Herjuwsma State te Ferwerd

Ligging Deze state lag ten zuidwesten van Ferwerd, gem. Ferwerderadeel.

Tekening van de state in 1723 door J. Stellingwerf

Andere benaming Juwsma State, Burmania State
Ontstaan Rond 1500 is voor het eerst sprake van een Herjuwsma Stins, maar het is onbekend wanneer deze stins gebouwd is.
Geschiedenis Aan het einde van de 15de eeuw waren er twee adellijke huizen te Ferwerd: Cammingha state ten noorden van de kerk buitendijks en Herjuwsma state op de grote terp ten zuidwesten van het dorp binnendijks. Het land van beide states grensde direct aan de dorpskom en aan het geestelijke goed rond het dorp, dat de abdij Foswerd in 1298 samen met het patronaatsrecht had weten te verwerven van de familie Heslinga. Het Herjuwsma goed zal dan vrij zeker van vˇˇr 1298 dateren.
Volgens Upcke van Burmania (1597) zouden de Herjuwsma's in hun wapen de nauwe verbondenheid met de kerk tot uitdrukking hebben gehad: ze zouden een kruis hebben gevoerd.

Van de Herjuwsma's in de 15de eeuw is zeer weinig bekend. De eerste van deze familie die in de bronnen aandacht krijgt is Gemme Herjuwsma. Nadat Saksische troepen onder leiding van Hans von Grombach de stins in de as hebben gelegd, ging hij in ballingschap. In 1504 keerde hij echter weer terug en liet de stins herbouwen. Acht jaar later, in 1512 werd hij van verraad beschuldigd; volgens getuigen zou hij steun hebben geboden aan Graaf Edzard van Oost-Friesland, die in het begin van de 16e eeuw een Fries Rijk probeerde te stichten. Deze graaf beheerste van 1506 tot 1514 reeds de huidige provincie Groningen. In 1504 werd Gemme samen met zijn buurman Gerbeth Mockema op Cammingha genoemd als edelman in Ferwerderadeel. Jancko Douwama deelt mee dat Gemme Herjuwsma en Gerbeth Mockema neven waren, maar dat ze verschillende partijen aanhingen: de eerste was Schieringer en de tweede Vetkoper. In verband met het vermeende heulen met de graaf van Ostfriesland werden ze in 1512 beiden te Leeuwarden onthoofd. Enige tijd werd de state in beslag genomen door de Bourgondische troepen onder leiding van Righter van Bommel. Daarna werden er Gelderse troepen op de state gelegerd. De goederen van Gemme, toen 100 pondemaat groot (ca. 37 hectare) werden vervolgens aan de Saksischgezinde Tjaerd van Burmania toegewezen.

De weduwe van Gemme, Saepk Ydsma krijgt pas in 1525 de geconfisqueerde landgoederen met de state terug. Zij verrichtte vervolgens een goede daad, door de herbouw van het Burgerweeshuis te Leeuwarden te bekostigen.
Saepck hertrouwde in derde echt met Douwe Rienks van Burmania, ridder, broer van genoemde Tjaerd van Burmania en evenals deze een hoge ambtsdrager zowel onder het Saksische als het Habsburgse bestuur.
Hun zoon Gemme van Burmania erfde Herjuwsma state van zijn moeder volgens haar testament van 1562. Hij ging er ook wonen. In 1555 was hij aanwezig bij de inhuldiging van koning Philips II te Brussel en hij werd bekend als het voorbeeld van Friese trots en onafhankelijkheidszin. Tijdens zijn eedaflegging weigerde hij te knielen en hij zou gezegd hebben: 'Wij Friezen knibbelje allinne foar God' (Wij Friezen knielen alleen voor God). Het was een al eeuwenlang bestaande traditie dat Friezen niet knielend de eed hoefden af te leggen en Gemme weigerde voor wie dan ook van dit traditionele recht af te zien. Hierdoor werd hij betiteld met de naam 'Standfries'. Voor dit staaltje van opstandigheid werd hij echter wŔl onmiddellijk door de Hertog van Alva verbannen en woonde enige tijd te Keulen. Na enkele jaren keerde hij terug in Ferwerd en stierf op Herjuwsma State in 1602. Gemme maakte in 1592 zijn testament op waarin hij de state belastte met fide´-commissaire bepalingen*. In dit testament was bepaald dat het Huis steeds aan de oudst in leven zijnde zoon moest vererven. Toch kwam het Huis aan zijn tweede zoon Rienk (de oudste zoon uit zijn tweede huwelijk), gehuwd met zijn nicht Ulbeth van Aylva uit Rinsumageest.

Dit huwelijk bleef kinderloos en Rienk liet Herjuwsma State bij zijn dood in 1645 na aan zijn neef Idzert van Burmania die gehuwd was met Susanna thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg van Groot Terhorne te Beetgum, dochter van Georg Wolfgang en Doedt van Holdinga.
Hun zoon Jarich werd daarna eigenaar van Herjuwsma. Hij overleed reeds in 1661 omstreeks 40 jaar oud en werd tot 1722 overleefd door zijn echtgenote His van Camstra.
Zijn opvolger was zijn zoon Idzard, vrij- en erfheer van Ameland, op 29-4-1696 benoemd als grietman van Rauwerderhem en op 14-5-1701 als grietman van Ferwerderadeel wat hij bleef tot zijn overlijden in 1708. Hij trouwde eerst met Teth Catharina van Eysinga uit Wirdum en in tweede echt in 1690 met Anna Dodonea thoe Schwartzenberg en Hohenlansberg.

