Harsta State te Hogebeintum

Ligging Deze state is gelegen in Hogebeintum aan de Harstawei nr. 25, gemeente Ferwerderadiel.

Foto van het huis uit 1979 met eigenaar Dhr. Obreen
Andere benaming Hersma State
Ontstaan Het huis wordt voor het eerst in 1511 genoemd.
Geschiedenis De vermelding van de aanbreng van Hogebeintum van 1511 begint met 32 pondemaat van Rummert oppe Harst up Hersma State.
In 1540 was Tyaert Gruestra eigenaar van de state; hij stamde waarschijnlijk uit een bastaardtak van de familie Aylva.
In 1586 testeerde Jell van Wynia op Harsta in Hogebeintum. Zij was in een tweede huwelijk getrouwd met Ige Gales Heslinga uit de Poppingawierster familie Heslinga. In 1578 en 1580 woonden zij te Hogebeintum; Ige werd daarbij als edelman aangemerkt.

In 1640 was Deitzen van Heslinga eigenaar (stemkohier); zijn vader was Gale Heslinga, die in 1588 voor het Hof van Friesland verklaarde met zijn broeders en zusters erfgenaam te zijn van zijn moeder Jelcke Wingie. Zij zal identiek zijn met Jelcke Wynia getrouwd met Yge Heslema, die in 1552 voorkomt (mededeling D. J. van der Meer).
Daar Deitzen geen nakomelingen had, ging de eigendom over op een zuster Ymck, die gehuwd was met Buwe Jeltinga.
Hun dochter Ymck huwde Focko van Aysma, secretaris en ontvanger van Ferwerderadeel. Volgens hun grafzerk, die in de Franse tijd op Harsta in veiligheid zou gebracht zijn, stierf Focko in 1651 en Ymck in 1653.
De zuster van Ymck, Aef, was getrouwd met Pieter van Nijsten, waardoor het huis in die familie kwam. In 1698 is volgens het stemkohier de weduwe van Grietman van Nijsten eigenaar en Gideon van Coehoorn pachter.

Hun zoon Bartold huwde Margaretha Huygh uit welke verbintenis negentien kinderen sproten waarvan er twaalf in leven bleven.
Een dochter huwde J. A. de Schepper, de oudste dochter Gideon Gosses van Coehoorn, die in 1700 eigenaar van het huis werd. Hij was een broeder van de vestingbouwer Menno en stierf in 1724, het huis nalatend aan zijn zoon Gozewijn, die tot 1762 eigenaar bleef, doch geen nakomelingen had.
Het huis vererfde daardoor aan de zoon van de volgende dochter van Barthold van Nijsten en Margaretha Huygh te weten Imilius Josinus de Schepper, die ontslag nam uit Krijgsdienst om de nalatenschap te beheren en Grietman van Ferwerderadeel werd. Hij huwde Amelia Coehoorn van Scheltinga en bewoonde het huis tot 1790, waarna zijn gelijknamige kleinzoon eigenaar werd. Deze trouwde A. G. baronesse van Sytzama en hun dochter Amelia Gerardina was gedurende het grootste gedeelte van de 19e eeuw eigenaresse; zij was getrouwd met T.A.M.A. van Andringa de Kempenaer, grietman van het Bildt, waardoor de familie niet meer te Hogebeintum woonde. In 1843 vinden we dan ook de vermelding dat in het schoolhuis op afbraak verkocht wordt een gedeelte van de heerenhuizinge Harsta onder voorwaarde dat de koper herstellingen aan het overblijvend gedeelte zal doen uitvoeren en aan de boerenwoning aldaar. Grietman van Andringa liet in het Bildt een nieuw huis bouwen door architect Th. Romein. In het najaar vinden we te Sneek 25 schuifkozijnen met zonneblinden van Harsta te koop.

