Haersma State te Oostermeer

Ligging Deze State stond ten oosten van Oostermeer, gemeente Tietjerksteradeel.

Kaartje waarop de plaats van de State te zien is

Andere benaming Driezigt
Ontstaan Het is mij onbekend wanneer deze state gebouwd is.
Geschiedenis De familie Van Haersma verwierf in de gemeente Smallingerland grote bekendheid. De tak van de familie in Oostermeer Ďdeedí het minder goed. Niet alleen financieel maar zeker ook wat nageslacht betreft, boerden zij minder goed dan de Smallingerlandse tak van de familie.
Rond 1645 is de state eigendom van Meijert Eerckes van Haersma en zijn vrouw Sjoertie Piers Rinckema.
Dertig jaar later, rond 1675, wonen zoon Ericus Meijerts van Haersma en zijn vrouw Anna Clara Canter op Haersma State. Anna Clara erft Canter State te Driesum van haar vader, dus door dit huwelijk breidt Ericus zijn grondbezit behoorlijk uit. In 1698 is hij ondermeer eigenaar van de stemmen 4 en 5 te Dantumawoude. Hij is volmacht op de Landdag voor Dantumadeel, ouderling te Driesum en lid van de Synode te Heerenveen. In 1688 wordt hij burgemeester van Harlingen en is daar lid van de Admiraliteit. Zij wonen ís zomers afwisselend op Canter State te Driesum en op Haersma State te Oostermeer. In de winter wonen ze veelal in Harlingen.

Na de dood van Ericus omstreeks 1720 gaat Anna Clara permanent op Canter State wonen en laat Haersma State aan haar dochter Aurelia, die getrouwd is met haar neef, ritmeester Johannes Petrus Poutsma. Deze laatste laat tussen 1708 en 1718 een nieuw "herenhuis" bouwen dat ook Haersma wordt gedoopt. Johannes sterft in 1723 en is in de nacht van 25 op 26 mei van dat jaar in de kerk van Oostermeer begraven. Dat was destijds mode onder de rijken. Hoe later in de nacht de begrafenis was, hoe hoger de status van de overledene.
Zijn weduwe blijft in Oostermeer wonen, maar verkoopt het prachtige nieuwe huis aan jonkheer Jetze Baerdt van Sminia. Deze koop wordt als volgt beschreven:
"De Heerenhuisinge met hovinge, singels, boomen en PlantagiŽn met de stecken en homeyen, het gestoelte in ít choor van der kerk tot Oostermeer, doch buiten de graven in de kerk; een zathe lands bij Jan Beerents als meyer gebruikt (de slotplaats); zekere huisinge "het klein blauwhuis" bij Hoeke Haiis als meyer in gebruik, bestaande in een camp land voor het huis en twee fennen op de meerswal, alles tezamen voor 20.000 car. gulden".

Jetze Baerdt van Sminia overlijdt in 1771 en het huis wordt eigendom van zijn zoon Hobbe Baerdt van Sminia en in 1786 is het eigendom van A.J. (Arend Johannes?) van Sminia, secretaris van Gedeputeerde Staten van Friesland.

De "Tegenwoordige Staat van Friesland" vermeldt in boek 2 op pagina 295 in 1786 bij Oostermeer:
"Bij dit dorp ligt ook eene vermaakelijke plantagie en buitengoed, thans aan den Welgeb. Heere A.J. van Sminia, Secr. der Ed. Mogende Heeren Staaten van Friesland, toebehorende".
Bewoners 1645 Meijert Eerckes van Haersma en Sjoertie Piers Rinckema
rond 1675 Ericus Meijerts van Haersma en Anna Clara Canter
Aurelia van Haersma en Johannes Petrus Poutsma
1723(?) - 1771 Jetze Baerdt van Sminia
1771 Hobbe Baerdt van Sminia
1786 A.J. van Sminia
Huidige doeleinden De huidige doeleinden zijn mij onbekend.
Opengesteld n.v.t.
Foto's
Bronnen Tekst: Jan Leemburg
Archief St. Christophorileen tot Oldehove
Historisch Centrum Leeuwarden
Website van Tresoar
"Tegenwoordige Staat van Friesland"
"De historie gaat door het eigen dorp" van A. Algra
Genealogie van Gerrijt van Belcum, door J. Leemburg
Archief J. Leemburg
Afb. 1: archief J. Kooistra