Tiaerda State te Medhuizen bij Ee

Ligging Tiaerda State heeft gelegen te Medhuizen onder Ee, gemeente Dongeradeel, vermoedelijk op de plaats van het huidige Humaldawei 39 net ten noordwesten van Mockema State.

De boerderij op het terrein waar verm. Tiaerda State heeft gestaan op 24 april 2010

Ontstaan Omtrent het ontstaan van de stins/state is niets bekend.
Geschiedenis Tiaerda state te Ee is een goed voorbeeld van een middeleeuwse hoofdelingshuis dat in de vroege Nieuwe Tijd als zodanig in onbruik raakte. De ligging ervan is onzeker. De naam van het huis Tyaerden staeden komt in 1543 voor het eerst voor, als familienaam van de bewoners komt Tyaerda in 1491 voor.
Misschien heeft op Tiaerda betrekking op de oorkonde van 1436 waarin aan Eesk en Ulbeth Ubbema (misschien op Obbema te Ee) Siaerda gued, stens ende statta ende fiouertigha pondameta (even verderop Siardahuse en Ziardaguede genoemd) wordt toegewezen. De oorkonde maakte een einde aan een vete waarin ook van stensfal (het neerhalen van een stins), schade en gevangenschap sprake was geweest. Omdat ook de Kolken en Tibma worden genoemd, heeft de oorkonde betrekking op de omgeving van Ee.(*1)
Een indirecte vermelding van deze familie stamt uit een genealogisch handschrift van rond 1600, waarin wordt vermeld dat in de tweede helft van de 15de eeuw Rienck Ytsma te Wierum trouwde met Wyts Tiaerda, dochter van NN Tiaerda de Ee in Dongeradeel; het wapen Tiaerda was toen nog te zien op een grafmonument uit 1574 in Dantumawoude.(*2) In 1491 sloot Hybbe Tyaerda als hoofdeling te Ee zich aan bij het verbond met de stad Groningen. Verondersteld mag worden dat zijn woonhuis een stins was. In 1511 werd Tiaerda door Pybe Tiaerda, Jeltie Wattema kinderen en Sytse Juws (Aylva)(*3) verpacht aan Sypke Tiaerden, mogelijk een zoon van Pybe.
In 1543 had de pastorie recht op een jaarlijkse rente van 9 stuivers uit Tyaerden staeden. In 1546 en 1559 komt het goed voor als Tiaerdahuis, Tziaerda sate en Tzyaerda goet.

De ligging van Tiaerda staat niet met zekerheid vast. Er kan wel een hypothetische localisatie worden gemaakt, maar deze is niet dwingend. In 1600 werd Tiaerda verhuurd door Eesck Mockema, geboren Feitsma; het goed blijkt dan op Medhuizen te liggen. Door uitsluiting van de meeste andere mogelijkheden in Medhuizen en op grond van de familieverhoudingen komt FC8, vlak bij Mockema gelegen,(*4) het meest in aanmerking. Eesck had geen kinderen. Neven en een nicht van verschillende zijden, ongetwijfeld haar erfgenamen, waren in 1640 eigenaars: "jr. Gerrolt Feitsma 1/2, de rest jufr. Popma, wed. v. Jaersma en haer broer Hessel Popma". Deze deling van de eigendom in twee helften zou tot 1768 voortduren. Pachter van het goed was Beern Minnes en de oppervlakte bedroeg nog steeds de fiouertigha pondameta (40 pondemaat = 14.69 hectare) waarvan in 1436 sprake was. Zelfs in 1841 was de oppervlakte nog steeds dezelfde 40 pondemaat.
In 1698 is het goed voor de helft eigendom van Gerryt Botma te Morra en de andere helft gezamenlijk van Dorothea van Walta, weduwe Verruci en Anna van Walta, weduwe Steenhuysen. Bouwe Wytses is dan pachter. In 1708 worden alleen Gerryt Botma en "weduwe Verruci" genoemd, maar in 1718 en 1728 verschijnt ook de "weduwe Steenhuysen" weer in het stemkohier. Was in 1708 Bouwe Wijtzes nog pachter, in 1718 was dat zijn weduwe en in 1728 is dat Namme Botma, ongetwijfeld een zoon van mede-eigenaar Gerryt Botma. In 1738 is de eigendom van het goed nl. 50/50 verdeeld tussen jonker Jarig van Burmania en Namme Botma’s kinderen. In 1748 worden els eigenaren Antie Botma en Lieuwe Sinia vermeld. Lieuwe was koopman te Dokkum en tevens burger-luitenant, burgemeester en later vroedsman van die stad. Hij was getrouwd met Betske Nammens Botma, een zuster van Antie. Mogelijk heeft hij jonker Van Burmania uitgekocht, want die wordt na 1737 niet meer genoemd. In 1758 worden Namme Botma’s kinderen vermeld als eigenaren van de helft van het goed en "burgemeester Sinia" samen met "dr. Osinga" voor de andere helft. De "dr. Osinga" was dr. Tjepke Osinga, mederechter te Dokkum. De stemkohieren van 1768 en 1778 geven alleen de vermelding van "Namme Botma’s kinderen", maar dr. Osinga zal zijn aandeel erin hebben aangehouden. In 1788 is nl. het goed volledig eigendom van dr. Tjepke Osinga’s weduwe en Jacob Rengers de pachter. In 1798 is de situatie ongewijzigd, maar daarna hebben de Osinga erfgenamen de boerderij kennelijk verkocht, want in 1818 is die eigendom van voormalig pachter Jacob Rengers die de familienaam Boersma blijkt te hebben aangenomen. Jacob moet korte tijd daarna overleden zijn zonder opvolger, want in 1824 verkoopt zijn weduwe het goed aan Fetze Eelkes Meindersma. Het wordt dan beschreven als "Eene heerlijke Zathe en landen met huizinge no. 115, schuur, lijtshuis, hornleger, hovinge, boomen en plantagie cum annexis, staande en gelegen te midhuizen onder Ee, groot naar naam en faam." Fetze Meindersma heeft goed geboerd, want in 1841 laat hij de huidige kapitale kop-hals-romp boerderij bouwen. Zoons Pieter en Douwe leggen op 3 april de eerste steen, maar zijn hem niet opgevolgd als boer op deze plaats. Dat werd zijn kleinzoon Fetse Tjallings Alberda, de in 1844 geboren en in 1914 overleden zoon van Tjalling Jans Alberda en Eelkjen Fetzes Meindersma. Wie in de negen jaar darna de scepter zwaait is mij niet bekend, maar in 1923 neemt Jan Tjallings Alberda het roer in handen. In 1952 werd de boerderij overgenomen door Sipke Hiemstra en zijn vrouw Ytje Jans Alberda, in 1988 opgevolgd door hun dochter Ytje en haar man Jaap Hansma.

