Mernstera State te Pietersbierum

Ligging Deze State staat op Hoarnestreek 9 te Pietersbierum, gemeente Franekeradeel.

Overzicht van stinsen en states te Pietersbierum

Andere benaming Marnstera staeten, Great Manstra, Groot Marnstra, Gerbranda State
Ontstaan Wanneer de State is ontstaan is onbekend; Indirect wordt het huis in 1456 genoemd.
Geschiedenis Indirect, door middel van de naam van de bewoner en eigenaar, wordt Mernst(r)a voor het eerst in 1456 genoemd; de oudste expliciete vermelding is van 1506: Mernstra staten ende landen en Marnstera staeten. De naam is waarschijnlijk afgeleid van een toponiem De Marnen, dat onder Pietersbierum ook elders langs de Hoarnestreek op verschillende plaatsen voorkwam. Tot in het begin van de 16de eeuw was Mernstera een adellijke woonplaats; er wordt ook een stins genoemd.

In 1456 werd Fedde Mernstra genoemd. Hij had toen onenigheid met Wibrand Hermana alias Gerbranda gehad, waarschijnlijk over land in Pietersbierum.1) Feddes zoon Lolle was in 1463 grietman van Barradeel; Feddes dochter Luitya trouwde met Ofke Dotinga te Marssum.2) Een andere zoon van Fedde, Hessel, trouwde met Beits Pibesdr. Liunga of Haerda; het nageslacht van hun zoon Pybe noemde zich naar de moederlijke state te Oosterbierum Haerda. Pybes zuster Wick Mernstera trouwde met Johan Edes Gerbranda alias Roorda, in 1505 genoemd als edele in Barradeel. Bij boedelscheiding verkreeg in 1506 de weduwe van Pybe voor haar zoon Fedde Haerda Haerda state in Oosterbierum, terwijl Wick en Johan Gerbranda Mernstera in Pietersbierum kregen toebedeeld. In 1511, 1525, en misschien in 1543 woonden Wick en Johan daar ook. In de actes betreffende boedelscheiding wordt Marnstera staeten to Pietersbierum zeer gedetailleerd beschreven: genoemd worden naast de state stens, huus, hoeff met den hoernlegger, verder de landen die hoorden bij Marnstera en bij het aangrenzende Potboerstera, dat ook aan Wick en Johan kwam; en verder als belendingen ondermeer dyo Aldadyck (Hoarnestreek) en het land van Jonghama en Epingha.
In 1546 en nadien kende Mernstera geen adellijke bewoning meer. Het werd door de Gerbranda's en latere eigenaren verpacht. De pachter Pieter Maernstra had in 1552 een harnas, ring- of staalkraag, spies, degen en "bacconyel" in huis, maar geen "roer". In 1698 heette het goed Groot Marnstra, terwijl dichtbij ook Klein Marnstra (FC13) lag; in 1850 was de naam Gerbranda, naar de latere eigenaars.
(Tot zover P. Noomen.)

