Herwey State te Ternaard

Ligging Deze State lag net ten zuiden van Ternaard, gemeente Dongeradeel.

Tekening door J. Stellingwerf uit 1723 (vermoedelijk Aylva State)

Andere benaming Groot Aylva (vermoedelijk)
Ontstaan De stins Heerwey wordt als woonplaats in 1425 voor het eerst genoemd. De oorsprong ligt vermoedelijk dan ook in de 14e eeuw.
Geschiedenis Herwey en Reinsma waren de twee belangrijkste huizen in Ternaard. In de 15e eeuw komen verschillende hoofdelingen voor genaamd Herweisma, tho Heerwey, Hertwey.

In 1425 was Uffa tho Heerwey grietman over het dan nog ongedeelde Dongeradeel. Zijn zoon was mogelijk Gherck to da Herewey, die in 1444 met andere hoofdelingen een verbond met de stad Groningen sloot en in 1453 een stuk over de Oostergoër markten mede ondertekende. Hij was volgens de genealogie van Upcke van Burmania gehuwd met een Doed, die later met een hoofdeling Jaersma, waarschijnlijk uit Holwerd, trouwde.(*1) Ghercks zoon Botte tho Herwey ondertekende in 1493 eveneens een verbond met Groningen. In 1487 sloot Botte een akkoord met zijn zuster Auck over de erfenis van hun ouders. Gerleff Bottez thoe Herwey wordt genoemd onder de edelen van Dongeradeel in 1505 en was eigenaar van Herwey in 1511. Door het huwelijk van zijn dochter Saeck Gerlofs van Herwey met Fedde Haerda uit Oosterbierum, kwam Herwey na haar dood in 1540 aan Pybe van Haerda. Pybe was met His van Bootsma uit Kollum gehuwd (zie Bootsma State). Hij werd lid van het Verbond der Edelen en toen Alva kwam en de Raad van Beroerten oprichtte, vond Pybe het geraden om naar Emden, "het Scheepken Christi" te vluchten. Honderden andere ballingen bevonden zich daar ook en in herberg "De Gulden Fontein" ging het nog al lustig toe. Maar Alva's handlangers en spionnen kwamen ook in Emden en rapporteerden trouw wat er zoal gezegd werd in de taveernen over het Spaanse bewind en welke plannen er werden gesmeed. Zo hebben ze ook getrouw weergegeven wat voor schone wensen Pybe uitte ten opzichte van Margaretha van Parma. Er schijnt echter weinig aandacht aan deze praatjes te zijn besteed. Toen Lodewijk van Nassau zijn inval in Groningerland deed was Pybe ook van de partij. Het is niet zeker, maar wel zeer waarschijnlijk, dat hij bij Jemgum heeft meegestreden voorzover er bij dat débacle nog van vechten gesproken kan worden. Daarna gingen vele ballingen watergeus worden en Pybe van Haerda dus ook. In februari 1571 landde hij met 120 anderen op Ameland, waar de bende een aanval deed op het slot van Cammingha te Ballum. Er werd verteld dat Pybe aan de tocht deelnam, alleen om van Ameland af de toren van Ternaard te zien. De aanval op het Cammingha-slot mislukte. De Spanjaarden hadden lucht van dit plan gekregen het slot was inmiddels bezet door soldaten van Caspar de Robles. Daar hadden de geuzen niet op gerekend. De aanvallers keerden terug naar Hollum en deden zich daar te goed aan bier en wijn, wat hun noodlottig werd. De soldaten van de Spaanse landvoogd werden nl. op hun beurt aanvallers geworden en het grootste deel van de geuzen werd bij deze verrassing gedood. Ook Pybe sneuvelde. De romantiek heeft zich later van dit geval meester gemaakt en in 1866 verscheen er nog een gedicht van Emma M. A. Zij beschrijft daarin de dood van Pybe tegelijk met die van zijn vrouw, die van Ternaard was overgekomen om haar echtgenoot te ontmoeten. Zij stierven in elkaars armen. De historie is helaas prozaïscher want His was helemaal niet op Ameland. Zij hertrouwde met de Spaansgezinde edelman Jacob van Hoorn, met wie zij later naar Groningen uitweek toen na 1580 in Friesland de vrijheidspartij definitief zegevierde. Herwey kwam aan de zoon van Pybe en His, Fedde van Haerda. Of Herwey tijdens Alva's bewind ook ver­beurd verklaard is geweest, weet ik niet. Wel komt het meer voor, dat de man vluchtte en dat de vrouw ongemoeid werd gelaten.