Uit het tweede huwelijk werd in 1698 als jongste kind Idzert Hobbe geboren die in 1727 met Johanna Wilhelmina van Schratenbach trouwde. Hij was Raadsheer voor het Hof van Friesland en overleed in 1772 te Bakkeveen.
Hun zoon Willem Frederik Schratenbach van Burmania was ontvanger Generaal der florenen en schrijver van een juridisch werk en was de laatste bezitter van het erfgoed. Hij kreeg de bijnaam 'Zwarte Burmanje', omdat hij allerlei dubieuze figuren onderhield op het slot. Na zijn dood in 1805 werd de State niet meer bewoond en in 1816 voor afbraak verkocht. De opbrengst van het kasteel met 12 of 13 vertrekken bedroeg 1.402 gulden, de schuur en bijgebouwen brachten 896 gulden op. De bomen op de singels waren eerder al verkocht en rond 1900 werd de terp afgegraven.

Interessant is dat in 1562 aan het bezit van de state het recht een provenier in de abdij Klaarkamp te mogen benoemen verbonden blijkt te zijn. Op de zuidmoer van de kerktoren van Ferwerd is (was?) een zandstenen zonnewijzer aangebracht. Dit was een cadeau van Rienck van Burmania (1640) en is in 1704 vernieuwd door Idzard van Burmania, vrij- en erfheer van Ameland. Op de kap van de toren staat een windvaan met de familiewapens van de Burmaniaĺs, Schwarzenbergĺs en Camminghaĺs en dus vrijwel zeker ook geschonken door Rienck van Burmania.

Herjuwsma staat zowel op de kaart van Sibrandus Leo (1579), als op die van Winsemius (1622) en Schotanus (1664) als adellijk huis aangegeven.

De tekening van Stellingwerf laat een groot samengesteld huis zien met volledige verdieping boven de begane grond, opgetrokken langs een vierkant gedeelte onder een zelfstandig tentdak. Mogelijk was dit laatste een middeleeuws stinsgedeelte, waaromheen jongere vleugels werden opgetrokken. De linkertopgevel met zijn getorste pinakels kan uit het einde van de 16e eeuw dateren en zou door Gemme van Burmania gebouwd kunnen zijn met de zeshoekige traptoren aan de lange gevel. Ook de trapgevelvleugel ter rechterzijde vertoont nog de smalle vensters, waarvan het benedengedeelte door een luik gesloten kan worden. Het lage gedeelte nog verder rechts op de tekening zou een 17e-eeuwse aanbouw kunnen zijn. Het middeleeuwse gedeelte had kennelijk in 1722 een vrij recente ingang. De uitbouw aan de voorzijde van het oudste deel dat met een leien dak gedekt lijkt zou de oorspronkelijke traptoren geweest kunnen zijn.
Bij de afgraving van de grote terp waarop de state lag, de Wester- of Burmaniaterp, kwamen in 1912 de fundamenten van het gebouw aan het licht. In de gepubliceerde verslagen van het Fries Genootschap zijn echter geen nadere gegevens hierover te vinden. De archeologica uit de terp hebben alle belangstelling opgeŰist.

* In fide´-commissaire bepalingen werd vastgelegd dat een (stam)huis nooit verkocht mocht worden en nooit buiten de rechtstreekse afstammingslijn van de erflater mocht vererven. Een gebruikelijke strafbepaling voor overtreding was dat de erfgenamen de gehele erfenis kwijt zouden raken aan de kerk, een klooster, een weeshuis of een ander goed doel.
Bewoners ca 1500 - 1512 Gemme van Herjuwsma
1525 Saepk Ydsma, weduwe van Gemme, getrouwd met Douwe van Burmania
- 1602 Gemme van Burmania
1602 - Tako van Burmania (zoon van Gemme)
Rienk van Burmania (zoon van Gemme)
Idzart van Burmania (zoon van Sjuck, kleinzoon van Gemme)
Jarich van Burmania
Idzart van Burmania
Jarich van Burmania
Idzart Hobbe van Burmania
- 1805 Frederik Willem Schratenbach van Burmania
Huidige doeleinden Tegenwoordig wordt een deel van het terrein aangegeven door beplanting met bomen.
Opengesteld n.v.t.
Foto's Tekening van de State door D. Cannegieter uit 1884 Dezelfde tekening van de State in kleur
Bronnen Tekst: J. Leemburg
Elward en Karstkarel, Stinsen en States, Adellijk wonen in Friesland, 1992
P.N. Noomen, De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners, 2009
Herma M. van den Berg, De monumenten van geschiedenis en kunst, Noordelijk Oostergo, Ferwerderadeel, 1981
"Genealogie van het adellijk geslacht van Burmania" door Simon Wierstra
A. Algra, De historie gaat door het eigen dorp, ca. 1955
D. Cannegieter, Juwsma of Herjuwsma State te Ferwerd, 1883
"Tegenwoordige Staat van Friesland", 1785
Afb. 1: "De monumenten van geschiedenis en kunst, Ferwerderadeel"
Afb. 2: Stinsen en States, Adellijk wonen in Friesland
Afb. 3: Jan Kooistra