Oostenburg te Kollum

Ligging Oostenburg stond ten zuidoosten van de kerk van Kollum, gemeente Kollumerland, op de plaats waar eerder het Jellema steenhuys had gestaan. Het huidige gebouw staat in de zuidwestelijke hoek van de Oostenburgstraat en het Hoog Pypke.

Buitenplaats Oostenburg kort voor de ‘afbraak’ in 1837

Ontstaan Het huis werd rond 1773 gebouwd.
Geschiedenis Aurelia of Aricia Bieruma, dochter van Lambertus en Isabella, erfde de Jellema sathe (zie Jellema steenhuys te Kollum).

In 1718 woonden te Kollum en zekere Willem de Wendt en zijn vrouw Ytske Beilanus al te Kollum. Hun zoon Eyso de Wendt werd hier in dat jaar geboren en trok later naar Nederlands Indië. Daar werd hij na verloop van een aantal jaren directeur van de handel op China. Dat heeft hem gen windeieren gelegd en in 1760 kwam hij schatrijk terug in Friesland. Eerst woonde hij te Leeuwarden en was in 1763 “mede Gecommitteerde Staat ter Landsdage” (nu zouden we dat lid van Gedeputeerde Staten noemen). Vier jaar later streek hij echter weer neer in zijn geboorteplaats Kollum en bleef daar wonen ondanks het feit dat hij in 1772 grietman van Westdongeradeel werd. In 1773 kocht hij van Jacobus Fruitier en Aricia Bieruma “zeekere Heerlijke Zathe en Landen gelegen in en aan de Gebuirte te Kollum… met Huisinge, Tuinen, Hovingen, Zingels en Plantagiën c.a., het Hoog genaamd”. Geen simpele boerenhut dus maar iets met aanmerkelijk meer allure en 60,5 pondemaat groot (ruim 22 hectare). Dit was ongeveer het voormalige Jellemastate. Eyso huldigde de filosofie dat geld rond gemaakt was om het te kunnen laten rollen en dat deed hij er dan ook mee. Meteen na de aankoop liet hij de oude gebouwen slopen en stichtte hij er het buiten Oostenburg. Voor en na kocht hij verscheidene huizen en landerijen en liet hij de lage landen ten westen van de trekvaart ophogen en met bomen beplanten. Niet alleen kreeg hij daardoor een vrij uitgestrekt landgoed, maar het verschafte ook veel mensen werk. Een tijdgenoot prees het in hem dat hij op die manier nuttig gebruik maakte van zijn grote vermogen “door ’t aanmoedigen van allerlei arbeid, het bezorgen der Armen” enz. Hij hoefde zijn geld ook voor niemand te sparen want hij was en bleef ongehuwd. Tien jaar vóór de aankoop van Jellema sathe had hij al een huis gekocht aan de Voorstraat. Dat liet hij afbreken om ruimte te maken voor een oprijlaan die met bomen werd beplant en aan de straat afgesloten door een groot toegangshek. In het grote park liet hij een “zware steenen berg” metselen “waaronder een zeer hooge kruisgang en waarop zijn erfgenaam Eko de Wendt een koepel of zomerhuis” liet bouwen. Vanuit die “kruisgang” liepen vier lanen naar de vier windstreken. Die lanen liet hij verbinden door een singel die nagenoeg rond het hele terrein liep. Een tijdgenoot vond dat allemaal maar niets en schreef dat het een “Oostindische gekheid” was en vond “die duizenden daaraan ten koste gelegd, hadden beter besteed kunnen worden”. Blijkbaar had deze criticus geen oog voor de welvaart van het dorp die door al dit werk gestimuleerd werd. Je kunt de armen brood geven, maar je kunt ze ook laten werken voor brood mèt beleg en een groter gevoel van eigenwaarde. Eyso had een gezonde handelsgeest en een goed gevoel voor (micro) economie.
Hij bleef tot zijn overlijden in 1780 grietman van Westdongeradeel. Hij stierf in dat jaar op 1 maart te Leeuwarden en werd in de door hem aangekochte grafkelder in de kerk van Kollum bijgezet.

