Grovestins te Engelum

Ligging De Grovestins stond ten oosten van Engelum, gemeente Menaldumadeel.

Kaartje met States en boerderijen rond Beetgum en Engelum

Andere benaming Grouwstins, Sirtemastins
Ontstaan De stins wordt in elk geval in 1446 genoemd, maar is waarschijnlijk veel ouder.
Geschiedenis De oorsprong van stinsen/states als Heringa te Marssum, Groot-Terhorne te Beetgum, Hemmema te Berlikum en ook Grovestins gezocht worden in de tijd dat de Middelzee nog bestond. Langs beide oevers van de Middelzee lagen op vrij regelmatige afstand stinsen vlakbij de zeedijk waarvan veel worden aangemerkt als ‘sterk’ of ‘zwaar’ en die veelal op een behoorlijk hoge ouderdom kunnen bogen. Mogelijk zijn dit oorspronkelijk ‘forten’ geweest die het achterland moesten beschermen tegen zeerovers, plunderaars en ander gespuis uit zee.

Volgens "Het Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa" werd de Grovestins, die vroeger Sirtemastins heette, omgeven door singels en grachten. De stins had uitzonderlijk dikke muren en de eigenaar en zijn geslacht noemden zich naar deze stins to of van Grovestins en gingen hun oude geslachtsnaam "Van Sirtema" steeds minder gebruiken.

Ten tijde van de verschillen tussen de Schieringers en Vetkopers, sloot de familie "Van Grovestins" zich bij de Vetkopers aan. Vooral van Wybe van Grovestins kregen de Vetkopers veel steun. Helaas verdronk hij met 800 mensen tijdens de grote watervloed van 1313.
In 1446 werd de stins belegerd en ingenomen door Sikke en Douwe Sjaerdama. Zij waren Schieringer Edelen en voerden de toenmalige eigenaar, Sjoerd Grovestins, als gevangene af naar Franeker.

Sjoerd Grovestins had één zoon, die wel Scherne Wybe genoemd werd, omdat hij de eerste Fries was, die zich liet scheren. Scherne betekent in het Fries zoveel als geschoren. Ook hij werd in de onlusten betrokken en werd door een list van Swob Sjaerdama op Hottingahuis gevangen genomen. Wybe Grovestins had op zijn beurt Tjaerd Groestra, een bastaardzoon van Douwe Sjaerdama, gevangen genomen. Na onderhandeling werden de twee gevangenen tegen elkaar uitgewisseld en vrijgelaten.
Wybe wist ook de gevangengenomen Abt van Lidlum te bevrijden en in zijn ambt te herstellen, door een "Van Roorda" uit Tjummarum gevangen te nemen. Daarnaast stond hij ook op slechte voet met de Vetkopers uit Leeuwarden, hoewel hij zelf ook een Vetkoper was. Hierdoor gebeurde het, dat Sikke, de zoon van Douwe Sjaerdama, regent te Franeker, met de hulp van een groot aantal Schieringers, aangevuld met Vetkopers uit Leeuwarden, het slot belegerde. Nog diezelfde dag (Pinksterzondag 1482), wordt de stins bestormt. Toen Wybe Grovestins vanuit een venster de bewegingen van het vijandelijke leger gadeslaat, wordt hij dodelijk getroffen door een kogel.

Uit het geslacht Grovestins werden verder de gebroeders Oene en Wybe van Grovestins beroemd. Zij ondertekenden beide in 1566 "het Verbond der Edelen". Wybe van Grovestins was watergeus en vice-admiraal onder Doeke van Martena. Toch was hij overtuigd Rooms Katholiek en werd pas in 1599 protestant, bijna 20 jaar na de Reformatie. Wybe overleed op 18 juni 1600.
In 1602 is het huis in bezit van Idzard van Grovestins. In het Stemkohier van 1640 wordt het goed vermeld als "Staete Groot Grovestins" en is dan eigendom van Foppe van Grovestins die zelf tevens als enige gebruiker wordt vermeld.

Op Grovestins zou ook de Generaal Frederik van Sirtema toe Grovestins (1668 - 1730) gewoond hebben, die met een leger van 1500 ruiters in 1712 een succesvolle tocht tegen de Franse Zonnekoning (Lodewijk XIV) uitvoerde. Hij trok o.a. door het bisdom Metz, waar hij 35 dorpen en 18 kastelen plunderde en uitbrandde. Mogelijk was hij slechts één van de bezitters, want het Floreenkohier van 1700 vermeldt als eigenaren "de erven van de ed. hr. Grovestins, in leven eerste en presiderende raad in den Hove van Friesland" en als gebruiker "de ed. hr. holtphester Burmania, bruiker van ’t hoornleger (het huis dus), de landen aan stucken verhuirt". In 1703 wordt op het huis Foeck Eysinga van Burmania, dochter van de toenmalige bewoners Frans Eysinga van Burmania en Wilhelmina Tamminga, gedoopt door ds. Petrus Arundaeus van Engelum.

In 1728 is het goed inmiddels gezamenlijk eigendom van Johan van Glinstra en Schelte van Heemstra. 29 jaar later laten "de heren Humalda" de state slopen, waarbij naar verluid van de oude slottoren nog een gedeelte bleef staan omdat de muren zo dik waren dat slopen niet lukte. Blijkbaar wist later iemand daar nog wel raad mee, want de laatste resten van de zeer zware stins zijn rond 1770 opgeruimd. Er werd op deze plaats een boerenwoning werd gebouwd, die eigendom was van de Heer Maurits Pico Diderik Baron van Harinxma thoe Slooten, die woonachtig was te Beetsterzwaag.
Tot in de zestiger jaren van de 20e eeuw werd een stuk land naast de plek waar de stins gestaan heeft nog "De Loopgraven" genoemd, als herinnering aan de vele belegeringen die de stins heeft moeten doorstaan.
Bewoners - 1313 Wybe van Grovestins ca 1446 Sjoerd Grovestins
- 1482 (Scherne) Wybe Sjoerds Grovestins
- 1600 Oene en Wybe van Grovestins
ca 1700 Generaal Frederik van Sirtema toe Grovestins (??)
1703 Frans Eysinga van Burmania, getrouwd met Wilhelmina Tamminga
ca 1770 de Heer Maurits Pico Diderik Baron van Harinxma thoe Slooten
Huidige doeleinden Van deze stins is niets meer terug te vinden.
Opengesteld n.v.t.
Foto's Helaas is er geen tekening of afbeelding bekend van deze stins.
Schilderij van Wybe Sjoerds van Grovestins uit 1472
Bronnen Tekst: Geografisch Woordenboek door Van der Aa
Aantekeningen archief J. Leemburg
"Beschryvinge van de Heerlyckheydt van Frieslandt" door Chr. Schotanus (1664)
"Tegenwoordige staat van Friesland" ca. 1780
"De historie gaat door het eigen dorp" van A. Algra (1955-1960)
Website van Tresoar
"Menaldumadeel, 2000 jaar leven in een Friese grietenij" door David Hartsema (1981)
"Kroniek van het hedendaagse Friesland" van Dr. Wumkes
"Skiednis fan Menameradiel" red. O. Santema en dr. Y.N. Ypma, 1972
"Prekadastrale atlas fan Fryslâb" door J.A. Mol en P.N. Noomen, 2000
Afb. 1 en 2: Archief van J. Leemburg