Swingma State te Wijnaldum

Ligging Deze State stond Swingmaleane 1 te Wijnaldum te Harlingen.

kaartje uit 1718 met states onder Wijnaldum

Ontstaan Omtrent het ontstaan van de state is niets bekend, de oudst bekende vermelding is uit 1546 wanneer er sprake is van Smingmasteedt.
Geschiedenis De heer S. Laansma schreef over Swingma State ondermeer het volgende:

Reeds in het Register van Aanbreng van 1511 komt een zekere Pieter Smeynge voor, waarmee hoogstwaarschijnlijk Swingma bedoeld is. Ook komen dan te Wijnaldum voor: Rintze Janzoen, Pieter Smeynge en Boeyn Smeynge. Enkele tientallen jaren later, namelijk in “de Uitdeeling der Zeedijken van de Buitendijksters der Vijf Deelen en Aanbreng der Landen daaronder behorende” van 1546, lezen we, dat Pieter Pieterszoon gebruikt 4½ pondematen zaadland Smingmasteedt genoemd, liggende aan de Dijk. Ook Alef Boeyenzoon-erven bezitten 4½ pondematen.
Ik vermoed, dat men zowel in 1511 als in 1546 de w van Swingma voor een m heeft aangezien. Uit het vervolg zal blijken, dat de naam tot op heden Swingma gebleven is.
Pas in 1636 komen we in het doopboek van Wijnaldum de naam Swingma tegen, zoals deze nog altijd geschreven wordt. Trijn, een dochtertje van Rienck Rinckes, werd toen gedoopt. Zij was “tot Wijnaem aen de Halle gebooren in Swingma huijs”. Vermoedelijk was Rienck knecht op Swingma-state, want de man, die in 1640 in het stemregister voorkomt, is Jan Gerbens.
Jan Gerbens werd omstreeks 1575 geboren en was een belangrijk man in Wijnaldum. In 1614 was hij Gedeputeerde van de Vijf deelen Zeedijken Binnen- en Buitendijks en als zodanig komt hij ook nog voor in de volgende jaren. Hij was eigenaar van een huis bij de kerk te Wijnaldum, van een boerderij (Swingma) en van grond in Oosterbierum. In 1623 verkocht hij 5 pondematen van zijn grond te Wijnaldum aan de kerk aldaar.
Omstreeks 1620 huwde hij te Harlingen, na te Wijnaldum driemaal te zijn afgelezen, met Rins Hommes.
Toen in 1637 een nieuwe klok in de Hervormde kerk te Wijnaldum werd opgehangen, werd onder andere zijn naam er op aangebracht. Op deze klok stonden trouwens ook de naam van de Predikant, Albertus Reen, en van Sierck Jarichs en Sipke Freerks, beiden kerkvoogd. Laatstgenoemde was familie van Jan Gerbens.
Uit het huwelijk van Jan Gerbens en Rins Hommes werd een zoon geboren, die Douwe werd genoemd. Van hem weten we, dat hij van 1642 tot 1649 mederechter van Barradeel was en dat hij diverse acten keurig tekende met: Douwe Jansen Swingma.
Intussen valt te constateren, dat Jan Gerbens voorkomt in het stemkohier van 1640. Hij bleek toen, samen met de kerk, eigenaar te zijn van Swingma-state: de kerk had 22 pondematen, Jan Gerbens 38 pondematen. Kort daarna, namelijk op 21 maart 1642, huwde Douwe Jansen Swingma, die in Wijnaldum woonde, op het Raadhuis te Harlingen met Geertije Tijepkes, die aldaar woonachtig was. Het dochtertje, dat uit hun huwelijk werd geboren werd Doutien genoemd. Pas in 1656, na de dood van haar vader (circa 1650) werd zij gedoopt.
Jan Gerbens, de grootvader van Doutien Douwes Swingma, had niet veel met zijn schoondochter op; dat zal uit het vervolg blijken. “Alsoo niet sekerders is als de dood, ende niet onsekerders als de uijre van dien, soo is het dat ick Jan Gerbens wonende tot Wijnaldum...... maecke mijne en mijnes onmondige kindskind Douwtien Douwes Swingma testament ende laaste wille”. Zo begint het testament, dat Jan Gerbens op 5 februari 1651 te Harlingen maakte.
In het kort komt de inhoud op het volgende neer. Al zijn goederen vermaakte hij aan zijn kleindochter Doutien Douwes Swingma (zijn zoon was toen overleden). Als het kind zou komen te overlijden voor zij twaalf jaar oud was (zij werd omstreeks 1643 geboren), dan zou de hele erfenis ten goede komen aan de naaste familieleden. Ook de landen, die van haar vader afkomstig zijn en haar bij acte van ontscheijdinge van 12 juni 1650 zijn toebedeeld, tevens de boerderij te Wijnaldum, die door Jan Gerbens werd bewoond zouden ten bate van “goede luijden" worden verhuurd. De moeder van Doutien of haar naaste familieleden van moederskant mochten zich niet met de administratie van de erfenis bemoeien. Wel de familie van vaderskant.
Op 6 augustus 1652 vulde Jan Gerbens zijn testament nog eens aan. Zijn huis, dat ten zuiden van de kerk stond, mocht ten bate van de dorpsarmen van Wijnaldum worden verhuurd. Diverse personen zouden 50 goudguldens krijgen, zoals Gerben Jansen te Ried (dit was de vader van Jan Gerbens Laansma; mogelijk was er dus een familierelatie met de Laansma’s). Als voogden over Doutien Douwes Swingma benoemde hij: Ds. Wilthetum Henrici, dienaar des Goddelijken Woords te Wijnaldum, Sijds Sipkes en Sipke Freerks.