De tekening van Stellingwerf vergelijkend met de tegenwoordige toestand, komt men tot de conclusie dat het linker haakvormig naar voren gebouwde gedeelte geheel is afgebroken en van het overige deel een verdieping is gesloopt. In 1917 liet de laatste freule van Andringa de Kempenaer het huis na aan de Leeuwarder stichting De Sonnenborgh doch verwanten kochten het in 1929 weer terug. Vanaf 1952 was het goed in eigendom van rijksarchivaris Mr. H. T. Obreen, die de boerderij verpachtte aan de heer M. Kleefstra. De heer Obreen was een wat zonderlinge man en toen hij begin jaren tachtig een conflict kreeg met zijn kinderen verkocht hij Harsta State met boerderij en landerijen in 1984 aan zijn pachter de heer Kleefstra. Die verkocht het vervallen huis in 1986 aan de heer Th.M. Nederveen uit Heemstede die het in 1990 in een stichting onderbracht om aanspraak te kunnen maken op meer restauratiesubsidie. Na een aantal jaren leegstand werd in 1994 gestart met een grootscheepse restauratie, maar reeds na drie maanden legde restauratiebedrijf Sjirk de Jong de werkzaamheden stil omdat betalingsafspraken niet werden nagekomen. Enkele maanden later liet De Jong beslag leggen op het pand. In mei 1995 bood de gemeente Ferwerderadeel aan een bemiddelende rol te spelen met het oog op het behoud van het huis. Om de toegezegde rijkssubsidie van 400.000 gulden te kunnen ontvangen diende de restauratie vr 1 december 1996 voltooid te zijn. Er werd voorgesteld een nieuwe stichting op te richten waarvan gemeente, aannemer en architect deel uitmaakten. Dit bleek uiteindelijk niet nodig te zijn toen de Birdaarder aannemer en molenrestaurateur Thys Jellema en zijn vrouw Fokje in 1995 voorzitter en secretaris werden van de bestaande Stichting tot Behoud van Hartsta State en alle rechten en plichten overnamen. Zij zijn tot overeenstemming gekomen met de schuldeisers en onder hun bestuur is de restauratie voltooid. Sinds 1996 bewonen ze het huis dat ook gebruikt kan worden als trouwlocatie van de gemeente Ferwerderadeel.

Het kadastrale minuutplan van omstreeks 1840 geeft een rechthoekig omgracht terrein met de oprijlaan weer, zoals die nog bestaan. Het huis was rechts echter veel dieper dan thans terwijl het aan de linkerzijde een voorbouw had zoals ook op de afbeelding van Stellingwerf te zien is. De boerderij stond, slechts door een smal pad gescheiden, direct rechts van het woonhuis. De voorgevel zal aan de westzijde gestaan hebben, zoals tot 1950 het geval was, toen de boerderij afbrandde; daarna werd hij op grotere afstand van het huis herbouwd. Op de tekening van Stellingwerf is de gracht nog overbrugd met een ophaalbrug, zoals bij verdedigbare huizen gebruikelijk. Op de kadasterkaart staat een dam aangegeven.
Een schets van de toestand voor 1843 in bezit van de familie geeft de ingang op dezelfde plaats. Men kwam in een brede vestibule, waar het venster links van de ingang licht gaf en die de volle diepte van het tegenwoordige huis besloeg. Aan het einde van de vestibule was een vertrek van gelijke breedte. De trap zou zich rechts achteraan bevonden hebben, toegankelijk van de gang uit die thans nog achter de zaal loopt. Naast het trappenhuis lag de keuken. In de vooruitgebouwde linkervleugel was een grote zaal en een kleinere achterkamer als bibliotheek en herenkamer. Op de verdieping zou boven de bibliotheek een kamer met goudleer behang geweest zijn.

De muren van het rechthoekige gepleisterde gebouw zijn volgens de opmeting ca. 40 cm dik, met uitzondering van de linker travee, waar ze slechts steensdik zijn. De rechtermuur, waar het rookkanaal langs loopt, is ook dunner en kennelijk eens vernieuwd. Aan de achtermuur meet de rode baksteen 19,5 x 4,3-4,5 cm, 10 lagen 51,5 cm en is in kruisverband verwerkt. Daar zijn twee voormalige doorgangen waar te nemen. De vensters zijn openslaand gemaakt. De ingang is omlijst door Ionische pilasters, die een kroonlijst dragen waarop de naam van het huis in relif is aangebracht. De rechter voorkamer is geheel betimmerd en heeft een bijbehorend plafond, xviiid. De wanden zijn in telkens drie velden ingedeeld tussen uitgegronde pilasters. In de velden zijn kaders aangebracht waarbinnen festoenen afhangen. Boven de rechthoekige spiegel op de schoorsteen een geschilderd bloemstukje. Het houtwerk is met steenrode biezen beschilderd. De trap naar de kapverdieping ligt verborgen achter in het linkergedeelte. Er onderdoor kan men de kelder onder de keuken bereiken. In het rechtergedeelte van de kap zijn vier oude spanten opnieuw toegepast na de verlaging van het huis in 1843. Aan het einde van de dam voor het huis staat een laag hek tussen twee gesmede hekpijlers, samengesteld uit rococokrullen, de hekpijlers bekroond door gesmede vlampotten. XVIIIC.

