Hemmema State bij Beetgum

Ligging Deze state stond vlakbij Beetgum en de terp Bessum maar behoorde onder het dorp Menaldum, gemeente Menaldumadeel.

Schilderij van Suzanna Margaretha, zus van Syds van Harinxma van Donia (1664)

Andere benaming Donia State
Ontstaan De state is in het begin van de 15e eeuw of al eerder gebouwd.
Geschiedenis Reeds in 1439 wordt er een "Hemmema statthen to Bessum" vermeld. Daaruit blijkt dat dit huis toen al een veel groter en voornamer voorkomen had dan de simpele verdedigbare woontoren die stins (= steenhuis) werd genoemd en waarmee Friesland destijds bezaaid was.

Net als bij de Hemmema State te Berlikum draagt ook hier de eerste eigenaar die we ‘kennen’ de naam Doeke Hemmema. Mogelijk één en dezelfde persoon. Waarschijnlijk stierf hij in 1439, want in een boedelscheiding van dat jaar is vastgelegd dat Thieda Doekadr. Hemmema die getrouwd is met Hannyke Ritzckazn. van Ameland op "Hemmema statthen to Bessum" gaan wonen. Zij erven tevens landerijen onder Berlikum waar ook een Hemmema State voorkomt. Hannyke was vrij zeker een zoon van Ritske Jelmera (1383-1450) die ondermeer eigenaar was van het eiland Ameland.

In 1511 is de State eigendom van Aleph Hettes Hemmema, broer van Doeke Hettes Hemmema van Berlikum. Aleph is degene die in 1496 meehelpt het huis van zijn broer Doeke, Hemmema State te Berlikum, te verdedigen tegen de Groningers. Aleph stierf kinderloos rond 1525 en de State te Bessum ging naar zijn zuster Syts Hettedr. van Hemmema die in 1488 gehuwd was met Sierck Keimpes Donia. Sierck wordt al in 1478 vermeld als mederechter van Menaldumadeel en bezat in 1511 34 pondemaat land onder Beetgum en 152 onder Menaldum, genoeg voor 3 middelgrote boerderijen. Hij was waarschijnlijk geboren op en eigenaar van de boerderij Donia sate aan de weg van Menaldum naar Schingen.

Hemmema State blijft in de familie Van Donia, want na Sierck en Syts woont zoon Keimpe Siercks van Donia hier tot 1561 en daarna Syds van Donia. Syds (uitspraak: Siis) van Donia was een van de ondertekenaren van het "klein compromis", een verbond tussen zo’n 60 Friese edelen die elkaar alle hulp beloofden "met lijff, guedt ende bluet tot defensie van de waarachtige religie". Dit wordt ook wel het Friese "Verbond van Edelen" genoemd, dat hetzelfde doel had als het grote verbond van edelen van Brabant, Vlaanderen en Holland. In navolging van de burgermeesters van Leeuwarden haalde Syds in 1566 samen met zijn knecht Bocke alle beelden en relikwieën uit de Beetgumer kerk. Deze opstand liep echter op niets uit en de actie in de kerk werd Syds niet in dank afgenomen. Volgens het vonnis van het Hof van Friesland van 22 oktober 1568 werden Syds, Bocke en "Jelle scroer" (Jelle kleermaker) uit het land verbannen "daar sij de beelden in de kerk van hunne woonplaats vernield hadden en daartoe geheel geschikte werktuigen hadden gebruikt". Ondanks dit vonnis en in tegenstelling tot vele anderen verliet hij het land niet, maar bleef op zijn state in Beetgum wonen. Hij bemoeide zich nergens meer mee. Hij kon ook bijna niets meer "aenmerckende d’impotentie ofte swackheyt zijner lichaam, als zijnde een gebroecken ende meest een blindt man". Tot in 1572, toen de opstand tegen Spanje in Holland en Zeeland wèl lukte en men nogmaals probeerde de Spanjaarden ook uit Friesland te verdrijven. De Watergeuzen trokken Friesland binnen vanaf de Zuiderzee en vanaf de Waddenzee. Om te voorkomen dat de twee groepen bij elkaar zouden komen legerde Caspar de Robles zich met zijn leger Waalse huurlingen bij Berlikum. Toen werd zowel Syds van Donia als zijn goed Roomse buurman Johann Onuphrius thoe Schwartzenberg van Groot Terhorne de grond te heet onder de voeten en trokken ze zich terug in de stad Franeker. Toen Franeker door Caspar de Robles werd veroverd op de geuzen raakte Thoe Schwartzenberg zijn bezittingen in die stad kwijt, omdat men hem door zijn vlucht naar die stad voor een geus aanzag en de al bejaarde Syds van Donia werd omstreeks oktober 1572 alsnog het land uit gezet. Hij reisde naar Bremen en stierf daar enkele maanden later, in februari 1573.