Zoon Fedde van Haerda had geen kinderen (is misschien ongehuwd overleden) en Herwey kwam na zijn dood aan zijn tante Jouck van Haerda, een zuster dus van Pybe de Geus. Zij was gehuwd met Gemme van Burmania en omdat het echtpaar geen kinderen had, erfde Van Burmania de state Herwey. Via zijn tweede vrouw Jel van Aylva kwam het rond 1596 aan Ernst van Aylva, een lid van dit in Friesland zo bekende geslacht. (Aylva wordt als A-lu-a uitgesproken). Hij woonde toen te Holwerd, maar schijnt in 1627 te Ternaard te zijn gestorven en begraven, net als zijn vrouw Ydt van Heerma. Aanvankelijk was hij grietman van West-Dongeradeel, later van Oost-Dongeradeel. Uit hem stamde de familietak "Aylva toe Herwey".
Zijn tweede vrouw bleef op Herweij wonen en na haar kwam kleinzoon Douwe van Aylva op de state wonen met zijn vrouw Luts van Meckema. Zij was een dochter van Hessel van Meckema uit Kollum, de man die zijn leven voor het vaderland offerde in de slag bij Boksum (zie Nieuw Meckema State).
Zeker is het, dat de zoon van Douwe op Herwey gewoond heeft. Hij heette ook Douwe en deze Douwe II was eveneens met een Luts Meckema gehuwd, een dochter van Julius Meckema. Dit heeft bij historici veel verwarring gezaaid. Deze Douwe II is in 1636 grietman van West-Dongeradeel geworden, maar hij werd in 1654 bevorderd(?) tot grietman van Leeuwarderadeel. Schotanus noemt hem "bijkans opperregent van Vriesland", wel een bewijs, dat hij veel invloed had in dit gewest. Hij en zijn vrouw waren het die samen met hun zoon Ernst Sicco rond 1660 het Bader-orgel aan de kerk schonken.
Hun zoon Ernst Sicco volgde hem op in West-Dongeradeel, welke grietenij hij bestierde van 1654-1678. Vader Douwe en na zijn dood zijn weduwe Luts, "de Vrouwe van Herwey", bleven op Herwey wonen in plaats van zich in Leeuwarden te vestigen. De bepaling dat een grietman in zijn grietenij moest wonen, gold toen nog niet. Als tegenwicht tegen de bruidsschat voor zijn dochter Lucia liet vader Douwe voor zijn zoon Ernst Sicco een tweede adellijk huis te Ternaard bouwen op de plaats waar de boerderij "De Spiker" stond, iets ten oosten van de kerk.
Hun dochter Luts, die gehuwd was met Feye van Scheltema, grietman van Kollummerland, erfde uiteindelijk de state Herwey. Zij woonden afwisselend op Herwey en op Herckema te Augsbuur (zie Clant State). Luts hertrouwde met Epo van Aylva, eveneens grietman van Kollumerland, en beide states bleven in hun bezit.

Na hun dood omstreeks 1720 zal het huis enige tijd onbewoond hebben gestaan, tot hun kleindochter Johanna Wilhelmina van Schratenbach, gehuwd met Eduard Hobbe van Burmania, er kwam wonen van 1748 tot 1770. Tot 1791 bleef het nog in het bezit van erfgenamen, maar in dat jaar werd Johan Sippo van Harinxma thoe Slooten van Tjessens te Holwerd de enige eigenaar. Toen hij het goed in 1796 verkocht, stonden er op het hornleger twee huizen en een schuur. De onderwijzer W. de Wendt, die in 1806 in Ternaard was gekomen, schrijft dat er meer dan 40 vertrekken waren in het royaal ingerichte huis. Een volgende eigenaar, notaris en grietenijsecretaris Jan Klaassensz te Dokkum, liet het huis in 1818 afbreken en er een nieuw huis zetten. In 1832 was hij nog eigenaar. Dit huis verdween in 1894, toen het terrein verkaveld werd. Van de twee opstallen die op de kadastrale minuut van 1830 getekend zijn zou het ene dan het nieuwe huis van de notaris moeten voorstellen.

