Jagtlust

Ligging Deze buitenplaats stond ten oosten van Kuikhorne, ten zuiden van de Kuikhorneweg, ten oosten van de Oostersingel en ten westen van de Kuikhornstervaart, gemeente Dantumadeel.

Afbeelding van het huis door onbekende tekenaar ca 1870 - 1890

Ontstaan Het huis werd kort na 1758 gebouwd.
Geschiedenis Het buiten Jagtlust kon men betreden via een hoge stoep, die naar de voordeur leidde. Aan weerszijden van deze hoge stoep stonden 2 stenen leeuwen, die elk een wapenschild bewaakte, met daarop naar alle waarschijnlijkheid het wapen van de Van Haersma's.
Volgens overlevering kwamen de Nassau's er vaak jagen. Dit zouden dan in de 17e eeuw de Friese stadhouders kunnen zijn geweest of in de 18e eeuw Willem V met zijn gevolg. Aannemelijk is dit laatste niet, want na de dood van Johan Willem Friso in 1711 (hij verdronk bij Moerdijk), hadden de Nassau's politiek gezien weinig te zoeken in Friesland en zij zijn officieel alleen in 1773 in Friesland geweest. Als het al zo is geweest, dan vonden deze jachtpartijen waarschijnlijk incognito plaats.

Een zekere Lykas Schwartzenberg trouwde met een Van Haersma, die op de Stania State woonden. In 1758 koopt hij een bos ten westen van Kuikhorne en laat daar dit huis bouwen. Hij wilde graag dicht bij zijn bosbouwbedrijf wonen, dat hij hier had.
Een van de latere eigenaars was mr. Wybe van Haersma. Hij werd "Wylde Wibe" genoemd en was kantonrechter. Na zijn dood in 1822, blijft zijn weduwe Aalkjen Braunius er wonen. Zij sterft op 4 mei 1823 in het huis en in september wordt het huis via een openbare veiling verkocht. De omschrijving luidt: "de buitenplaats Jagtlust met belendende boereplaats (10 bunder) voorts 155 bunder bosch te Kuikhorne en Veenwouden in gebruik bij Mr. W. H. van Haersma".
Op 8 november 1824 wordt het huis uiteindelijk verkocht aan Petrus H. Feenstra, die arts is, afkomstig uit Kimswert. In opdracht van hem werd er veel aan het huis en de tuin veranderd. In de tuin werd een grote vijver gegraven. De grond die daarbij vrij kwam, werd gebruikt voor de aanleg van een grote heuvel, waarop een belvédère gebouwd werd.
Op deze belvédère bouwde hij een telescoop waarmee hij het heelal bestudeerde. De inwoners van Kuikhorne zeiden spottend, dat hij zijn wijsheid uit de sterren las. De dokter nam een koetsier in dienst, die Harm Durks de Vries heette. Dokter Feenstra overleed in 1850 en in de Leeuwarder Courant van 1852 stond een advertentie waarin de "Verkoop der buitenplaats Jagtlust te Kuikhorne" werd aangekondigd.
Het huis bestaat dan uit "een hoofdgebouw met 6 grote en 2 kleine kamers, een keuken, kelders, zolders, enz.

Het huis werd gekocht door een gepensioneerde zeekapitein, die Dur Leu hette en getrouwd was met een "Van Knijff".
Waarschijnlijk is Dur Leu in 1872 overleden, want in dat jaar komt Jagtlust weer onder de hamer. Met de verkoop wilde het niet lukken, want in 1886 staat het weer te koop. Mogelijk is het vanaf toen verhuurd en in 1892 wordt het weer te koop aangebeoden in opdracht van de weduwe Dur Leu-Van Knijff. Toen werd het eindelijk gekocht door T. Wiegersma J.Rz. uit Leeuwarden, die sigarenfabrikant was. Hij kocht het huis met het doel er een sigarenfabriek in te beginnen.

Om de fabriek beter bereikbaar te maken, schreef hij de omliggende gemeenten aan, om de Zwetteweg te mogen bestraten, maar daar is veel strijd over geweest. Toen eindelijk rond de jaarwisseling de Zwetteweg een straatweg werd, was de fabriek er al niet meer.

In 1906 wordt Jagtlust afgebroken en de voorname stenen leeuwen getransporteerd naar Bergum en daar geplaatst bij het oude gemeentehuis (Van Sminiahuis). In 1936 werd het gemeentehuis afgebroken en de twee leeuwen verkocht aan Jhr. H.W.L. de Beaufort, eigenaar van kasteel Leeuwenburg bij Langbroek, gemeente Driebergen. De twee leeuwen met de Friese wapens van de families Van Coehoorn en Van Scheltinga, houden daar nog steeds de wacht.
Van Jagtlust zijn alleen de kelders bewaard gebleven, deze zijn echter volgestort met puin.
In de 19e eeuw was het Van Sminiahuis eigendom van Hobbe Baerdt van Smina en Wiskje Coehoorn van Scheltinga. Hun dochter Boudina Lucia Ebella van Sminia, erfde dit huis van haar ouders. Zij was getrouwd met Willem Hendrik de Beaufort in 1868 en daarmee de moeder van Jhr. H.W.L. de Beaufort.

Het wapen van de familie Van Coeehorn bestaat uit 2 zwarte hoornen met eromheen wit en twee klimmende beren in zwart met geel eromheen. Dit wapen was van Amalia Barones van Coehoorn, gestorven in 1708. Het andere wapen is van haar echtgenoot Martinus van Scheltinga, overleden in 1742, en bestaat uit twee rode rozen met een gouden knop in het midden. Daaromheen was het wapen zilverkleurig.
Bewoners ca 1758 Lykas Schwartzenberg
- 1822 mr. Wybe van Haersma, getrouwd met Aalkjen Braunius
1822 - 1823 Aalkjen Braunius
1823 - 1824 erven mr. Wybe van Haersma
1824 - 1850 Petrus H. Feenstra
1850 - 1852 erven Petrus H. Feenstra
1852 - 1872 zeekapitein Dur Leu
1872 - 1892 weduwe Dur Leu-Van Knijff
1892 - ca 1900 T. Wiegersma J.Rz.
Huidige doeleinden Van het huis is niets meer terug te vinden.
Opengesteld n.v.t.
Foto's fotos2/JagtlustKuikhorne2_1852.htm')"> Aanplakbiljet van de Openbare Verkoping uit 1852 Foto van de ene leeuw bij Leeuwenburg in Langbroek Foto van de andere leeuw bij Leeuwenburg in Langbroek
Bronnen Tekst: Archief van Jan Kooistra
de heer S. Siebenga
Afb. 1: Archief van Jan Kooistra
Afb. 2: de heer S. Siebenga
Foto 1 en 2: de heer S. Siebenga