Minnoltsma State te Bornwird

Ligging De state lag dicht bij de kerk tegen de oostelijke kant van de dorpsterp van Bornwird, gemeente Dongeradeel.

De boerderij op het stateterrein d.d. 25-04-2010

Andere benamingen Sitsema State, Aylva State
Ontstaan De oorsprong van deze stins ligt vermoedelijk in de 14e eeuw.
Geschiedenis De namen Sitsema, Minnoltsma en Aylva ontleende deze stins aan de achtereenvolgende bezitters in de 15de en de eerste helft van de 16de eeuw.
De oudst bekende bezitster is Fettie toe Bornwirt. Zij leefde in het midden van de 15de eeuw. Waarschijnlijk stamde zij uit de familie Remmertsma, die in de 15de eeuw in Dokkum een voorname positie innam. Eerst trouwde zij met Sids Sitsma of Sytziema uit Hallum, daarna met Sape Minnoltsma. Van Fets of Fettie zijn drie dochters bekend: Kinsck Sithema, die trouwde met Sybren Ropta van Metslawier, Syttye Sytziema die trouwde met Meyt Sappema uit Lutkegast, en Luts Minnoltsma die trouwde met Sitse Aelua, de zoon van Juw Aelua op Scheltema te Huizum. Naar de stins in Bornwerd werd Sitse Aelua ook wel met de toenaam Boernwyrdt of Sytziema aangeduid; zijn nageslacht staat bekend als de tak "Aylva van Bornwerd". Hij speelde van 1517 tot 1544 een belangrijke politieke rol, was grietman van Westdongeradeel en Achtkarspelen en van ís Konings wege Ouderman te Dockum.

Van Sitse van Aelua vererfde Minnoltsma in 1548 op zijn zoon Frans van Aylva en diens dochter Tiemck, gehuwd met Syds van Scheltema. In hun testament van 1611 bepaalden ze dat Scheltema state te Ferwerd en het huis te Bornwerd op geen vroupersonen sullen erven soe langhe daer wettelycke descendente manlycke erffgenamen zyn. Voor Frans heeft de destijds beroemde Benedictus Gerbrandtsz. de zerk gehouwen die onder de vloer in de kerk ligt aldaar. Benedictus was borg geweest voor Frans in een proces voor het gerecht van Leeuwarden in 1551 (archief stad Leeuwarden, recesboek f2,119) en hij vervaardigde blijkens de stijl ook de zerkjes voor diens jong overleden kinderen. Deze zerkjes lagen in 1940 nog achter het kostershuis naast het kerkhof en waren versierd met een rondbogige nis en kwartierwapens in de hoeken.
Een dochter van Frans, Tyemck, huwde Sieds van Scheltema, wiens boedel in 1615 beschreven wordt in de Weesboeken. Het huis wordt daarin omschreven als 'castiel', en daarin was het stins geÔncorporeerd. Dit bestond uit 'een camer onder int Stins, de camer op 't Stins en de Stins souder', een gebouw dus dat met de Schierstins te Veenwouden vergeleken kan worden. Van het overige gebouw worden de volgende onderdelen genoemd: 'het voorhuijs, het groet sael, de groene camer, juffrouwe Aylva camers, een nije camer, den pueskeucken, die souder boven den keucken en die souder van juffrouwe Aylva camers' en tenslotte nog 'het toorncke'. Voor die tijd was het huis rijk gestoffeerd en diende niet alleen voor bewoning van genoemde echtelieden, maar bood ook aan verwanten onderdak. In 1632 woonde Van Scheltema er nog, toen hij voor de begrafenis van Ernst Casimir genodigd werd. Feye, hun zoon, die het slot bij zijn erfportie kreeg toebedeeld, was grietman over Kollumerland en woonde ambtshalve te Augsbuurt op Harkema-state (zie Clant State). Het slot te Bornwird verhuurde hij aan een familielid, Sieds van Roorda. Toen deze in 1660 overleed was zijn boedel veel eenvoudiger dan in 1615 en in staat van 'notoire insolventheyt'. Een van de erfgenamen heeft in 1692 de 'adelijcke sathe en State' verkocht (Civ. Sent. portef. 94,1). Mede verkocht werden 'de huijsinge, schuire, bomen en plantagie, gracht en zingels', alles in totaal voor 6000 Carolusguldens. In een getuigenis van 1703 wordt verklaard dat Agatha van Bolten, echtgenote van Regnerus Briffoo 'tegenswoordigh' eigenares is van 'sekere sloth te Bornwerd'. In het stemkohier van 1698 wordt het goed "Aylva zate" genoemd, in 1700 83 pondemaat groot (30,5 ha.) en in gebruik bij Tjaard Duirts. In 1728 was Jan Altinga te Groningen eigenaar die het verhuurde aan Hoite Tjerx. Evenals Hania State te Bornwerdhuizen was ook dit goed in 1832 eigendom van de steenrijke Pieter Cats, lid van de raad van Leeuwarden.

Volgens de Tegenwoordige Staat was Minnoltsma een 'fraaie plaats met eene aanzienlijke uit het water opgehaalde huizinge'. Volgens Van der Aa zou de state op een wier gelegen hebben, welke misvatting echter uit slordig lezen van de Tegenwoordige Staat valt te verklaren.
Op de kaarten van Sibrandus Leo (16de eeuw) en Winsemius (1622) komt Minnoltsma als adellijk huis voor; op die van Schotanus (1718) is het een gewone boerderij.
De omgrachte plaats is op de kadastrale kaart te herkennen; thans staat er een 19e-eeuwse boerderij op van het kop-hals-romptype. Bij het bouwen van een loopstal op het terrein zijn in 1974 16e-eeuwse gebruiksvoorwerpen en scherven aan het licht gekomen. Door het verdwijnen van gracht en singel wijst niets meer op een bijzonder verleden van deze plek.
Bewoners - Fettie toe Bornwirt. Zij trouwde (1) Sids Sitsma en (2) Sape Minnoltsma
- 1543 Luts Minnoltsma en Sitse Aelua
- 1548 Sitse Aelua
1548 Frans Aylva en Ricxt Unia
- Tiemck van Aylva en Syds Scheltema
1640 Frans van Scheltema
Regnerus Briffoo
1698 Agatha van Bolten, weduwe van Regnerus Briffoo
1728 Jan Altinga
1832 Pieter Cats
Huidige doeleinden Op de plaats van de state staat nu een boerderij.
Opengesteld De boerderij is particulier bewoond en is niet toegankelijk.
Foto's
Bronnen Tekst: Aantekeningen archief J. Leemburg
P.N. Noomen, De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners, 2009
Herma M. van den Berg, De monumenten van geschiedenis en kunst, Noordelijk Oostergo, De Dongeradelen
De website hisgis
Foto 1: Jan Leemburg