In 1546 was Tiets Gerbranda, dochter van Johan Gerbranda en Wick Mernstera, eigenares van Mernstera State.
Bijna honderd jaar later in 1640 was de state eigendom van Keimpo van Donia die het verpachtte aan Taco Pyters. Via zijn dochter Rixt van Donia 3) werd Mernstera eigendom van haar achternicht Isabella Susanna barones thoe Schwarzenberg en Hohenlansberg die in 1698 als eigenaresse te boek staat. 4) Zij was echtgenote van de van oorsprong Deense graaf Carlson. Zij staat in het floreenkohier van 1700 kortweg vermeld als “Gravinne Carlson”. Als gebruiker van het 80 pondemaat (bijna 30 hectare) grote goed is vermeld “D’ontv. Bartel Dircx” die dus naast het landbouwerschap tevens de lucratieve functie van belastingontvanger had.
Anno 1718 worden dezelfde eigenaar en gebruiker vermeld en de state wordt ‘Great Manstra’ genoemd. Stins en wier waren toen nog aanwezig. Ook was er een molenrecht.
In 1728 was de state eigenlijk gekocht door Suffridus Westerhuys en zijn vrouw, maar ‘geniaard’ (genaast) door “de vrouw van grietman Van Haersolte” waarover in dat jaar nog werd geprocedeerd. De uitslag van dat proces moet nog worden nagegaan. Sjoerd Ymes was gebruiker. In 1748 en 1758 was Aafke Dirks Grada eigenares; in ’48 was Sjoerd IJmes nog gebruiker maar in 1758 was Claes Jans de pachter.
Tien jaar later (1768) waren Marijke en Jan Greidanus 5) eigenaars; Claas Jans nog gebruiker. Dertig jaar later, in 1798, waren Jan Greidanus en Maaike Jakles, weduwe van Steffen Pieters Gerbranda, ieder voor de helft eigenaar. Zoon Steffen Pieter Gerbranda was gebruiker.
In 1819 kochten Pieter Steffens Gerbranda en Cornelia Pieters Nieuwenhuisen de helft van de s(t)ate van Petrus Greydanus te Harlingen, vermoedelijk een erfgenaam van Jan Greidanus. Moeder Maaike Jakles, toen wonende te Makkum, stond borg.
In 1843 zou er door blikseminslag brand zijn ontstaan. Toen was Pieter Steffens Gerbranda nog eigenaar en gebruiker. Ook de boerderij van de buren en de kerktoren werden door de bliksem getroffen. Kerk, toren èn de boerderij van buurman Gerlof Jongma werden door deze branden volledig in de as gelegd. Blijkbaar is de brand op Gerbranda heel snel en onopvallend geblust, want in de Leeuwarder Courant van 14 oktober 1843 over de branden in Pietersbierum 6) wordt hiervan geen melding gemaakt. Er zal niet veel schade geweest zijn, want pas vijftien jaar later, in 1858, werd een nieuw woonhuis gebouwd getuige het jaartalanker in de voorgevel. De kerk werd wel door de brand verwoest, waardoor ook de kerkelijke archieven werden vernietigd. In 1845 werd de eerste steen aan de nieuwe kerk gelegd en op de gedenksteen in de muur van de kerk is ook de naam van Pieter Steffens Gerbranda vermeld die toen kerkvoogd was.

Mr. J HANEKUIJK, Notaris te Harlingen, en de Candidaat Notaris WITHOLT te Sexbierum zullen, op Woensdag den 29 December 1847 bij den finalen palmslag ten huize van den Kastelein Theunis van der Mei te Pietersbierum, des namiddags ten 2 ure publiek bij verhooggelden ter verkoop aanbieden: Eene uitmuntende en zeer vruchtbare ZATHE en LANDEN met HUIZINGE, dubbele SCHUREN, HORNLEGER, HOVINGE, BOOMEN, PLANTAGIE en verder toebehooren Gerbranda-State genaamd tezamen groot 89 bunder 72 roede Bouw- en Weidlanden, alles staande en gelegen aan den Ouden Dijk onder Pietersbierum, de Huizinge gekwoteerd met no. 41, bij de Weduwe en Erven van Pieter Steffens Gerbranda als eigenaren in gebruik; benevens 1 bunder en ruim 10 roede WEIDLAND gelegen in een mandeelig stuk onder Wijnaldum en 1 bunder 7 roede 1 el BOUWLAND op de Hoeven onder Oosterbierum. Alles te zamen in de Grondlasten aangeslagen naar een zuiver belastbaar inkomen van ƒ 1537,05; de onbezaaide Landen, met uitzondering van evengemeld Bouwland onder Oosterbierum, dadelijk na de toewijzing, de Weidlanden Petri, de Huizinge den 12 Mei en de voor costuum toegezaaide Landen benevens het perceel Bouwland onder Oosterbierum, na het rispen der Vrucht in 1848 vrij te aanvaarden. De veiling zal geschieden in 28 perceelen, met regt van zamenvoeging. Conditiën te vernemen en Verkoopboekjes te bekomen ten Kantoren van opgenoemden Notaris en Candidaat Notaris.
(Bron: De krant van Toen).