Na het overlijden van Jan Gerbens mochten huisraad, gereedschap en levende have bij openbaar boelgoed verkocht worden. “Huisinge en hovinge en saate en Landen” mochten te huur worden aangeboden aan zijn neef Gerben Wijntsens, de zoon van zijn zuster. Mocht deze er geen interesse in hebben, dan mochten anderen het bezit huren of pachten. Deze maal werd één en ander vastgelegd ten huize van Jan Gerbens zelf.
Niet Doutien Douwes Swingma overleed spoedig, maar haar grootvader Jan Gerbens. Dit feit staat vermeld in het trouwboek van Wijnaldum. Er staat geschreven, dat Jan Gerbens is overleden op Sint Nicolaas avond 4 december 1652 op 77-jarige leeftijd. Enkele dagen daarna werd hij bij de zuiderdeur van de kerk begraven.
Doutien Douwes Swingma, nog in leven en dus eigenares van Swingma-state en alle andere bezittingen van haar grootvader, trad op 5 juli 1663 te Minnertsga in het huwelijk met Doctor Jacobus Canter, secretaris van Dantumadeel.
Uit hun huwelijk werden zeven kinderen geboren, waarvan de oudste en de jongste te Harlingen.
De bekendste pachter van Swingma in die periode was Jan Jansen, die ook wel Jan Jansen Swingma werd genoemd. Omdat deze boerderij aan de Halle (of Haule) gelegen was werd deze pachter ook wel Jan Jansen Halle genoemd. Omstreeks 1698 moet Jacob Canter zijn overleden, want Doutien Swingma wordt dan weduwe genoemd. Voor het laatst in 1708 komt Doutien Swingma voor als eigenares van Swingma-state te Wijnaldum. Een zekere Acke Jans is dan pachter. Kort daarna wordt alles anders.
Een zekere Andries Douwes wordt gebruiker van de 22 pondematen van de kerk; in 1714 moet hij al op Swingma gewoond hebben, want zijn zoon Jan, die toen gedoopt werd, was geboren op deze plaats. Het floreenkohier van 1718 geeft één en ander exact weer.
De overige 38 pondematen van Swingma-state waren verkocht (?) aan een viertal personen: burgemeester Fopma (9 pondematen), secretaris Van Idsinga *) (10 pondematen), dr. Visscher **) (10 pondematen) en Luitjen Jans (7½ pondematen).
Douwe Taeckes was gebruiker van de 10 pondematen van secr. Idsinga. Swingma-state, dat in het floreenkohier nummer 21 had, werd voor 1728 aan Job Douwes verpacht. Dat wil zeggen, dat hij van de hele plaats circa 40 van de 60 pondematen in gebruik had. Hij woonde met zijn gezin op Swingma-state en de kinderen uit zijn beide huwelijken werden aldaar geboren. Job Douwes was een zoon van Douwe Taeckes en Antje Jobs. Job huwde tweemaal, de eerste keer in 1722 met Tjeertje Tjeerds. Na het overlijden van Tjeertje trouwde Job Douwes in 1729 met Hiltje Harmens. In 1734 werd zoon Sybren geboren, die opvolger van zijn vader zou worden als boer op Swingma. Vader Job overleed tussen 1758 en 1768, want in dat laatste jaar werd zijn vrouw als weduwe en gebruikster van Swingma-plaats genoemd. Na haar overlijden in 1773 werd Sijbren Jobs gebruiker van 40 pondematen en bewoner van Swingma. Sijbren Jobs huwde in 1777 met Ybeltje Eeuwes, een kleindochter van Ype Symens en Sipkjen Jans Laansma. Na zijn overlijden (circa 1800) verhuisde zijn echtgenote naar Harlingen, waar ze in 1816 overleed.
Swingma-state had intussen andere eigenaars en bewoners gekregen. Hoewel er meerdere eigenaars waren lijkt het mij voor de duidelijkheid beter om diegene te noemen, die ook gebruiker was en tevens bewoner. Ik bedoel Rients Sybrens, die in 1747 in Wijnaldum geboren was. In 1811 had hij de naam Hiddinga voor familienaam aangenomen. Evenals zijn vader Sybren Hannes was hij jarenlang administrerend kerkvoogd. Tot zijn overlijden in 1823 woonde hij op Swingma-state.
Dat was eveneens het geval met zijn zoon Jan Rientses Hiddinga, die in 1796 in Wijnaldum geboren was en volgens de van hen gevonden grafzerk stierf ook hij op Swingma-state. Deze steen vermeldt namelijk dat hij erfgezeten landbouwer op Swingma-state was en aldaar overleed op 12 novenber 1851. Zijn weduwe, Kinke Pieters de Haan, overleed volgens haar grafzerk op 11 april 1853.
Als volgende bewoner komen we in de floreenkohieren van 1850 en 1858 nog tegen hun zoon Pieter Jans Hiddinga. Een aantal stukken land, die hij gebruikte waren van de weduwe Hanekuyk en Adriana Petronella Dillié. Twee zoons van Pieter, namelijk Pieter Pieters Hiddinga (1843-1906) en Jan Pieters Hiddinga (1850-1928), die eveneens Swingma-state bewoonden stonden bekend als goede kaatsers. In 1871 wonnen zij samen de eerste prijs. Pieter Pieters Hiddinga was tot zijn dood in 1906 kerkvoogd.
Nadien kwam Swingma in handen van drie dames, die alledrie van zichzelf Hiddinga heetten, namelijk: (Catharina) Blanksma-Hiddinga, (Jetske) Poelstra-Hiddinga en (Jantje) Schuiling-Hiddinga, dochters van Pieter Pieters Hiddinga en Wiepkje Bangma.
Uiteindelijk werd de zoon van Cornelis Blanksma en Catharina Hiddinga eigenaar en bewoner van Swingma State. Zoals gezegd is een Blanksma thans boer op Swingma-state. (S. Laansma)