Zijn neef Eco de Wendt, in 1755 burgemeester te Workum en in 1782 te Sneek, erfde de buitenplaats. Hij woonde hier enkele jaren met zijn echtgenote Geertruid Redding. Geertruid overleed in 1799 en Eco in 1809. Oostenburg werd eigendom van hun vier kinderen. Hun zoon Leonardus en zijn echtgenote Aafke Johanna van Sloterdijck wonen in ieder geval in 1831 nog op Oostenburg, maar vertrekken daarna Leeuwarden waar ze kort na elkaar overlijden, Leonardus in 1834. Het enige nog in leven zijnde kind van Eco is Anne Regnerus de Wendt, de broer van Leonardus, maar die is lid van de Algemene Rekenkamer en woont in 's-Gravenhage. Hij heeft geen trek in een verhuizing naar Kollum en met hem ook de andere veertien erfgenamen niet, zodat men zich bezint op een manier om onder het testament van Eyso de Wendt uit te komen en alles te kunnen verkopen. Dat lukte en in 1836 werd “de Heerenhuizinge, de steenen berg en het zomerhuis aan de Dockumer trekvaart” volgens mr. Andreae afgebroken en door Leonardus en de andere erfgenamen voor afbraak verkocht. Ook de landerijen en de grond waarop het huis had gestaan gingen in andere handen over.
De grietenij zou de grond waarop het huis had gestaan hebben aangekocht en op de fundamenten van het herenhuis een armhuis hebben laten bouwen. Bij vergelijking van de tekening van vóór de “afbraak” met de foto van maart 1982 dringt zich echter het vermoeden op dat in 1836 wel de stenen berg, het zomerhuis aan de vaart en de aanbouwen van het huis wellicht zijn gesloopt, maar dat het grote huis zelf niet afgebroken is maar verbouwd tot armhuis. De totale bouwmassa, de hoogte van de daken en de onderkelderde straatzijde vertonen een wel èrg sterke gelijkenis met het oude buiten. Alleen de hoofdingang met het hoge bordes en de ‘Vlaamse gevel’ ontbreekt. Ook schrijvers uit de 19e eeuw zijn het niet eens omtrent de ‘afbraak’. Mr. Andreae schrijft dat Teenstra, duidelijk ten onrechte, schrijft dat de state in 1820 afgebroken is terwijl Terwen omstreeks 1856, dus 20 jaar ná de bovengenoemde “afbraak” in 1836, het huis als nog bestaand vermeldt.
Het pand staat er nog maar zal inmiddels wel een andere functie hebben gekregen.

Volgens de tekening in de collectie van het Fries Museum bestond het gebouw uit een hoog onderkelderd gebouw van negen traveeën breed met een brede ingang in het midden, die door een dubbele stoep bereikbaar was. In de stoep bevond zich de toegang tot het onderhuis. De ingang die uit dubbele deuren bestond, was omlijst door brede pilasters die een kroonlijst droegen. Daarboven voor het dak een even brede dakkapel met een enkel breed en halfrond gesloten venster. De kapel had naast het venster gesneden ornament en was recht gesloten door een lijst op consoles(?). Mogelijk was in 1837 een bekroning van de kapel verdwenen. Boven de smalle middelste dammen tussen de vensters van de begane grond stonden dakkapellen, waarvan de vensters ook halfrond gesloten waren. De tekenaar geeft het gezwenkte omlijstingen en bekroningen. Alle vensters hebben kleine ruiten tussen roeden, in de begane grond als 5 x twee maal vier getekend. Het huis lijkt op het eerste gezicht een vrij steil omgaand zadeldak met vier hoekschoorstenen te hebben, maar bij nadere beschouwing is aannemelijk dat de kapconstructie gelijk was aan de huidige situatie. Aan de rechterzijde had het huis een twee vensters brede aanbouw onder zelfstandig dak (mogelijk een dienstwoning) en aan de linkerzijde bevonden zich de stallen enz. in een zes traveeën breed gebouw van begane grond en halve verdieping. Daar er geen schoorstenen op getekend zijn, moet men aannemen dat daar niet verwarmd kon worden.

Zie voor veel meer info: Website van T. Wierstr
Bewoners 1773 – 1780 Eyso de Wendt
1780 – 1809 Eco de Wendt
1809 – 1834 Leonardus de Wendt
1834 – 1836 Anne Regnerus de Wendt en mede erfgenamen
Huidige doeleinden Of er nog iets van het huis bewaard is gebleven, is mij niet bekend.
Opengesteld n.v.t.
Foto's Achterzijde van het oude armhuis vóór de restauratie Straatzijde van het oude armhuis vóór de restauratie Zuidoostzijde van het oude armhuis vóór de restauratie Achterzijde tijdens de restauratie omstreeks 1983
Advertentie van de veiling van het huis in 1836 De berg van Kollum Kaartje met de States rond Kollum
Bronnen Tekst: Jan Leemburg
“Kollumerland en Nieuw Kruisland”, mr. A.J. Andreae, 1883-1885
“De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners”, P.N. Noomen, 2009
“De historie gaat door het eigen dorp” dl. III, A. Algra, ca. 1960
“De monumenten van geschiedenis en kunst, Noordelijk Oostergo, Kollumerland”, Herma M. van den Berg
http://www.xs4all.nl/~twierstr/EysodeWendt/Oostenburg_landgoed.htm
Afb. 1: “De monumenten…, Noordelijk Oostergo, Kollumerland”
Foto 1 t/m 4: Jan Leemburg
Afb. 2: Archief J. Leemburg
Afb. 3: Website hisgis