Stellingwerf tekende in het gehele huis kruiskozijnen, terwijl de muren van het linkergedeelte geleed zijn met pilasters van de grote orde, zoals eerst sinds het midden van de 17e eeuw werd toegepast. Het linkergedeelte lijkt daarmee een jongere aanbouw. Mogelijk zijn Focke en Ymck van Aysma, wier grafzerk met zoveel moeite in veiligheid werd gebracht de opdrachtgevers voor de bouw van het huis geweest en voegde Barthold van Nijsten voor zijn uitgebreide gezin de linkervleugel toe, die in 1843 werd afgebroken. Indien dit onder Coehoorn gebeurd zou zijn, waren er stellig al schuifkozijnen in het huis gezet.
Het hek met zijn rococo-ornament zal in 1762 zijn neergezet, toen ook het opzetstuk op de kerkbank met dergelijke motieven gemaakt werd. Mogelijk liet Imilius Josinus ook het gehele huis van de schuifkozijnen voorzien, die in 1843 verkocht werden. De tegenwoordige kozijnen zullen bij de bepleistering zijn aangebracht, aangepast aan de kamerbetimmering, die wij kort na 1790 dateren, toen kleinzoon Imilius Josinus II het huis erfde. Ook de ingangsomlijsting kan uit deze periode zijn. Het gehele uitwendige zal in 1843 gepleisterd zijn om het verschil in baksteen te maskeren tussen het restant van het oude huis en de nieuw opgetrokken linkervleugel. Het geheel werd door een schilddak gedekt, waarvoor enige spanten van het oude huis werden toegepast. De tekening van Stellingwerf is niet duidelijk over de situatie van de boerderij. Indien deze jonger zou zijn dan 1723, is er geen ruimte voor binnen de omgrachting. Stellingwerf tekende echter nooit de boerderij, vgl. Goslinga State te Hallum. Het achterste gedeelte van het terrein is beplant met vruchtbomen. Rond het huis enig oud hout van een landschappelijke tuinaanleg en z.g. stinsenflora, o.a. Haarlems klokkenspel. In de tuin achter het huis staat een grote grafzerk van Bentheimer steen, geheel bewerkt met kwabornament, waarin wapens en cartouches gevat zijn. Bovenaan de kwartierwapens van Aysma-Jeltinga, in het midden onder een helmteken met uitkomende leeuw de alliantiewapens van Aysma-Jeltinga. Onderaan een cartouche met opschrift: Ao 1651 den 24 april sterf den Ed. Heer Focko van Aysma I.U.D Secretarius ende Ontfanger van Verwaradeel (sic) en leyt alhier begraven Ao 1653 den 25 april sterf den Ed. Juffrou Ympck van Jeltinga syn Huysvrou ende leyt alhier begraven. De zerk zou afkomstig zijn uit de kerk van Ferwerd en na de Franse revolutie hierheen gebracht zijn.
Bewoners 1511 Rummert oppe Harst
1540 was Tyaert Gruestra
1552 Yge Heslema (?)
1586 Jell van Wynia en Ige Gales Heslinga
1640 Deitzen van Heslinga
Ymck van Heslinga en Buwe van Jeltinga
tot 1653 Ymck van Jeltinga en Focko van Aysma
1653 Aef van Jeltinga en Pieter van Nijsten
1698 van Grietman van Nijsten eigenaar en Gideon van Coehoorn pachter
Bartold van Nijsten en Margaretha Huygh
1700 1724 Gideon Gosses van Coehoorn
1724 1762 Gozewijn van Coehoorn
1762 1790 Imilius Josinus de Schepper
1790 Imilius Josinus de Schepper en A.G. baronesse van Sytzama
Amelia Gerardina de Schepper en T.A.M.A. van Andringa de Kempenaer
tot 1917 freule Van Andringa de Kempenaer
1917 1929 een stichting
1929 verwanten van freule Van Andringa de Kempenaer
1981 Mr. H. T. Obreen
Huidige doeleinden Het huis wordt particulier bewoond. Op het landgoed bevindt zich de Harsta Hoeve, dat ingericht is als hotel.
Opengesteld Alleen de Harsta Hoeve is toegankelijk (INFO).
Foto's Foto van het huis op 30 november 2003 Foto van de zaal van het huis Foto van de State uit ca 1920 Foto van de State uit 1970
Tekening van de State in 1722 door J. Stellingwerf Afbeelding van de State door J. Stellingwerf (1723)
Bronnen Tekst: Aardrijkskundig Woordenboek van Van der Aa
Langs stinsen, states en andere voorname huizen in Friesland, 1979
P.N. Noomen, De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners, 2009
Herma M. van den Berg, De monumenten van geschiedenis en kunst, Noordelijk Oostergo, Ferwerderadeel, 1981
Archief J. Leemburg
Foto 1: Archief J. Leemburg
Foto 2: Albert Speelman
Foto 3: States en stinsen, adellijk wonen in Friesland, 1992
Foto 4 en 5: Website van Tresoar
Afb. 1: Langs stinsen, states en andere voorname huizen in Friesland, 1979
Afb. 2: archief J. Leemburg