Harsta State te Raerd

Ligging Deze State stond in Raerd, gemeente Súdwest-Fryslân.
Andere benaming Haksta, Haxta, Haagsta, Haakstra, Hartsma, Harsma
Ontstaan De State wordt voor het eerst vermeld in 1634.
Geschiedenis Van der Aa schrijft het volgende over deze State:
HARSTA, ook wel onder de namen van Haksta, Haxta, Haagsta, Haakstra, Hartsma of Harsma voorkomende, voormalige state, provincie Friesland, kwartier Oostergoo, grietenij Rauwerderhem, arrondissement en 3 uur ten zuidwesten van Leeuwarden, kanton en 1 uur ten zuidwesten van Rauwerd, waartoe zij vroeger behoorde, en waar zij nog alle hare verpligtingen heeft.
Ter plaatse, waar zij gestaan heeft, ziet men thans eene groote boerenhoeve, welke, met de invoering van het kadaster, gebragt is onder Deerzum, waarvan zij 10 minuten oost gelegen is. Deze hoeve wordt, met de daartoe behoorende gronden, beslaande eene oppervlakte van 37 bunders 34 vierkante roeden 40 vierkante ellen, thans in eigendom bezeten door den Heer Mr. Gerardus Asuerus Avenhorn van Nauta, grietman van Hemelumer-Oldephaert-en-Noordwolde, woonachtig te Koudum.

De oudste vermelding van de State dateert uit 1634. In dat jaar is jonker Otto van Heerma, luitenant van een compagnie, eigenaar van "Heerma State ende Sate". In januari van dat jaar, zoals we kunnen lezen in het boek over de "Friese eendenkooien" van de heer G. Mast, verkoopt Otto in een eeuwige erfkoop een "schoon roodt pannenhuijs met buijtenhuijs, schuijre, poorte, hecken, stecketten, wringen [= draaibaar hek op een dam], hovinge, bomen ende plantagie althans bij bewoont met de eijgendom van hondert twee ende dartich pondematen lands gelegen om ende aen onse huijsinge met hoerde [= eendenkooi] ende veerspil [...] aen Jelle Douues woonende tot Winsum".
Tot de verkochte goederen behoort ook nog "een watermuelen, de cingel [...], het begrijp van den hoerde met reijtpollen". (Begrijp betekent omvang, grenzen waarbinnen iets besloten is.) Tot slot beschikte Otto van Heerma over enkele graven in de kerk van Raerd, maar deze blijven zijn eigendom.

Na de dood van Jelle Douues volgt zijn zoon Douwe Jelles hem op als eigenaar van Harsta State. Hij is getrouwd met Rixtie Saeckledr en is papist. In 1641 besluit hij de State te verkopen en het geheel wordt teruggekocht door het echtpaar jr. Otto Heerma, "old luijtenant van een compagnie soldaten" en Jelcke van Siccama te Sneek voor 18.600 g.g. en vijf gouden ducatons (RAU 68 156). Het complex, dat vermeld wordt onder de nummers SC 1/FC 1 is 128 pdm. groot en dat is inclusief "de hoerde ende toebehoorende verespil".
Vervolgens woont Otto er tot zijn dood en volgen zijn kinderen hem op als eigenaars van de State.
In 1663 besluiten de gebroeders Heerma, de jonkers Joost, Ige en Eco 3/4 deel van de State te verkopen. (Waarschijnlijk is het toch minder geweest, want vier jaar later blijkt er 60 pondemaat over te zijn van de 128.) Deze verkoop staat in de proclamatieboeken, waarbij verkochte goederen omschreven worden als: "Harsta Saete ende State genaemt groot 128 pdm, landen met de meijers huisinge schuire hecken en heckstocken beneffens de singel ende boomen kooy ende veerspil" (RAU 54 44, 70 223vo-226). Jr. Frans van Eysinga, grietman van Rauwerderhem, en zijn vrouw wonende op Jousma State, kopen de helft van het bezit en Jan Sijdsis, secretaris van Leeuwarderadeel, koopt het resterende kwart.
Een jaar later, in 1664, verkopen jr. Joost van Heerma, wonende te IJlst, jr. Igo Heerma wonende te Wergea en jr. Eco Heerma, "cornet over een compagnie ruiters" en jvr. Titia van Heerma enige losse landen van de Harsta State aan Lambert Dirks koopman te Raerd (RAU 70 270).

Tenslotte komen we de State in 1667 in het proclamatieboek tegen, met de vermelding dat het Hof van Friesland de verkoop van "de heerlijke staate ende zaate landts Harstae genaemt gelegen is den dorpe Rauwert bij wijlen jhr Otto van Heerma naegelaeten ende bij Baucke Sijmons als meijer gebruickt" heeft behandeld (RAU 54 75). (Vreemd vind ik dat nu weer Otto genoemd wordt en niet zijn kinderen!)
De losse landen blijken dat inderdaad er niet meer bij te horen en dat er van de 128 pdm nog 60 over zijn. Daarbinnen vallen "de huisinge groot en klein schuire poort en homeij gracht [...] molen cooij veerspil". De hoogste bieder bij de proevelcoop is jr. Frans van Eysinga, grietman over Leeuwarderadeel, die er 190 g.g. per pdm voor heeft geboden. Op 30 april 1667 staat de definitieve verkoop in het hypotheekboek vermeld (RAU 71 2). Het gaat dan om circa 67 pdm tegen 190 g.g. aan jr. Frans van Eysinga op Jousma [onder Wirdum] en zijn vrouw jvr. Aaltje van Eysinga. Ook in deze akte wordt "de Cooij" genoemd.
Bewoners - 1634 jonker Otto van Heerma
1634 Jelle Douues, woonende tot Winsum
- 1641 Douwe Jelles, getrouwd met Rixtie Saeckledr
1641 - 1652 jr. Otto Heerma, getrouwd met Jelcke van Siccama
1652 - 1667 jonkers Joost, Ige en Eco en jvr. Titia van Heerma
1667 jr. Frans van Eysinga, getrouwd met jvr. Aaltje van Eysinga
Huidige doeleinden Er is niets meer terug te vinden van deze State.
Opengesteld n.v.t.
Foto's
Verantwoording Tekst:
C.W. Braaksma
Bronnen
A.J. van der Aa, Aaardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, 14 delen, 1837 - 1851