Keimpo van Harinxma van Donia kwam in 1593 een beetje knullig aan zijn einde. In "Grafschriften van Manldumadeel" staat aangetekend dat hij "van een huisman (dat is een boer) in dick van syn been met eentandich vorck worde gesteecken daar hij noch aen deselvens daechs sterff". Waarschijnlijk een onhandige ruzie die hem een slagaderlijke bloeding opleverde… Hij is tweemaal getrouwd geweest. Eerst met Margaretha van Gerbranda en na haar dood met Doedt van Holdinga.

Na Keimpo kwam er weer een Syds op de state, die zicht echter later Keimpe liet noemen. Hij trouwde met Ebel van Haytsma en kreeg samen met haar 6 kinderen. De oudste dochter, Rixt, trouwde in 1638 met Valerius Franciscus (Watze Frans) van Cammingha, Vrij- en Erfheer van Ameland. Het tweede kind was een zoon, weer een Syds, die vrijgezel bleef en tot zijn dood in 1667 op Hemmema State heeft gewoond. Twee kinderen stierven jong en de beide andere kinderen, Bonifacius (Bonne) en Suzanna Margaretha (Sjouk) stierven ongehuwd op resp. 31 en 38-jarige leeftijd.
Syds/Keimpe stierf in 1660, maar vóór die tijd maakte hij zijn testament op. Na enkele legaten aan de armen en kerken in de buurt wordt Hemmema State met alles erin en eraan toebedeeld aan de drie ongehuwde kinderen Syds, Bonne en Sjouk. De landerijen en boerderijen vanaf de "Beetgumer bueren" tussen de Beetgumer vaart en de Sânwei tot aan Westerwird, bij elkaar "ongeveerlijck twee hondert vijf en zestich pondematen" gaan naar zoon Syds. Daarnaast kregen ze ook de grafkelder en de herenbank in de kerk van Menaldum. Dochter Rixt had bij haar man een goed onderdak, ondermeer het Slot te Ballum op Ameland, het Amelandshuis te Leeuwarden, Waltastate te Tjerkwerd, het Heremahuis te Bolsward enz., waar ze ook regelmatig woonden. Zij kreeg 10.000 caroliguldens, een stuk of acht boerderijen en los land te Kubaard, Hommerts, Deinum, Oosternijkerk, Marssum, Hoogebeintum, Rinsumageest, op het Bildt en op andere plaatsen. De Bonne en Sjouk kregen ook ieder 10.000 gulden en boerderijen onder Menaldum, Beetgum, Hallum, Holwerd, Ternaard, Sybrandahuis, Kollum, Weidum, Marssum, Engelum en ook op Het Bildt. Over grootgrondbezit gesproken! In het geval "dat mijn drie jongste kinderen sonder wettige desenaenten (nakomelingen) kwamen te versterven" zou Rixt alles erven "want mijn ernstige wille en begeerte is dat het selve prelegaat in het Eeuwige in mijnne Bloede zal verblieven ende nimmermeer buiten mijne graadt vervreemdt mogen worden". Maar ook toen ging de tijd al snel, want dat "Eeuwig" zou in dit geval maar ruim 20 jaar duren. Toen ging tòch alles "buiten den bloede", namelijk naar twee verre nichten, omdat het enige kind van Rixt al vóór haar kinderloos overleden was.

Rixt van Donia woonde sinds 1672, als weduwe van Watse van Camminga, tot haar dood in 1681 op Hemmema State. De preekstoel in de kerk van Menaldum is een geschenk van haar. Tevens staan op een zilveren plaatje op één der stokken van de collectezakjes o.a. de letters RVD. Dat moet ook wel een schenking van haar zijn geweest.

Het testament van Rixt uit 1680 is ontzettend interessant, maar helaas te lang om hier weer te geven. Bij het opstellen leeft haar zoon nog en is getrouwd met Lucia van Aylva. Lucia had het flink verbruid bij haar schoonmoeder. Waarschijnlijk had zij ‘een gat in de hand’ en paste daardoor niet binnen de sobere en spaarzame filosofie van de Donia-clan. In haar testament schrijft Rixt ondermeer: "so is het dat de gedraeghsaamheyt van syne huysvrouwe Juffr. Lucia van Aylva sodanigh is dat ik te sijnen besten verstaen bedacht te moeten zijn om te beletten dat mijne goederen niet koomen tot haar profijt, noch onder haer bewind, gelijk na mijn doot ten deele souden kunnen geschieden indien daerinne bij mij niet werde versien so veel doenlijck ende na rechte geoirloft moge zijn."

Na de dood van Rixt wordt in 1682 de hele nalatenschap getaxeerd ten behoeve van de twee eerder genoemde verre nichten: Isabella Susanna (Belle) en Helena Maria thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg. Het betreft dan ondermeer "de adelijke huisinge, schuure, pickierstal (= paardenstal), thuininge, hovinge, grachten zingels, opreed, bomen en plantage, sampt schiphuis, Hemmemastate genaamt". Van de rest van de nalatenschap noemen we slechts de eerder vermelde states en huizen te Tjerkwerd, Bolsward, Leeuwarden en op Ameland en het totale grondbezit van ca. 4.000 pondemaat. De totale nalatenschap werd getaxeerd op een bedrag van 722.700 gulden. Omgerekend naar 2008 een slordige 100-miljoen euro.