(*1) Tegen de identificatie Ziarda-Tiaerda zou kunnen worden ingebracht dat er in Ee behalve Tiaerda ook een kloostergoed Syarda en Mockema-pachtgoed Syarda waren. Gezien de ligging van Tiaerda naast Mockemastins zou dit laatste pachtgoed echter identiek aan Syarda kunnen zijn.
(*2) Rienck Itsma qui vixit circa annum 1483 uxorem habuit Wits Tiaerda ... Tiaerda de Ee in Dongeradeel filiam (...) Insignia huius Tiaerda invenitur in monumento Siurd Heemstera et Popk Itsma in Dantummewolde, UvB, fol. 53r, 68r.
(*3) Sytse Aylva had door zijn eerste vrouw rechten in Ee. Zij was Biuck Humalda, met een moeder Mockema. (zie ook GJB 1995 p. 160; en 1994 p. 151.)
(*4) Eesck woonde met haar man Taecke Mockema in 1578 op Mockema-huis.
Bewoners - ? NN Tiaerda van Ee. Een dochter van hem trouwde met Rienck Ytsma, die leefde rond 1483. Onbekende relatie met://
- Hybba Tyarda, 1490 en 1491 hoofdeling te Ee. Onbekende relatie met://
- Pybe Tiaerda, in 1511 een van de eigenaren. Onbekende relatie met://
- Eesck Mockema, geboren Feitsma, in 1600 eigenares van Tiaerda. Neven en nicht van haar zijn:
- ? Gerrolt Feitsma, juffr. Popma, wed. v. Jaersma en haar broer Hessel Popma, in 1640 eigenaren van de sate Ee SC8
1698 Gerryt Botma, Dorothea en Anna van Walta
1738 jonker Jarig van Burmania en Namme Botma’s kinderen
1748 Antie Botma en Lieuwe Sinia
1758 Namme Botma’s kindern, Lieuwe Sinia en Tjepke Osinga
1788 Tjepke Osinga’s weduwe
1818 Jacob Rengers Boersma
1824 Fetze Eelkes Meindersma
1880 Fetse Tjallings Alberda
1918 fam. Alberda
1923 Jan Tjallings Alberda
1952 Sipke Hiemstra en Ytje Alberda
1988 Jaap Hansma en Ytje Hiemstra
Huidige doeleinden Op het terrein staat een boerderij.
Opengesteld n.v.t.
Foto's
Bronnen Tekst: Jan Leemburg
P.N. Noomen, De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners, 2009
De website hisgis
D.A. Zwart, Schetsen uit de historie van Ee, 1994
Genealogische database van J. Leemburg
Foto 1: Jan Leemburg