Hommingastins bij Abbega

Ligging Deze stins stond bij Abbega, gemeente Súdwes-Fryslân.
Ontstaan Deze stins bestond mogelijk al in 1422.
Andere benaming Syaerdastins in de Morra, Bonningastins
Geschiedenis In 1422 wordt Homme Homminga genoemd onder de Schieringer hoofdelingen, direct na de gebroeders Harinxma. Over het algemeen wordt aangenomen dat hij getrouwd is geweest met een zus van Haring Harinxma, de vader van de hierboven genoemd broers. Hij komt echter nog in 1447 in een oorkonde voor, waardoor het aannemelijker is, dat hij zwager van deze twee broers was. Als hoofdeling moet hij de beschikking hebben gehad over eens stins in Abbega en mogelijk zelfs een stins in Dronrijp.
Voor of in 1447 woedt er een strijd tussen Hessel Albada en Homme Homminga, waarbij Homme gesteund wordt door de Harinxma's. De strijd vindt plaats rond de stins van Hessel aan de Hemdijk in Westhem. Deze stins wordt verwoest, waarna het tot een verzoening komt. Van deze verzoening is een oorkonde opgesteld, waarin ondermeer een regeling getroffen wordt over de schade die Hessel Albada heeft toegebracht aan Homme Homminga's pachters in "Abbega en in da Mora" en over het geschil tussen Hessel en Homme over Wobbemagoed in Abbega. [Mora is het buurschap Morra ten noorden van Abbega, waar zich de stins van Homme bevond.]

In 1450 wordt er een regeling getroffen door de grietmannen van Wymbritseradeel over het gerecht van de stad IJlst. In de bewaard gebleven oorkonde wordt vermeld dat Homme in Abbega woonde en pas aan de hand van het bezit van zijn nakomelingen weten we dat zijn stins in de Morra gestaan moet hebben.
Homme leeft nog in 1459, als hij een vete met Kempo Unyngha heeft gehad. Deze vete is ontstaan doordat zijn zoon Jelmer Hummaz aan Kempo en zijn mannen op de Hemdijk schade heeft berokkend. Na 1459 komen we Jelmer niet meer tegen; wel zijn dochter Hylck.

Door het huwelijk van Hylck met Foppe Siaerda komt de stins in bezit van deze familie. Foppe is een halfbroer van de hoofdeling Sicke Siaerdema, uit de stad Franeker. Hylck en Foppe vestigen zich op Hommingastins en ze worden de stamouders van de familie Siaerda in Wymbritseradeel.
Foppe sterft jong en zijn weduwe is dan in verwachting. Er wordt een zoon geboren, die naar zijn vader, Foppe wordt genoemd. Foppe Siaerda trouwt met Perck Hilles Bonninga en hun nakomelingen blijken soms als Bonninga à Zyaerda in de archieven voor te komen. Ook de naam van de stins wordt dan Bonninga genoemd.
Foppe (II) Siaerda is in 1490 al een bejaarde man, als zijn stins bestormd wordt door Douwe Epez Hettinga, een Vetkoperse hoofdeling. Douwe woont op een nabije stins in Abbega. Foppe is niet bedacht op deze bestorming en heeft ook geen helpers in zijn huis laten komen. Met behulp van rook en vuur lukt het Douwe om de "Syaerda styns ende huys" in te nemen. Foppe, die een "guedt, vreedsaem oldt heerschap [is,] stierf door die moeienisse ende bangicheit binnen drie dagen".

Foppe wordt opgevolgd door zijn zoon Pier Foppes, die zich op Bonninga te Oppenhuizen vestigt. Deze stins wordt een jaar later, in 1491, door leden uit de familie Hettinga verwoest; waarna hij zowel deze stins als de stins in de Morra laat herbouwen. Hij heeft niet veel geluk, want de Hommingastins, "de Pier Foppes Bonninga huys in die Morra", wordt in 1495 weer belegerd, nu door een groep Vetkopers onder leiding van Juw Juwinga uit Bolsward. Ze weten de stins te veroveren en roven al het waardevolle. Waarna ze de stins verwoesten en in brand steken.
Helaas wordt de stins dan niet meer herbouwd, maar verandert in een boerderij.

Zo komen we de 'sate in die Morra' in 1511 tegen, als deze door de hoofdeling Goffa Pierssz te Oppenhuizen verhuurt wordt. Goffa is de zoon van Pier Foppes. De zate is dan 50 pondematen groot en wordt aangeslagen voor 16 floreen. Via de registers uit 1511 en 1543 weten we dat ten zuiden van de boerderij 'de fenne van Homma Douwaz Hettinga (Wobbema-goed)' en het Heringa-goed te Westhem grensde.
De boerderij komen we ook nog in 1640 tegen. De grootte is dan 52 pondematen en wordt aangeslagen voor 17 floreen, terwijl het goed in 1700 is gesplitst in twee gelijke helften.
Op een kaart in het atlas van Schotanus-Halma uit 1718 zien we dat direct ten oosten van de boerderij een stinswier wordt aangegeven. Op deze wier zal de stins gestaan hebben. Op de kaart uit het atlas van Eekhoof uit 1850 komen we deze wier niet meer tegen.
Bewoners gen. 1422 - 1459 Homme Homminga, getrouwd met Ymck Harinxma
1422 - 1424 Hylck Homminga (dochter), getrouwd met Foppe Siaerda
- 1490 jonge Foppe Siaerda (zoon), getrouwd met Perck Hilles Bonninga
Pier Foppes Bonninga of Siaerda (zoon) Goffa Pierssz Bonninga van Siaerda (zoon) te Oppenhuizen.
Huidige doeleinden Van deze stins is niets meer terug te vinden.
Opengesteld n.v.t.
Foto's
Bronnen Tekst: P.N. Noomen
P.N. Noomen, De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners, 2009
De website hisgis
P.N. Nomen: hartelijk dank voor alle informatie en het vele onderzoek!!