Oud Herema te Tzum

Ligging Deze stins stond ten westnoordwesten van Tzum, in de buurschap Hedrum gemeente Franekeradeel.

Andere benaming Hedrum, Old(e) Herrem, Heerma State, Groot Heerma
Ontstaan De stins wordt reeds in 1406 vermeld.
Geschiedenis Aan het begin van de 15de eeuw tekent zich in Tzum de machtige positie af van de familie Tho Hederum, later Herema of Heerma genoemd. Dicht bij het dorp hadden ze verschillende stinzen; in verschillende terpbuurschappen onder Tzum bezaten ze een of meer boerderijen. Het Register van de Rechtsomgang geeft daarvan voor de eerste decennia van de 15de eeuw een eerste globaal overzicht. In hetzelfde register worden ook verschillende stinzen, wieren en staten van de Herema's vermeld.
In het begin van de 15de eeuw worden Gerrolt, Broutich en Wlbet in Hedrum genoemd; in 1511/1514 zijn de Herema-stinzen en het Herema-land onder Tzum in handen van Tjerck Walta, gehuwd met een Tieth Herema,1) en van nakomelingen en erfgenamen van Gerrolt Herema (1433-1476).
Blijkens het register van de Rechtsomgang was de omvang van het Herema-goed in de jaren 1406-1438 in grote lijnen gelijk aan dat in 1514. Overdiep en Tjessinga noemen het register van de rechtsomgang voor Tzum teleurstellend, gebrekkig, onzorgvuldig en laakbaar karig. Toch is door extrapolatie van het omgangspatroon globaal wel een beeld van de omvang en ligging van het Herema-land aan het begin van de 15de eeuw te krijgen.

De naam Herum is afgeleid van de buurschapsnaam Hederum, waarschijnlijk het al in de vroege 10de eeuw voorkomende Heterheim. Beide vormen - Hederum en Herum - komen in de jaren 1406-1438 naast elkaar voor. In de 13de eeuw werd Herum verworven door de abdij van Bloemkamp, die het weer kwijtraakte in de 14de eeuw. Ongeveer tegelijkertijd, in het midden van de 14de eeuw, vangt de door Upcke van Burmania opgestelde genealogie aan. De stamvader zou Johan te Hedrum zijn geweest. Zijn zoon Gerrolt Herema, veelvuldig genoemd in de Rechtsomgang, trouwde met Hilck Harinxma van Sneek. Gerrolt liet zich niet onbetuigd in de vetes tussen de Schieringers en de Vetkopers. Hij trok in 1437 met een troep Tzummer krijgsvolk op om de Grovestins te Engelum te overmeesteren.
In dezelfde tijd worden ook Broutich te Herum en Gerrolts broer Wlbet genoemd. Verspreid over het dorpsgebied bezaten ze minstens 15 boerderijen. Vanwege dat grondbezit traden ze in de 15de eeuw vaak als rechter in Franekeradeel op.
Een latere Gerrolt Herema uit Tzum regelde een geschil over het rechterschap met Douwe Sjaardema op diplomatieke wijze. Het recht was in de middeleeuwen verbonden aan een aantal hoeven, de zogenoemde rechtvoerende staten. De roosters van de rechtsomgang in Frankeradeel waarin men kan lezen wanneer welke hoeven voor het rechterschap aan de beurt waren, zijn door hen opgesteld om een einde aan dergelijke ruzies te maken.
Tengevolge van een twist met de Siaerdema's van Franeker, met wie de stamvader Johan te Hedrum trouwens verzwagerd zou zijn geweest, was het kerspel Tzum echter uitgesloten van deelname in de roulatie van het grietmanschap.
Vermoedelijk had Tzum aan het eind van de 15e eeuw regionaal vrijwel net zoveel macht als de nabijgelegen stad Franeker. In de rechtsomgang van de grietenij Franekeradeel had Tzum alléén een vierde deel (fiarndel), terwijl Faneker haar fiarndel moest delen met buurdorp Dongjum. Om die macht een beetje te ‘nuanceren’ trokken de Franekers in 1496 onder leiding van Jarich Hottinga en Hessel Martena naar Tzum op en brandden het huis van Gerrolt Herema af en bezetten dat van wijlen Taeke Herema. Er waren toen dus al twee Herema States.

