Heemstra State te Morra

Ligging Heemstra State lag aan de Hearewei ten westen van Morra, gemeente Dongeradeel.

Heemstra State in 1723 getekend door J. Stellingwerf

Andere benamingen Hemstrastins, Hiemstra state, Scheltemastins
Ontstaan Het ontstaan van de stins/state is niet bekend.
Geschiedenis In 1543 beklaagde de pastoor van Morra zich erover dat indien de bedel-monniken het dorp bezochten, hij dezen moest uitnodigen en daerby die heerscaepen ende alle die gemeene meente, die dan goede sier maakten. Morra is een van de dorpen waar een duidelijk onderscheid werd gemaakt tussen de huizen van de "heerschappen" en die van anderen. Zo deed Ansck Heemstra in 1491 aan de pastorie van Morra een grote schenking, waarbij ze er rekening mee hield dat "de drie andere rijke huizen" (dae oere trya ryka husen) eveneens een dergelijk bedrag aan de kerk zouden betalen. Zowel door de evengrote bedragen die Hemstra staete, Bottema staete, Old(h)ustra staete en Nyttema staete jaarlijks aan de pastorie betaalden, als door de grootte van hun grondbezit in 1511, de ligging van dit land rond de dorpsterp en de omgrachting van de huizen is duidelijk welke de vier "rijke huizen" van de "heerschappen" van Morra waren.(*1)

De Heemstra's bewaarden in de binnen de familie voorkomende voornaam Feye de herinnering aan hun afstamming van heer Feye van Dokkum, in 1398 een van de belangrijkste bondgenoten van graaf Albrecht van Beieren.(*2) Of heer Feye ook reeds goederen in Morra bezat, is onbekend. In een volgende generatie was Abbe Heemstra een van de Vetkoperse hoofdelingen die het Grote Verbond van 1422 mee bezegelden.(*3) In 1449 was bij het sluiten van vrede met Groningen ook Sippe Hemstra aanwezig. Hij behoorde tot de Schieringers en werd in 1474 gevangen gezet op Jancko Douwema-stins te Langweer. Hij was een zoon van Syds Tjaerda in Rinsumageest en ontleende zijn naam Heemstra aan zijn vrouw Ansck Heemstra, met wie hij in Morra woonde. In 1491 maakte Ansck Heemstra haar testament. Zij deed daarbij de bovengenoemde schenkingen aan de pastorie en maakte haar zoons Feye, Reenck en Syds tot erfgenamen. Zoon Sijds wilde zich niet bij de Groningers aansluiten en moest dit met de dood bekopen. Zijn broer Renick wordt ook te Morra genoemd.
In 1511 was Heemstra gued te Morra eigendom van Anscks kleinzoon Sippe Sydsz. Heemstra; andere Heemstra's hadden onder Morra nog drie andere goederen. Sippe steunde de Bourgondiërs en moest in ballingschap gaan, waarvoor hij een uitkering kreeg uit de Rentmeesterskas (1518). Zijn weduwe huwde Frans van Scheltema. Hierdoor kwam het huis in die familie, naar wie het in 1800 als de stins Scheltema met poort werd aangeduid. Uit dit huwelijk zouden beroemde nazaten stammen die in de kerk begraven liggen. Eén van hen was Wopke Scheltema thoe Morra, echtgenoot van Frouck Roorda van Genum, wier moeder Tieth Scheltedr. van Scheltema was. Wopke had volgens het door hun zoon opgerichte epitaaf veel gereisd.

Zoon Sippe was volgens het Stamboek gecommitteerde ter Staten Generaal en was gehuwd met Rixt van Scheltema. Sippe stierf (kort?) voor 1640 want in dat jaar staat de stem vermeld op naam van ‘Juffr. Scheltema en haar kind’ en gebruiker was Brandt Foeckes. Zij hertrouwde na de vroege dood van haar eerste echtgenoot met Tjerck Goslicks van Herema. Hun dochter Frouck huwde Henning Georg van Andreae en in tweede echt Lambert van Coehoorn, die vermeld wordt op de kerkklok. In 1676 werd de state gekocht door de familie Andreae en beschreven als 'Hiemstra State ende sate met stins, huisinge, poort, singels, grachten en homeijen'. Tevens waren in de koop besloten de 'gestoelten in de Kerk' en de 'begrafenisse tot Morra' (d.w.z. de grafkelder).
De state kwam in handen van Rixt van Andreae die in 1673 te Leeuwarden getrouwd was met jonker Casper Tiddinga ‘edelman van haer hoogheyt de princesse Douariere van Nassouw’. In 1698 staat hij in het stemkohier vermeld uit naam van zijn vrouw. Zij staan geregistreerd als eigenaren èn gebruikers van de omstreeks 12,5 hectare kleine boerderij. Waarschijnlijk voelde de edelman zich niet te hooggeplaatst om zijn handen te gebruiken, maar vermoedelijk zal het wel in hoofdzaak hobby van Rixt geweest zijn. Na de dood van haar eerste echtgenoot hertrouwde Rixt van Andreae in 1708 te Wolvega met Willem van Haren, Grietman van Weststellingwerf, voor wie wapens in de kerk hingen. In 1728 staat Willem uit naam van zijn vrouw geregistreerd als eigenaar en ook hij als gebruiker van Heemstra State.

