Phaesma State te Kollum

Ligging De stins stond ten zuiden van Kollum, gemeente Kollumerland, in de buurt van Oud Meckema State in het huidige Zevenhuizen dat vroeger Meckamaburen genoemd werd.

Kaartje met de States rond Kollum
Andere benaming Phaesmabosch, Te Bosch
Ontstaan De stins wordt reeds in de 15e eeuw genoemd.
Geschiedenis De familie Phaesma bevond zich op de grens van de adel en de eigenerfden. Zij was geparenteerd aan de Allema's van Oudwoude, de Ayckema's van Grijpskerk en de Bootsma's. In de kerk kwam het wapen Phaesma voor en was een grafkelder van dit geslacht; bovendien zou de prebende van het Heilig Sacrament in de kerk van Kollum gesticht zijn bij 't geslagte van Jellema ende eenige van Bootsma ende Faesma.

Gayko Fasema en zijn zoon Tyaerdt werden in 1492 genoemd als verwanten van Eue ter Harst in Augsbuurt. Ballinck Phaesma, gehuwd met zijn aanverwante Eeucka Phaesma, was van 1523 tot 1536 grietman van Kollumerland. Zijn boedel was in 1516 geconfisqueerd geweest wegens rebellie. Zijn zoon Loell Phaesma wordt in het testament van Hessel Bootsma genoemd. In 1552 droeg Loell "huys ende steenhuys sampt schuire" over aan Hed Phaesma; in 1562 werd de sate van de laatste te Meckemabuiren genoemd. In 1606 verkochten de crediteuren en erfgenamen van Hed Phaesma Phaesmastate, sate, huisinge, hoff, plantagie ende landen, groot 40 pondematen aan Mattheus Pietersz. Phaesma, volgens mr. Andreae een achterkleinzoon van bovengenoemde Ballinck Phaesma. Na zijn dood omstreeks 1620 vererfde de state op zijn zoon Tjaerdt. Een dochter van Mattheus Phaesma, Foockel Phaesma, trouwde in 1619 met Johannes van Scheltinga. Hun zoon Mattheus van Scheltinga erfde in 1631 van zijn oom Tjaerd Phaesma diens land en state tot Collum, Phaesmabosch genaempt. Hij noemde zich sindsdien Mattheus Phaesma van Scheltinga.

Mattheus overleed ongehuwd en de state werd eigendom van zijn broer Dirck van Scheltinga die gehuwd was met Truyke van Wigara. In 1698 is hun schoonzoon generaal Van Coehoorn eigenaar. Zijn dochter Geertruida Alegonda zou hier nog gewoond hebben, maar omdat zij destijds in IJlst woonde zal dat vermoedelijk alleen af en toe in de zomer geweest zijn. Zij verkocht de sate in 1712 aan de notaris Justus Voorda.
In de 17de eeuw werd Phaesma, vlak naast Oud Meckema gelegen, een "gewone" boerderij. In 1664 werd het nog als adellijke state aangegeven, in 1718 als boerderij binnen ruime singels. In 1729 wordt het goed nog vermeld als eene deftige plaats of sathe lands, groot 40 pdm., gelegen in Phaesma-bosch buiten Kollum. Het was dus een boerderij geworden, maar wèl met een zeker grandeur en blijkbaar nog omgeven door het park van de state.
Bewoners 1516 Ballinck Phaesma
tot 1552 Loell Phaesma
1552 – 1606 Hed Phaesma
1606 – 1620 Mattheus Pietersz. Phaesma
1620 – 1631 Tjaerdt Phaesma
1631 Mattheus Phaesma van Scheltinga
Dirck van Scheltinga
1698 generaal Van Coehoorn
Geertruida Alegonda van Coehoorn
1712 Justus Voorda
Huidige doeleinden Van de State is niets meer terug te vinden.
Opengesteld n.v.t.
Foto's
Bronnen Tekst: Jan Leemburg
“Kollumerland en Nieuw Kruisland” door mr. A.J. Andreae, 1883-1885
“De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners”, P.N. Noomen, 2009
Afb. 1 www.hisgis.nl