goederen opnieuw vermeld: als Rinsma (SC/FC23) en Goltema (SC/FC16). Goltema was toen eigendom van juffer Cunira ab Ayta, als curatrix over haar kindskind. Dat dit laatste goed de sate was, waarop de stins stond, bleek mooi bij de opstelling van het kadaster in 1832: ten zuiden van het erf en de bijbehorende boomgaard ligt een vrijwel geheel omgracht eivormig perceeltje bosch als weiland, waarin we de stinspôlle zullen mogen herkennen." (Noomen)

Volgens het stemkohier van 1640 werd het goed gepacht door "Gerben Jacobs en zijn vrouw". In het stemkohier van 1698 staat vermeld dat het eigendom is van "Jr. Tiberius ab Eminga, Goutum, papist". Die laatste vermelding betekende dat hij het stemrecht dat op de state/boerderij rustte niet mocht gebruiken, omdat hij niet de "Gereformeerde godsdienst" beleed. In het floreenkohier van 1700 wordt hij vermeld als Tiberius Nupinus Eminga en blijkt het ruim 20 hectare omvattende goed belast te zijn met 16 gulden en 12 stuivers. In beide jaren wordt Laes Idses als gebruiker vermeld. In 1728 zijn Diurre Claases voor ¼ en Aaltie Carstes voor ¾ eigenaren terwijl de boerderij nog steeds gebruikt wordt door Laas Idzes. In 1832 staan "Wigle Bartles Terpstra en mede E." te Akkrum als eigenaren in het kadaster vermeld.

Eigenaren 1468 Popka Gothama
1543 Feddo Jacklez (bewoner)
1640 kleinkind van juffr. Cunira ab Ayta eigenaar, Gerben Jacobs gebruiker
1698 Jonker Tiberius ab Eminga te Goutum eig., Laes Idses gebr.
1728 Diurre Claases voor ¼ en Aaltie Carstes voor ¾ eig., Laas Idzes gebr.
1832 Wigle Bartles terpstra en mede eigenaren
Huidige doeleinden Van de stins is niets meer terug te vinden en ook de eivormige ‘stinspol’ is vergraven. Op het terrein staat een boerderij.
Opengesteld n.v.t.
Foto's
Bronnen Tekst: Een deel van de tekst is met toestemming van auteur P.N. Noomen overgenomen van www.hisgis.nl, tab "kaartlagen", keuze "Stinzen Fryslân". Die tekst is tevens gepubliceerd in "De Stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners", P.N. Noomen, Uitgeverij Verloren, Hilversum 2009
Foto 1: archief van J. Leemburg