Reeds in 1406/1437 was er sprake van twee staten te Herum: Hedrum eene statha en Beyta statha op Hederuma therpe. Later ligt Nieuw Herum (Nuwe Herrem) dichtbij de dorpsterp van Tzum. Of de huisplaats later naar de omgeving van de kerk is verplaatst, zoals bij staten van dorpshoofdelingen vaker gebeurde,2) òf dat een van de Herumer staten van 1406/1438 werd samengevoegd met een reeds in Tzum bestaande stins, onttrekt zich nog aan onze waarneming.
Olde Herrem was in 1511 eigendom van Tyerck Walta ende is een heerscap; hij was getrouwd met Tieth Herema van wie de state afkomstig zal zijn geweest.
(Tot zover P.N. Noomen.)

In 1640 is het in handen van jonker Dominicus van Hottinga, grietman over Barradeel, in 1698 van jonkvrouw Cecilia van Humalda, weduwe Van Eysinga. In 1728 blijkt het goed, evenals veel andere (voormalige) states eigendom te zijn van de rijke Franeker burger Suffridus (Sjoerd) Westerhuis en zijn echtgenote Titia Bogarda.3) Titia schonk de boerderij bij testament aan de diaconie van de Hervormde Kerk te Franeker om er een gasthuis voor 18 weduwen van te onderhouden. Het Westerhuisgasthuis bestond in de 50er jaren van de 20e eeuw nog, maar toen was Oud Herema niet meer in bezit van deze stichting. Rond 1786 was de boerderij eigendom van een zeker Jan Tjallings die zich de naam Herema liet aanmeten zonder echter familie te zijn van de oude adellijke familie. In 1832 was de Tzummer schoenmaker Jelle Pieters Bruinsma eigenaar van het perceeltje waar state en later boerderij hebben gestaan, die het gebruikte als boomgaard. De landerijen die bij de state en de voormalige Beyta State hoorden waren toen eigendom van de Franeker secretaris Schelte Wijbenga.

1) Haar verwantschap met de nakomelingen van Gerrolt Herema (wapen: gedeeld een leeuw en drie eikels, 2:1) is niet duidelijk. Behalve het bezit onder Tzum en Herum duidt ook het wapen dat aan haar wordt toegeschreven (een keper met twee eikels en een eikenblad) op verwantschap. Zie: M.A. Beelaerts van Blokland, "Herema van Tzum", De Nederlandsche Leeuw (1944) 9.
2) Voorbeelden zijn: Sjaerdema bij de kerk in Franeker, Holdinga in Anjum en (laat) Hottinga-Aebinga in Sexbierum.
3) Zie over hen Hottinga State te Pietersbierum. Zij waren eigenaren van ondermeer de states, buitenplaatsen en stadshuizen Westerhuis te Marrum, Oud- en Nieuw Herema te Tzum, Donia en (de voorganger van) Walburga te Sexbierum, Ropta te Wijnaldum, Jelgersma te Firdgum, Hottinga, Fetza en Lieuwma te Pietersbierum, in 1728 de helft van Hibbema te Oosterbierum en het Martenahuis in Franeker.

Bewoners -? Johan te Hedrum
- Gerrolt Herema (nog in 1437)
- Gerrolt Herema (1496)
- 1511 Tyerck Walta
- 1640 jonker Dominicus van Hottinga, grietman over Barradeel
- 1698 vrouw Cecilia van Humalda weduwe Eysinga
- 1728 Suffridus Westerhuis
- Titia Bogarda, wed. van Suffridus Westerhuis
- Diaconie Herv. Kerk te Franeker
Huidige doeleinden Er is niets van de stins terug te vinden. Het terrein is in gebruik als weiland en niet meer als huisplaats herkenbaar.
Opengesteld n.v.t.
Foto's
Bronnen Tekst: Een deel van bovenstaande tekst is met toestemming van auteur P.N. Noomen overgenomen van de website www.hisgis.nl, tab "kaartlagen", keuze "stinzen fryslan". Die tekst is tevens gepubliceerd in:
"De Stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners", P.N. Noomen, Uitgeverij Verloren, Hilversum 2009
”De historie gaat door het eigen dorp”, A. Algra, ca. 1960
www.hisgis.nl