Anno 2014 wordt de boerderij bewoond door C.L.D. Blanksma. Daarvoor fam. L.J. Blanksma.

*) Arnold van Idsinga, secretaris van Harlingen en familie van Johannes Canter.
**) dr. Tammerus Cornelis Visscher, rector van de “Latijnsche Schole” te Harlingen en familie van Aleff van Idsinga.

Bewoners 1511 Pieter Smeynge
1546 Pieter Pieterszoon
1640 Jan Gerbens Swingma
ca. 1655 tot >1708 Doutien Douwes Swingma; gebruiker Jan Jansen
1718 Kerk van Wijnaldum, burgemr. Fopma, secr. Van Idsinga, dr. Visscher en Luitjen Jans; gebruikers Andries Douwes en Douwe Taeckes
1728 pachter Job Douwes
1768 pachter Hiltje Harmens, wed. Job Douwes
1773 pachter Sijbren Jobs
ca. 1800-1823 Rients Sybrens Hiddinga, gebruiker en deels eigenaar; zoon:
1823 Jan Rientses Hiddinga; zoon:
1850 Pieter Jans Hiddinga; zoons:
Pieter Pieters Hiddinga en Jan Pieters Hiddinga
Catharina, Jetske en Jantje Hiddinga; zoon van Catharina:
Blanksma
L.J. Blanksma
C.L.D. Blanksma
Huidige doeleinden Op het terrein staat een boerderij.
Opengesteld De boerderij is particulier bewoond en niet vrij toegankelijk.
Foto's Wijnaldum e.o. van Google Earth Swingma State in februari 1982 Swingma State op 26 maart 2008
Bronnen Tekst: De tekst is grotendeels overgenomen van “Uit de geschiedenis van het Geslacht Laansma” door S. Laansma gepubliceerd op Oud Tzummarum.nl (bewerkt door J. Leemburg)
“De boerepleatsen en gerniershuzen ut it alde barradiel”, K. Swart en G. Vogel, 1996
Stamboom van Gerrijt van Belcum
Tekening 1: archief J. Leemburg
Foto 1: Google Earth
Foto’s 2 en 3: Jan Leemburg