Oosterburen State te Augustinusga

Ligging Deze State stond ten oosten van Augustinusga, gemeente Achtkarspelen.
Tekening van de State door J. Stellingwerf uit 1722 (Afb. 1)

Ontstaan Het is niet bekend wanneer deze State gebouwd werd.
Geschiedenis De kaart van Eekhoff uit 1844 van Achtkarspelen geeft hier ten oosten van Augustinusga het teken van een voormalige state.

In de specie- en floreenkohieren (belastingregisters) van 1748 tot 1805 is te lezen dat de heer majoor van Haersma in 1748 eigenaar was.
In 1751 staat er een aantekening bij: Een nieuw huis in 1743. Het huis heeft dan nummer 20. In 1754 heeft het nummer 19 en er moet dan belasting betaald worden over 3 schoorstenen en 6 hoofden (volwassenen).

In 1758 heeft het nummer 18 met de aantekening: een dienstmaagd minder.
In onderstaande jaren komen nog de volgende aantekeningen voor:
1775 Een dogter uitgetrout.
1776 Een dienstmeid minder.
1779 Een dienstbode minder.
1780 Een dienstknegt minder.
1786 E. van Haersma overleden, dus de weduwe.
1788 De weduwe overleden, in plaats de heer L.E. van Scheltinga van Leeuwarden.
1795 De eene schoorsteen weggebroken en een dienstbode minder.

Over iedere schoorsteen die in gebruik was, moest men belasting betalen. Schoorstenen die niet werden gebruikt konden dus maar beter worden afgebroken of dichtgemaakt. Hoofdgeld was verschuldigd voor elke inwoner vanaf 12 jaar en boven een bepaalde welstandsgrens. Op de buitenplaats Oosterburen woonden gemiddeld 5 hoofden zoals dat werd aangeduid.

In 1774 trouwde dochter Maria van Haersma met Leonardus Epeus van Scheltinga. Maria overleed op huis Oosterburen in 1826 en haar man in 1834. Waarschijnlijk werd toen hun oudste zoon Danil de Blocq van Scheltinga die met zijn eerste vrouw te Doldersum/Vledder op huize Westerbeeksloot woonde, eigenaar van de state, want in 1835 overleed zijn zoon Cornelis Aurelius te Augustinusga. In dat zelfde jaar, vermoedelijk kort na de dood van Cornelis Aurelius, werd het huis Oosterburen op afbraak verkocht.
Op 2 november 1865 overleed de tweede vrouw van Danil, Ruurdje van Dam eveneens te Augustinusga, maar het is niet bekend in welk huis dat is geweest.

Mogelijk erfde hun jongste zoon Leonardus Epeus de Blocq van Scheltinga toen het huis, maar die heeft er waarschijnlijk nooit gewoond. In 1911 overleed hij te Zeist, maar zijn 4 kinderen werden tussen 1881 en 1890 in Paramaribo geboren. Die vestigden zich later in de USA.

In de Leeuwarder Courant van 10 maart 1787 stond de volgende advertentie: "Mevrouw de Wed. de Heer Major E. VAN HAARSMA, presenteert uit de hand te Verkopen: Hare bewoonde Heeren HUIZINGE, bestaande in verscheidene kamers, keuken, kelders, stallingen en verdere gerieflijkheden, met tuinen, hovingen en zingels, voorzien met vijvers en schuitsloot van de Huizinge af tot in Colnelsdiep, staande en gelegen tot Augustynsga en dat met of zonder land. Ymand hier aan gadinge makende, vervoege zig by de Verkoperse, die genegen is in alle billykheit te handelen".
Blijkbaar is het niet gelukt het huis te verkopen, vermoedelijk door haar plotselinge overlijden. De Speciecohieren van 1788 vermelden dat de heer Van Scheltinga eigenaar is geworden van 't huis in Augustinusga. Zijn echtgenote Maria van Haersma zal het goed ongetwijfeld van haar moeder gerfd hebben. De Van Scheltinga's woonden toen in Leeuwarden.

"De Heer Leonardus Epeus van Scheltinga en vrouw Maria van Haersma egtelieden tot Augustynsga doen proclameren een sekere hovinge met de bomen en plantagien gelegen aan de oostkant van de buren van Augustynsga sijnde over 't geheel belast met een oort floreen No 165 hebbende Sijtse Gerrits cum soc, ten oosten, de copers ten zuiden ende Oene Hendriks weduwe ten westen en de weg ten noorden, soo groot en klein, goed en quaad als het selve is, ook met sodanige lusten van reed en drift, profijten, actien servietuten en geregtigheden als daar toe en van ouds hebben aanbehoort niets exempt.
Aldus gecogt van IJkjen Sijtses gesterkt met haar man Jan Hendriks Mr. wagenmaker bij Munnekezijl voor de zumma van twee hondert caroliegulden van xx stuivers 't stuk te betalen in een termijn bij 't tekenen des coopbriefs in silvere klinkende munte en gangbaren gelden, dog sullen de costen hierover vallende door de copers wierde gehoed; breder vermogens coopbrief van den 20 December 1790 daar af sijnde
Den 17 Januari 1791 de 1e proclamatie
Den 31 dito de 2e proclamatie
Den 14 Februari de 3e proclamatie".
Kennelijk gebruikten zij het huis als landhuis voor de zomermaanden en zorgden met deze aankoop voor een (eerste?) uitbreiding van de tuin.

Het huis werd in 1835 op afbraak verkocht.
Bewoners 1786 kolonel Eelke van Haersma jr.
1786 1826 Maria van Haersma en Leonardus Epeus van Scheltinga
1826 1834 Leonardus Epeus van Scheltinga
1834 1847 Danil de Blocq van Scheltinga
1847 1865 Ruurdtje van Dam
Huidige doeleinden Van de state is niets terug te vinden.
Opengesteld n.v.t.
Foto's Tekening van de State door J. Stellingwerf uit 1723 (Afb. 2)
Kaartje van Augustinusga 1844 (Afb. 3)
Verantwoording Tekst:
J. Leemburg
Bronnen:
"Oosterburen, buitenplaats te Augustinusga", getypt stuk in Tresoar, auteur onbekend
Het Geheugen Van Nederland
Afb. 1 en 2: vermoedelijk R. Univ. Bibliotheek Leiden c.q. Het Geheugen Van Nederland
Afb. 3: "Nieuwe Atlas van de Provincie Friesland" door W. Eekhoff, 1840-1859