Roordama State te Tzummarum

Ligging Het stateterrein ligt tussen Roordamaleane 1 en 13. Het woonhuis Roordamaleane 13 staat op de voormalige westelijke singel van de state, te Tzummarum, gemeente Franekeradeel.

overzicht van states rond Tzummarum

Andere benaming Roorda State
Ontstaan Over het ontstaan van de state is niets bekend, maar de familie wordt in de archieven reeds in de eerste helft van de 15e eeuw vermeld.
Geschiedenis Vooral in de 15de eeuw was Roorda een belangrijke stins. De bewoners waren herhaaldelijk in gevecht met hun buren, de kloosterlingen van Lidlum.1) De familie Roorda splitste zich in verschillende takken: in Barradeel, Hennaarderadeel en in Menaldumadeel. Aan het eind van de 16de eeuw stelde Douwe Roorda op Oenema in Terkaple2) een omvangrijke, deels fictieve stamboom van de familie samen; de familie werd daarin tot in de vroege Middeleeuwen opgevoerd.
Zowel de geschiedenis van de stins, als van de verschillende takken van de familie Roorda, moeten nader worden uitgewerkt.
Tot zover P.N. Noomen.

In ‘De historie gaat door het eigen dorp’ is het volgende te lezen.
Om en bij het dorp hebben ook verschillende stinsen gestaan. Op een der sterke kastelen woonde het geslacht Roordama, ook wel Roorda genoemd. Deze adellijke woning stond west van het dorp en werd later de Bosplaats genoemd. Ook deze boerderij is echter verdwenen en thans herinneren fragmenten van de gracht en misschien wat boomgewas nog aan de oude tijden. In de grond worden bovendien nog al eens wat oude Friezen gevonden. Het geslacht Roordama strekte het dorp niet altijd tot eer. Verschillende leden er van lagen nog al eens overhoop met het klooster Lidlum en zij gebruikten niet altijd eerlijke middelen in die strijd. Zo leefde op de stins in het midden van de 15de eeuw Johan Roordama, die eerst het klooster van het patronaatsrecht over de kerk beroofde. De pastoor van Tzummarum werd n.l. aangewezen door het klooster Lidlum en deze geestelijke werd uit de monniken gekozen. Nu trok Roordama de bevoegdheid van het benoemen van de dorpspastoor aan zich en stelde een wereldlijke (niet tot een orde behorende) priester aan, Ego, die overigens een goed zieleherder was volgens de Lidlumers. Daarbij bleef het niet. Joh. Roordama nodigde de abt van Lidlum uit voor een bespreking en maakte met hem een contract over allerlei zaken maar toen het getekend moest worden, werd deze handeling om een schijnreden even uitgesteld en kort daarop kreeg de niets vermoedende abt het contract ter tekening, dat intussen door een ander vervangen was. Hij tekende en op deze wijze verloor het klooster veel goederen, klaagt de kroniekschrijver.

Erger werd het nog, toen na de dood van een abt Johan Roordama zijn broer Ruurd met geweld tot abt deed verkiezen.
Deze deugniet verbraste de goederen van het klooster en behandelde de vrome monniken zeer slecht, terwijl de slechte onder hen met vele andere „pluimstrijkers en telloorlikkers" het er goed van namen. Maar de overste van de orde, de abt van Prémontré, wilde deze goddeloze abt niet erkennen. Deze was hierover zo ontstoken, dat hij tot razernij verviel en naar de verhalen luidden krankzinnig in Leeuwarden stierf. De nieuwe abt, een vroom man, trachtte orde en tucht te herstellen, maar met medeweten van enkele slechte monniken deed Joh. Roordama een aanval op het klooster.
Hij nam de abt gevangen en behandelde hem zeer smadelijk. Op Roordama werd hij opgesloten. Maar nu kwam Wybe van Grovestins van Engelum 3) (Scherne Wiebe) op Tzummarum af. Hij nam Roordama in, verloste de abt, die de kloostergoederen terug kreeg en de rode haan werd op Roordamastins gezet. Waarschijnlijk heeft de eigenaar het weer opgebouwd, maar hij had een goede les gehad en bovendien hij werd ouder en daar was ook nog zoiets als een oordeel.
Daarom trachtte Joh. Roordama zijn euveldaden enigszins goed te maken, door bij testament te bepalen, dat een van zijn boerderijen, Tjessemastate, bestemd moest worden voor een vrouwenklooster. In 1473 overleed de vechtersbaas en het volgende jaar voerde zijn weduwe zijn laatste wilsbeschikking uit.
De Roorda's of Roordama's zijn verdwenen uit Tzummarum. Het is moeilijk uit te maken welke Roorda's, die later naam in Friesland hebben gemaakt, van hen afstammen. Wel is Frederik van Roorda, die in 1521 grietman van Schoterland werd, een zoon van Goffe van Roorda van Tzummarum en Dr. Lutzen Wagenaar heeft een 60 jaar geleden willen aantonen, dat Karel Roorda, de tegenstander van Willem Lodewijk en de voorstander van een algehele zelfstandigheid van ons gewest, wat zijn afkomst betreft een Tzummarumer was.
Tot zover A. Algra.

In het stemkohier van 1640 staan Jetse Fockes en Johannes Sjouckes beiden geregistreerd als “eigenaar en gebruiker” zonder vermelding van een bepaalde eigendomsverhouding dus in feite staan beide als volledig eigenaar èn gebruiker te boek. Dat kan niet kloppen en hoe het precies zit moet nog worden uitgezocht.
Blijkbaar was de 55.5 pondemaat (ruim 20 ha.) erg vruchtbare grond en werd het al vroeg intensief gebruikt, want ook in 1698 zijn er twee gebruikers. Dat waren Rinse Johannes Roorda die voor de helft eigenaar en gebruiker was en “Claes Bojes” (Klaas Boyens) gebruiker van de andere helft terwijl die voor 1/6 mede-eigenaar was. De andere twee eigenaren waren de zusters van Klaas, Neeltje en Pytje ieder voor 1/6 deel.
In het stemkohier van 1728 staat alleen “Rinse Roorda weduwe” te boek als eigenaar en gebruiker. Rinse heeft blijkbaar in die 30 jaar de andere eigenaren uitgekocht.
In 1832 is het eigendom van weduwe Jan Hendriks Blauwpot te Groningen.

1) Zie stins te Lidlum.
2) Zie Oenema in Terkaple.
3) Zie Grovestins te Ingelum

Bewoners rond 1468 Johan Roorda
1640 Jetse Fockes en Johannes Sjouckes
1698 Rinse Johannes Roorda ½, Klaas, Neeltje en Pietje Boyens ieder 1/6
1728 Rinse Roorda weduwe
1832 weduwe Jan Hendriks Blauwpot

Huidige doeleinden Het terrein is nu weiland.
Opengesteld n.v.t.
Foto's Terrein Roorda State in februari 1982
Bronnen Tekst: Een deel van bovenstaande tekst is met toestemming van auteur P.N. Noomen overgenomen van de website hisgis, tab "kaartlagen", keuze "stinzen fryslan". Die tekst is tevens gepubliceerd in:
"De Stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners", P.N. Noomen, Uitgeverij Verloren, Hilversum 2009
Een ander deel van de tekst is overgenomen uit “De historie gaat door het eigen dorp”, dl. III, A. Algra, Uitg. Friesch Dagblad, Leeuwarden, zonder jaartal
De overige informatie is afkomstig van hisgis
Foto 1: Google Earth
Foto 2: Jan Leemburg