Hoe Hemmema State er heeft uitgezien weten we niet precies, want er zijn voor zover bekend geen afbeeldingen van het huis bewaard gebleven. Een indruk krijgen we echter wel uit een uitgebreide inventarisatie. In 1664 stelden Syds van Donia en zijn zuster Suzanna Margaretha een "memory" op van alles wat er in huis van hun ouders was overgebleven. Per vertrek wordt beschreven wat daarin te vinden is. De vertrekken die genoemd worden zijn: portael, gangh, de intrek, daegs camer, ’t sael, cuicken, moerscamer, faers camer, broers camer, mijn camer, spijscamer, bodecamer, schriefcamer, kneghts solder, wol solder, kelder en twee flessen-kelders (een voor glaswerk en een voor stenen kruiken). Bij elkaar 18 ruimten in het huis en op het erf stond nog een schuur.
In ’t sael stond een grote tafel met daarover een groen lakens "tafelspreett" en eromheen 8 groene Spaanse stoelen. Ook de rest van de stoffering ’t sael was groen. Boven de haard hing een groot schilderij van oma Margriet Gerbranda en aan de wanden een aantal andere familieportretten. In "moers camer", de kamer van haar moeder, was de overheersende kleur blauw en in "faers camer" hingen groene gordijnen. Broers camer was ondermeer voorzien van gele, groene en witte gordijnen en tien bonte kussens. Over haar eigen kamer rept ze verder niet… Het totaal van die inventarisatie geeft, ondermeer door het vrijwel ontbreken van juwelen en goud- en zilverwerk, het beeld van een degelijke en ingetogen levensstijl van de familie Van Donia.

Met het overlijden van Rixt van Donia en haar zoon Duco van Cammingha stierven zowel de geslachten Donia als Cammigha uit.
Van de beide verre nichten kreeg Isabella thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg de Hemmema State. Zij was getrouwd met graaf Gustav Carlson en bleef op het naburige Groot Terhorne wonen. Waarschijnlijk is het huis na 1680 (vrijwel) leeg blijven staan. Doordat haar vader bijna failliet was gegaan en zij na zijn dood met de schulden bleef zitten, wist Isabella wat geldnood betekent en zij was dan ook niet van plan geld te verspillen aan een oud huis waar ze toch geen gebruik van wilde maken. In 1718 was het al flink in verval geraakt. In 1748 stond er nog een huis binnen de grachten, maar aan het eind van de 18e eeuw was daar niet veel van over.
In de "Tegenwoordige Staat" (ca. 1785) staat dat de State "eenige weinige overblijfselen uitgesondert, vernietigd" is. In 1832 vermeldt het kadaster nog een gracht, een vijver en een schuur. Die laatste moet rond 1859 zijn afgebroken…
In het Fries Museum staan nog twee stenen leeuwen uit 1648 die afkomstig zijn van Hemmema State. De ene draagt een schild met het wapen van Cammingha van Jelmera en de andere het wapen van Donia.
Rondom het terrein van de vroegere State zijn, in het kader van de ruilverkaveling, een aantal jaren geleden bomen geplant.
Bewoners - 1439 Doeke Hemmema
1439 Thieda Doekadr. Hemmema, getrouwd met Hannyke Ritzckazn. van Ameland
1511 - 1525 Aleph Hettes Hemmema
1525 Syts Hettedr. van Hemmema, getrouwd met Sierck Keimpes Donia
- 1561 Keimpe Siercks van Donia
1561 - 1573 Syds van Donia
1573 - 1593 Keimpo van Harinxma van Donia
1593 - 1660 Syds/Keimpe van Harinxma van Donia, getrouwd met Ebel van Haytsma
1660 - 1667 Syds van Harinxma van Donia
1672 - 1682 Rixt van Donia, weduwe van Watse van Camminga
1682 Isabella Susanna (Belle) thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg
Huidige doeleinden Het terrein is nu bouwland.
Opengesteld De met bomen beplante singel is vrij toegankelijk.
Foto's Het met bomen omzoomde state-terrein vanuit het westen op 26-03-2008 Kaartje met de States rond Beetgum en Engelum
Bronnen Tekst: Jan Leemburg
"Bitgum, de skiednis fan Bitgum en Bitgummole" door T. Kingma, 1988
"Tegenwoordige staat van Friesland" ca. 1785
"Menaldumadeel, 2000 jaar leven in een Friese grietenij" door David Hartsema, 1981
"Skiednis fan Menameradiel" red. O. Santema en dr. Y.N. Ypma, 1972
Afb. 1: archief Jan Leemburg Foto 1: Jan Leemburg
Afb. 2: Archief van J. Leemburg