Mammema State

Ligging De Mammema State stond te Jellum, v/h gemeente Baarderadeel, nu Littenseradiel, Hegedyk nr. 30.

Foto van het huidige huis op 31 maart 2005

Ontstaan De oudste vermelding van een Mammema Stins dateert van rond 1400.
Geschiedenis Een van de eerste Jellumer edellieden die we treffen en die we ook tegenkomen in het nabijgelegen Weidum op Monnikhuys alias Dekema State, is Frans Dekema. Zijn stins stond in 1210 aan de Boorndijk. Ook later hebben de Dekema’s nogal wat in de melk te brokkelen, wat wel blijkt uit hun bezit aan landerijen in 1511. Meer dan de helft van het 657 pondemaat grote dorpsgebied van Jellum hebben zij dan volgens het "Register van den Aanbreng" in eigendom. Mammema state is dan in het bezit van Juw Dekema.
In de opgave van de kerkelijke bezittingen van 1543 komt maar liefst 14 keer de naam voor van "Meester Sicko" als naastligger van de landerijen van de kerk. Deze Sicko Juws van Dekema was een staatsman en getrouwd met Luts Sickes van Liauckama. Tijdens de zomermaanden woonden zij op Mammema State, maar ’s winters meestal te Sneek in de Gruitersmastins aan de Marktstraat. Vaak komen we de naam van Mr. Sicko van Dekema tegen in de geschiedenis. Op 19 september 1545 wordt hij, samen met een andere gedeputeerde, Sybrand van Roorda, door Karel V tot ridder geslagen en tien jaar later legt hij met een aantal andere Friese edelen staande de eed van trouw af aan koning Philips II. Die eed moest knielend worden afgelegd, maar de Friezen hielden hun rug recht en bleven staan onder het motto "Wij Friezen knielen alleen voor God". Sicko overleed in 1558. Van zijn 10 kinderen is het voornamelijk Sicke de oude, die een rol heeft gespeeld in de geschiedenis.

Jonker Sicke werd geboren te Jellum in 1548. Toen hij tien jaar oud was verloor hij zijn vader en in 1568 stuurde zijn moeder hem, samen met zijn broer Frans, naar Spanje om daar aan de hogeschool te Salamanca te studeren. Samen met hen reisden Bucho, Hette en Folkert van Aytta, neven van de beroemde Viglius van Aytta uit Swichum daar naartoe. In Spanje stonden ze onder toezicht van de Fries Jochem van Hoppers, die aan het hof van koning Philips II vertoefde en die een vriend was van de bovengenoemde Viglius van Aytta.
In 1573 reisden Jonker Sicko en Frans via Valencia, Barcelona, Genua en Parma naar Pavia in Italië, waar ook een beroemde hogeschool stond. Frans had het daar al gauw bekeken en reisde terug naar Friesland, maar Sicke bleef en werd er doctor in de rechten. Voor de boedelscheiding in 1575, na de dood van zijn moeder, was hij weer thuis en kreeg Mammema State te Jellum in zijn bezit.

De instorting van het Spaanse bewind in 1576 te Brussel en als gevolg daarvan de opstand van het Spaanse leger had ook in Friesland gevolgen. Op 20 mei 1577 schrijven Sikke van Dekema en Lieuwe van Beijum in een brief aan Gedeputeerde Staten dat zij veel smaad en verdriet ondervinden van de soldaten. Als de Hervorming doorzet en het verzet tegen de Spanjaarden openlijke vromen aanneemt, moeten veel Rooms Katholieken het land ontvluchten. Drie broers en een zuster van Sicke nemen de wijk naar Keulen, waar ze in ballingschap sterven. Dan erft Sicke "Gruyters huizinge tot Sneeck, met het hof en de heerlijckheyt van de Swanejacht, mitsgaders het Leen tot het voorz. huys behoorende, waaronder ressorterende eene State tot Arum". Hij bleef in de politiek, ook de buitenlandse. Op 26 juni 1608 is hij aanwezig bij het sluiten van een verdrag met Engeland. Sicko tekent met de titel "Heer van Jellum, Tamminghaborgh en de Marne". Toen een afschrift van het stuk de Staten van Friesland bereikte, waren de rapen gaar, want in Friesland had niemand het recht om de titel van 'Heer' te voeren. Sicke was getrouwd met Helena Onnes Tamminga, enig kind en erfdochter van Onno Tamminga op Tammingaborg te Hornhuizen in Groningerland. Daardoor kwam hem de titel "Heer van Tammingaborg en de Marne" wel toe, maar dat "Heer van Jellum" schoot de Staten in het verkeerde keelgat. Dat heeft dan ook een hoop heisa gegeven. Jonker Sicke overleed in 1625, vijf jaar na zijn vrouw. Hun grafkelder ligt in de kerk van Jellum.