Jan Sikkes van Harlingen kocht bij deze veiling de sate met 29 ha. land. Blijkbaar was het voor hem een beleggingsobject, want tot omstreeks 1855 werd het gebruikt door Andries Gerbens. In 1896 was Wentholt Hoekstra eigenaar, Albert Doekes van der Schaaf uit Wijnaldum die in dat jaar trouwde met Rinske de Jong uit Sexbierum gebruiker. Nog in 1927 wordt als huurder A.D. van der Schaaf vermeld.
In 1939 werd de boerderij door de eigenaar, Herre Bendien, zelf bewoond en gebruikt. De boerderij was toen 45 hectare. De fam. Bendien woonde hier tot 1971.
Toen werd Fokke Kooistra eigenaar en gebruiker van de dan 48 ha. Sinds 1990 zijn Asse (Assuerus Jacobus Gerardus) Aukes en Anne van der Meer samen eigenaren voor resp. 25 en 23 hectare.
Het is niet bekend wanneer stins en state zijn afgebroken, maar dat moet na 1718 zijn geweest.

De boerderij is opgenomen in het monumentenregister van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed als rijksmonument nr. 8642 en omschreven als: Kop-hals-rompboerderij, waarvan het voorhuis een hoog zadeldak heeft tussen topgevels met topschoorstenen waarop borden. In de voorgevel anker 1858. Vensters met zes ruiten en kleine lichtopeningen in de top.

1) Zie voor Wibrand bij Gerbranda in Almenum en Groot Hermana in Minnertsga.
2) Zie Groot Dotinga te Marssum.
3) Zie Hemmema State te Beetgum.
4) Zie Groot Terhorne te Beetgum.
5) Zoon van Ausonius Greidanus, predikant te Pietersbierum, geboren te Pietersbierum in 1734.
6) Zie Jongema State te Pietersbierum.

Bewoners - 1456 Fedde Mernstra. Zijn zoon:
- Hessel Mernstera, gehuwd met Beits Pibesdr Liunga of Haerda. Hun dochter:
- 1511 Wick Mernstera, was getrouwd met Johan Edes Gerbranda alias Roorda. Hun dochter (?):
- 1546 Tiets Gerbranda
- 1640 Keimpo van Donia eigenaar; gebruiker Taco Pyters. Via dochter Rixt van Donia naar achternicht:
- 1698 Isabella Susanna barones thoe Schwarzenberg en Hohenlansberg; gebruiker Bartel Dircx
- 1728 Suffridus Westerhuys en zijn vrouw Titia Bogarda òf Jetske Maria van Grovestins, echtgenote van Arend van Haersolte
- 1748 en 1758 Aafke Dirks Grada eigenares; gebruikers Sjoerd IJmes (1748) en in 1758 Claes Jans
- 1768 Marijke en Jan Greidanus eigenaren; Claas Jans gebruiker
- 1798 Jan Greidanus en Maaike Jakles ieder half eig., Steffen Pieter Gerbranda gebruiker
- 1819-1847 Pieter Steffens Gerbranda en Cornelia Pieters Nieuwenhuisen
- 1847 Jan Sikkes eig.; gebr. Andries Gerbens
- 1896 Wentholt Hoekstra eigenaar, Albert Doekes van der Schaaf gebruiker
- 1939-1971 Herre Bendien
- 1971-1990 fam. Fokke Kooistra
- sinds 1990 Asse Aukes en Anne van der Meer
Huidige doeleinden Op het terrein staat een boerderij.
Opengesteld De boerderij wordt particulier bewoond en is niet vrij toegankelijk.
Foto's Een overzichtsfoto van Gerbranda State op 25 april 2010 De monumentale boerderij van dichterbij op 25 april 2010
Bronnen Tekst: Een deel van bovenstaande tekst is met toestemming van auteur P.N. Noomen overgenomen van de website www.hisgis.nl, tab "kaartlagen", keuze "Stinzen fryslan". Die tekst is tevens gepubliceerd in:
"De Stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners", P.N. Noomen, Uitgeverij Verloren, Hilversum 2009
“Gerbranda Marnstra State, eigenaars en gebruikers van 1345-2012” door Piter Tigchelaar, 2012 gepubliceerd op Website Oud Tzummarum
“De boerepleatsen en gerniershuzen út it âlde Barradiel”, K. Swart en G. Vogel, 1996
webiste monumentenregister van cultureelerfgoed
De krant van toen
Foto 1: Google Earth
Foto’s 2 en 3: Jan Leemburg