Winsemius beeldde Herwey in 1622 op zijn kaart als adelshuis af. De ligging van Herwey was strategisch: aan de Hereweg naar Dokkum, waaraan de stins ook zijn naam ontleende. Tot 1770 werd Herwey adellijk bewoond. Toen het in 1796 door de erfgenamen van de Aylva's werd verkocht stonden er op het erf twee huizen; een daarvan had meer dan 40 vertrekken.
In het prentenkabinet van het Fries Museum is een pentekening bewaard gebleven van Jacob Stellingwerf uit 1723. Het bijschrift luidt: "t Slot te Tennaert in Westdongerdeel, behoort Douwe van Aylua grietman van Kollumerlant'. Iemand anders vulde met potlood 'Aylvastate' in. Dit levert echter veel verwarring op, want als je kijkt naar de naam van de eigenaar, dan wijst dat juist in de richting van de Herwey State. Ook dit is een van de vele door Stellingwerf en een onbekende persoon nagelaten raadsel, want wie schreef wàt onder de tekeningen? Als de tekening Herwey afbeeldt kan het niet anders dan het oude huis zijn dat uit de stins ontstaan is. Het royaal ingerichte grote huis met 40 vertrekken waarvan sprake is, moest toen wellicht nog gebouwd worden. Als het inderdaad Aylva State is, heeft iemand anders er foutieve informatie bij geschreven. De vermelding van de beperkte grootte van Aylva State in 1822 geeft aanleiding te vermoeden dat toch Aylva State is afgebeeld en dat een tekening met vermelding 'Groot-Aylva' het huis Herweij voorstelt.

De State die we op de afbeelding zien, staat op een omgracht terrein, dat via een brug met poortgebouw te bereiken was. Dit poortgebouw had rolwerkgevels en stamt daarom uit de eerst helft van de 17e eeuw. Over de gracht was nog een tweede smalle brug aangebracht, waarover men direct bij een zijingang van de State uitkwam. De State zelf was een langgerekt gebouw van slechts één bouwlaag en werd gedekt door een schildkap. De eenvoudige State stamt mogelijk uit dezelfde periode als het poortgebouw, maar kan ook iets ouder zijn. Het huis was niet symmetrisch, want de toegang tot de State werd gevormd door een grote poortingang, die zich iets naast het midden bevond, met daarboven een uitgemetselde halsgeveltop. Links en rechts van de ingang bevinden zich twee ramen: links 2 smalle ramen met luiken en rechts 2 kruisvensters met luiken en glas-in-lood.

(*1) Uit dit huwelijk zou een stiefdochter Auck Jaersma met Wibrant Roorda van Genum zijn getrouwd. Dit is onjuist: Auck was geen stiefdochter tho Herwey, maar een echte dochter.
(*2) Pybes zoon Fedde week na 1580 uit en staat daarom in de "Conscriptio Exulum". Pybe zelf niet; die overleed in 1571 op Ameland.
Bewoners 1425 Uffa tho Heerwey
1444 Gherck to da Herewey
1493 Botte tho Herwey
1511 Gerleff Bottez thoe Herwey
tot 1540 Saeck Gerlofs van Herwey en Fedde van Haerda
1540 - 1558 Fedde van Haerda
1558 - 1568 Pybe van Haerda
1596 - 1627 Ernst van Aylva
1627 - 1636 Douwe van Aylva I
1636 Douwe van Aylva II en Luts van Meckema
Luts van Meckema
Luts van Aylva en Feye van Scheltema
1748 - 1770 Johanna Wilhelmina van Schratenbach
tot 1791 erfgenamen van Johanna Wilhelmina van Schratenbach en Eduard Hobbe van Burmania
vanaf 1791 Johan Sippo van Harinxma thoe Slooten
1818 Jan Klaassensz
Huidige doeleinden Van de State is niets meer terug te vinden.
Opengesteld n.v.t.
Foto's De huidige situatie op het stateterrein van Herwey in 2010 Kaartje van de States rond Ternaard uit 1716
Bronnen Tekst: Jan Leemburg
P.N. Noomen, De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners, 2009
Herma M. van den Berg, De monumenten van geschiedenis en kunst, Noordelijk Oostergo, De Dongeradelen
De website hisgis
Elward en Karstkarel, Stinsen en States, Adellijk wonen in Friesland, 1992
A. Algra, De historie gaat door het eigen dorp
O. Santema, Alde doarpsgesichten, ca. 1965
Nieuwsblad voor N.O. Friesland, 5 juli 1978
Aantekeningen archief J. Leemburg
website van Simon Wierstra
Afb. 1: "Alde doarpsgesichten"
Foto 1: Jan Leemburg
Afb. 2: Archief Jan Leemburg