Idsinga State bij Jirnsum

Ligging Deze state lag bij Jirnsum, gemeente Boarnsterhim.

Een deel van de bebouwing van het stateterrein op 8 mei 2011

Ontstaan Het ontstaan van de state is niet bekend.
Geschiedenis "Na de verwoesting van zijn stins te Westhem in 1443 vestigde Hessel Albada zich te Irnsum. Zijn waarschijnlijke zoon Doitse Albada maakte in 1466 zijn testament. Hij liet toen twee goederen te Abbingawier na: dat groete guedt toe Abbinghawier en dat gued daer Ids op woent. Bovendien lag ook zijn Idsingha gued te Irnsum.
De beide goederen te Abbingawier werden in 1466 aan dochters van Doitse nagelaten en kunnen buiten de familie geraakt zijn. Het goed Idsinga vererfde uiteindelijk aan zijn achterkleinzoon Kempo Jongema, vervolgens kwam het voor 1531 door koop aan Eda Jongema die het naliet aan zijn dochter Womck, gehuwd met Eelcke Heringa. Omdat Hessel Jongema kind(eren) in 1511 samen met Ede Jongema een aandeel in het grootste goed te Irnsum (fl. 17-14-0) had(den), bezat Ede waarschijnlijk al een deel van Idsinga en is het verleidelijk in FC20, het grootste goed in 1700 (fl. 17-14-0), Idsinga te zien.
Zie voor verdere informatie: GJB (1997) 170-175; RvdA, I, 272 (Eda Jongen en Hessel Jungma kinden); BB, 136 (Eelck Heringe landen)." aldus P.N. Noomen

In 1640 is het goed in handen van jhr. Tjalling van Eysinga te Marssum en de pachter is Bote Jacobs. Volgens het stemkohier van 1698 zijn er drie eigenaren: "Vrouwe Cecilia van Humalda als moeder etc van haar kinderen bij wijlen jr. Tjalling Edo Johan Heringa van Eysinga voor 1/3", "jr. Edzart van Burmania, vrijheer van Ameland, grietman over Rauwerderhem, als vader etc. van zijn kinderen bij wijlen Teth Catharina Roorda van Eysinga voor 1/3" en "Hopman Nicolaus Haringa, apotheker, Leeuwarden, als man en voogd over vrouw Etzelia van Eysinga, voor 1/3" en is het in gebruik is bij ontvanger Claes Aebbes. Die situatie heeft daarna niet lang meer geduurd, want het floreenkohier van 1700 vermeldt Hessel en Claes Dircks als eigenaren. De pachter is nog wel dezelfde Claes Aebbes. In 1728 is Claes Dircks inmiddels overleden want de helft van het goed is dan eigendom van zijn erven en de andere helft is nog van Hessel Dircks. Jacob Sakes is dan de gebruiker. In 1832 is het goed eigendom van Klaas Durks Harinxma die te Poppingawier woont en dus zelf de boerderij niet gebruikt zal hebben.

Bewoners 1466 Doitse Albada
- 1531 Kempo Jongema
1531 Ede Jongema
Womck Jongema, gehuwd met Eelcke Heringa
1640 jhr. Tjalling van Eysinga te Marssum eig., Bote Jacobs gebr.
1698 jhr. Edzart van Burmania, Nicolaus Haringa en kinderen jhr. Tjalling Edo Johan Heringa van Eysinga eigenaren, ontvanger Claes Aebbes gebruiker.
1700 Hessel en Claes Dircks
1728 Claes Dircks erven en Hessel Dircks
1832 Klaas Durks Harinxma

Huidige doeleinden Van de state is niets meer terug te vinden. Op de foto een deel van de woonwijk die op het terrein is verrezen.
Opengesteld n.v.t.
Foto's
Bronnen Tekst: Een deel van de tekst is met toestemming van auteur P.N. Noomen overgenomen van www.hisgis.nl, tab "kaartlagen", keuze "Stinzen Fryslân". Die tekst is tevens gepubliceerd in "De Stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners", P.N. Noomen, Uitgeverij Verloren, Hilversum 2009
Foto 1: archief van J. Leemburg