Sicke en Helena hadden blijkbaar geen kinderen, want na hen vinden we Dominicus Justus van Botnia, grietman van Baarderadeel, op Mammema State. Die overleed in 1660 als laatste mannelijke telg van het geslacht Botnia en het huis werd eigendom van zijn enige dochter, die getrouwd was met kolonel Watze van Burmania. Zij overleed in 1708.
In 1726 overleed Jhr. Dominicus Justus Botnia van Burmania, eigenaar van Mammema State en in 1781 stierf de volgende eigenaar Jhr. Watze Justus Dominicus Julius Botnia van Burmania volgens het dagboek van hereboer Sluyterman is hij "seer subyt overleeden".
Blijkbaar zijn de Botnia van Burmania’s uitgestorven, want enkele maanden later was er een ‘boelgoed’ op Mammema State. En het landgoed werd verkocht aan Wilco Holdinga Tjalling Kamstra baron thoe Schwarzenberg en Hohenlandsberg. De bronnen spreken elkaar hier tegen, want volgens "De Vrije Fries" uit 1787 wordt gemeld bij 'Beschrijvinge van't dorp Jellum', dat de State vererft op Vrouwe Christiana Geertruid Mekkema van Burmania, dochter van voorgaande eigenaar en was zij getrouwd met Wilco Holdinga Tjalling Kamstra.
In elk geval heeft deze Wilco zowel "de huizing als de plantagie grootelyks doen verbeteren".
Ongeveer vijftien jaar later, rond 1800, was Mr. Jan Hendrikus Jetso van Wageningen eigenaar van Mammema State. Hij was ook mede-eigenaar van Dekema State te Jelsum.

De stins zou omstreeks 1400 gebouwd zijn en vele malen verbouwd en gemoderniseerd. Een van de laatste moderniseringen heeft rond 1787 plaatsgevonden, waarbij de hoge bomen van het park sneuvelden. In 1854 stond het slot te huur, maar er was kennelijk weinig animo voor, want op 8 maart 1856 werd de state op afbraak verkocht en een maand later lag alles tegen de vlakte.
Bewoners in 1511 Juw van Dekema
in 1543 tot 1558 Sicko Juws van Dekema
1558 - 1575 Luts Sickes van Liauckama, wed. Sicko van Dekema
1575 - 1625 Sicke van Dekema
1625 - 1660 Jhr. Dominicus Justus van Botnia
1660 - 1708 Helena van Botnia (dochter), getrouwd met Jhr. Watze van Burmania
1708 - 1726 Jhr. Dominicus Julius Botnia van Burmania
1726 - 1781 Jhr. Watze Julius Dominicus Justus Botnia van Burmania
1781 - ca. 1800 Vrouwe Christiana Geertruid Mekkema van Burmania
ca. 1800 Mr. Jan Hendrikus Jetso van Wageningen
Huidige doeleinden Op de plaats van de vroegere State bevindt zich nu een woonhuis.
Opengesteld Het woonhuis is niet toegankelijk.
Foto's Tekening van de State door H. Tavenier uit 1786
Bronnen Tekst: "Baerderadiel, in geakunde" van het Geakundich Wurkferbân fan de Fryske Akademy (vertaald en bewerkt door J. Leemburg)
"Tegenwoordige staat van Friesland" ca. 1780
Aantekeningen van J. Leemburg uit diverse publicaties
De Vrij Fries, vanaf blz. 67
Foto 1: J. Leemburg
Afb. 1: Uit het archief van J. Leemburg