Elisabeth Titia van Haren, dochter van Willem van Haren, trouwde in 1721 te Morra met Hendrik Casimir van Plettenbergh.
In 1738 en 1748 wordt Johan Poppe Andreae van Plettenberg als eigenaar-bewoner genoemd. In 1785 werd het huis te huur aangeboden door Hendrik Casimir van Plettenberg, vermoedelijk een zoon van Johan en in 1787 bewoond door de overste Sluijterman. In 1800 wordt het huis te koop aangeboden en een jaar later op afbraak verkocht als de Stins Scheltema met poort onder Morra. In 1832 is zijn het stateterrein en de bij de voormalige state behorende 12,5 hectare land eigendom van Folkert Cornelis Botma. Het is niet waarschijnlijk dat die er een boerderij heeft laten bouwen, hij was nl. ook eigenaar van de naastgelegen (nog bestaande) boerderij die in 1640 bekend stond als "Op ’t Wrot", in 1698 als "De Wrot" en later foutief als "It Wrok". (Fries "wrotte" = erg hard werken.)

Het huis werd in 1722 getekend als een robuuste zaalstins met 17de-eeuwse aanbouwen en een poort. Het werd bij een verkoop binnen de familie in 1676 omschreven als Hiemstra state en de sate met stins, huisinge, poort, singels, grachten en homeyen. In 1801 werd het huis afgebroken. Het terrein dat op de kadastrale minuut nog omgracht is, is nu akkerland en niet meer als stateterrein te herkennen.

(*1) In de 18de eeuw meende men daarom dat de kerkvoogdij langs deze huizen rouleerde. NO, II, 390. Op de kaart van 1664 zijn Heemstra en Hooghuystra (Oldhuystra) als adellijke staten, Nittema en Botma als eigenerfde staten aangegeven.
(*2) Deze afstamming bij: JR, 309 e.v.; SFA, I, 167. De naam Feye ook bij families met dezelfde afstamming: Van der Does in Leiderdorp en Sickinghe in Groningen; het wapen Van Dockum (twaalf ruiten schuin kruislings) ook in kwartieren Onsta te Sauwerd. Redmer Alma leidde uit kwartierwapens van Bawe Heemstra te Loppersum af dat de afstamming van de Heemstra's van heer Feye niet patrilineair was.
(*3) De precieze genealogie Heemstra vraagt nader onderzoek. De opgaven van UvB, en SFA wijken op verschillende plaatsen van elkaar af.
Bewoners 1449 Sippe Tjaerda/Heemstra en Ansck Heemstra
? - 1491 Ansck Heemstra
1491 - Feye, Rienk en Syds Heemstra
1511 Sippe Sydsz. Heemstra
weduwe van Sippe Sydsz. Heemstra gehuwd met Frans van Scheltema
Wopke Scheltema thoe Morra
Sippe van Scheltema gehuwd met Rixt van Scheltema
Rixt van Scheltema gehuwd met Tjerck Goslicks van Herema
Frouck van Herema gehuwd 1) Henning Georg van Andreae; 2) Lambert van Coehoorn
1676 familie Andreae
Rixt van Andreae gehuwd 1) Casper Tiddinga; 2) Willem van Haren
Elisabeth Titia van Haren gehuwd met Hendrik Casimir van Plettenbergh
1738, 1748 Johan Poppe Andreae van Plettenberg
1785 Hendrik Casimir van Plettenberg
1832 Folkert Cornelis Botma
Huidige doeleinden Het stateterrein wordt gebruikt als akkerland.
Opengesteld n.v.t.
Foto's Kadastrale Kaart met de States rond Metslawier uit 1832
Bronnen Tekst: Jan Leemburg
P.N. Noomen, De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners, 2009
Herma M. van den Berg, De monumenten van geschiedenis en kunst, Noordelijk Oostergo, De Dongeradelen
De website hisgis
Afb. 1 en 2: archief Jan Leemburg