Mellema State te Oostrum

Ligging Deze State stond bij Oostrum in Oostdongeradeel, gemeente Dongeradeel.

Tekening van de State door J. Stellingwerf uit 1722

Ontstaan De stins/state is vermoedelijk ontstaan in de 14e eeuw.
Geschiedenis De familie Mellema wordt voor het eerst in 1422 genoemd; het goed - in de naam van de eigenaar-bewoner - Mellema in 1511. In het midden van de 15de eeuw ging de familie waarschijnlijk op in de Remmersma's te Dokkum. (*1) De latere Mellema's waren een (zij)tak van de Remmersma's.
In 1422 werd Syric Mellama, gevolgd door Focko Ropta te Metslawier, Sasbet te Foudgum en andere hoofdelingen uit de omgeving, genoemd onder de Schieringers die met Focke Ukena een verdrag sloten. In 1423 trad hij op als eeheer in Dongeradeel, in 1444 sloot hij met andere Oostergor edelen een verdrag met Groningen, en in 1450 zegelde hij de oorkonde over ondermeer het Oostrumer zijlvest. Een Siuck Mellema zegelde in 1453 een oorkonde over de jaarmarkten in Oostego. Aan het einde van de 15de eeuw raakte Mellema, waarschijnlijk door vererving, aan de familie Remmersma in Dokkum.
Poppe Remmersma, zoon van Hessel Remmersma en Bernsck Heslinga, was in 1511 namelijk eigenaar van Mellema state, waarnaar hij zich Poppe Mellema noemde. Hij was toen de belangrijkste grondbezitter in Oostrum en wordt direct na de pastoriegoederen vermeld met 165 pondemaat grond. Daarvan was n tiende deel eigendom van de abt van Dokkum, n tiende van de Jaerla's.(*2) De rest, zon 133 pondemaat, was zijn eigendom. In 1504 werd hij in de reversaalbrief samen met zijn broer Offa Hessels genoemd. Zijn ene broer, Sierck, werd de stamvader van de familie Bootsma en zijn andere broer Feye werd de stamvader van de familie Meckema, doordat hij met de erfgename van de Meckema's trouwde en ook zelf die achternaam aannam.

In 1517 werd Poppe tot grietman over Oostdongeradeel benoemd. Omdat zijn andere kinderen geen nakomelingen hadden, vererfde Mellema op zijn dochter Luidts Mellema. Zij trouwde met Hessel Feitsma. Hun zoon Offcke van Feytsma legateerde in 1612 Mellema state met huys, schuyr, hoff, hornleger, graft ende poorte en 124 pondemaat land aan zijn broer Jelger Feitsma.
In de eerste helft van de zeventiende eeuw verwisselde de state van eigenaar en kwam het huis in bezit van de familie Eelckema. In 1643 wordt in Mellema state Gerbrant Harkesz genoemd die getrouwd was met Tjetscke van Albada. Hij liet in dat jaar een testament opstellen en na zijn dood erfde zijn zoon Marten Hania van Eelckema de state. Na de dood van Marten in 1651 ging de state opnieuw in andere handen over en wel in die van Catharina van Scheltinga en daarmee in die van haar man Schelte van Heemstra. Na hun dood werd hun zoon Feye eigenaar, maar hij besloot de State in 1735 af te breken, om er Heemstra State te Oenkerk mee te herbouwen. Die state is, na in de loop van de tijd enkele malen te zijn verbouwd, in de tweede helft van de 20e eeuw afgebroken om plaats te maken voor een bejaardenhuis.

Stellingwerf tekende in 1722/1723 een kasteelachtig gebouw, dat in afmeting sloten als Holdinga State te Anjum en verder weg Groot Terhorne bij Beetgum evenaarde. Het bestaat uit een lage ingangsvleugel, waarin de deur met een vroeg 17e-eeuwse omlijsting wordt getekend en haaks erop een hoofdvleugel. Deze heeft boven een vrij hoge kelder twee volledige verdiepingen en een hoog zadeldak tussen topgevels, die in forse schoorstenen eindigen. In het midden van de buitenste gevel, die uit het water oprijst, is over alle verdiepingen een erker uitgebouwd, die in een kleine topgevel eindigt waarvan de contour gezwenkt is.
De toren, die met een open koepeltje eindigt, waarop een bol, rijst achter de lage ingangsvleugel op. Alleen aan de achterzijde stond de State in het water. Het terrein werd afgesloten door een poortgebouw dat over de slotgracht gebouwd was en een zadeldak tussen trapgevels had. Het geheel zou eind 16e of begin 17e eeuw gebouwd kunnen zijn, mogelijk door de Feitsma's. Volgens het handschrift van de Schoolmeester uit 1856 zou er toen een kelder van Mellema State ontdekt zijn van 36 bij 20 voet en 5 voet diep. Ook een ringmuur en een stenen 'pijp' (= brug) van het poortgebouw zijn toen gevonden.
De boerderij van 1812 zou een oudere van 1672 vervangen hebben. De laatste verving wederom een behuizing met losse hooiberg. In 1672 zouden een afzonderlijke stalling en woning gebouwd zijn. Of de Schoolmeester hier interpreteert is niet duidelijk; in ieder geval vermeldt hij een kop-(hals?)- rompboerderij in 1672. Tot 1963 heeft er op het terrein van Mellema een kop-hals-rompboerderij gestaan met lang voorhuis en kleine kelder in het midden daarvan. In dat jaar is de plaats afgebrand en door een nieuwe vervangen.

(*1) Zie *Remmersma Dokkum.
(*2) Register van de Aanbreng, I, 166. De eigendomsverhouding ter correctie van het vermelde in "De Monumenten van Geschiedenis en kunst...", II, 436.
Bewoners Syric Mellama (?), 1422, 1423, 1444, 1450
Siuck Mellema (?), 1453
Hessel Remmersma (?), gehuwd met Bernsck Heslinga. Zoon:
Poppe Remmersma alias Mellema, eigenaar in 1511. Dochter:
Luidts Mellema gehuwd met mr. Hessel Ruurts van Feitsma. Zoon:
Offcke van Feytsma, testeerde in 1612. Zijn broer:
Jelger van Feitsma - ca 1643 Gerbrant Harkesz Eelckema, getrouwd met Tjetscke van Albada ca
1643 - 1651 Marten Hania van Eelckema
Catharina van Scheltinga, getrouwd met Schelte van Heemstra
- 1735 Feye van Heemstra
Huidige doeleinden Op de plaats van de state bevindt zich nu een boerderij.
Opengesteld De boerderij is niet toegankelijk.
Foto's De boerderij Mellema State in april 2010
Bronnen Tekst: Jan Leemburg
P.N. Noomen, De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners, 2009
Herma M. van den Berg, De monumenten van geschiedenis en kunst, Noordelijk Oostergo, De Dongeradelen
De website hisgis
Afb. 1: Stinsen en States, Adellijk wonen in Friesland, 1992
Foto 1: Jan Leemburg