Uthsma State te Grouw

Ligging Deze state lag aan het Suorein ten zuidwesten van Grouw, gemeente Boarnsterhim.

De boerderij op 8 mei 2011

Ontstaan Onbekend.
Geschiedenis Als familienaam komt Wtsma en Uthsma in relatie tot Grouw in 1438 voor; als boerderijnaam Oetsma en Utsma in 1640 en 1718. In het laatste jaar werd er een stinswier naast aangegeven. De geschiedenis van de naburige staten Asinga (1438, 1640) en Kempama (1438, 1471) had raakvlakken en overeenkomsten met die van Uthsma.
Dat Uthsma een oude machtspositie is, blijkt uit een oorkonde van 1438, waarin Bocko Wtsma, dan wonend te Friens, verklaart dat hij met Eko Kempama Kempama syl liet timmeren en dat hij de zorg voor deze zijl geheel op zich neemt to scade of toe bate ho dattet vallen mach, waarbij hij de zusters van het klooster Aalsum vrijstelt van bijdragen. Bocke Uthsma getuigde in hetzelfde jaar over een waterstaatsgeschil tussen de Opsterlanders en de Leppa, waarbij hij in het verleden betrokken was als grietman in de Leppa vanwege Idaarderadeel; hij gebruikte een eigen zegel.
Keimpemazijl is identiek met de Molenzijl, waardoor een deel van het water van het Nauwdeel en de Haniasloot langs het Zuidereind door de Leppadijk in de Boorne werd afgevoerd. Utsma met de stinswier ligt aan de Haniasloot, niet ver van Keimpemazijl.(1) Hoewel Bocko in Friens woonde, ligt de veronderstelling voor de hand dat ook Utsma te Grouw aan hem behoorde.
Eko Kempama zal naast de zijl hebben gewoond: de sate direct ten zuiden van de Keimpema- of Molenzijl heette in 1471 Kempama gued (Akkrum FC44). Het was toen eigendom van het klooster Aalsum. Dat betaalde er een rente uit aan de commanderij te Nes; deze rente werd in 1471 kwijtgescholden.(2)
De zorg voor zijlen en zijlroeden was in het middeleeuwse Friesland dikwijls in handen van belanghebbende kloosters en hoofdelingen. Interessant in dit verband is dat ook de nabije Hottingazijl bij het klooster Aalsum aanvankelijk door aanzienlijke leken werd onderhouden en benut.(3)
De overeenkomst tussen de naam van de sate en die van een 15de-eeuwse grietman viel in 1786 reeds op, evenals een dergelijke overeenkomst bij het aanpalende goed Asinga: Grouw telde 71 stemdraagende plaatsen, waar onder weleer veele adelyke staten waren, op welke voor deezen, naar rang, jaarlyks het grietmans ampt viel: dus was in 1438 hier Asinga, wegens Asinga State, en op een anderen tyd Bokke Uthsma, wegens Uthsma State... waarvan de wier nog overig is, aldus de auteurs van de Tegenwoordige Staat. Inderdaad was in Jorerd Azyngha in 1438 grietman en medezegelaar van de oorkonde van oud-grietman Bocke Uthsma over het geschil met de Opsterlanders.
Van 7 februari 1517 tot 1541 was Dirck Freericxs grietman van Idaarderadeel en tot 1540 tevens van Utingeradeel. Hij woonde eerst te Wartena maar later op Oetsma State te Grouw.  In 1543 werd zijn zoon Feycko Dircxz grietman van Idaarderadeel die zijn vader opvolgde als eigenaar van de state.
In 1625 verkocht Idtscke Oenes Regnaerda, wed. van Tinco Andringa, Wtsma sate te Grouw aan Jantcke Jarichs. In 1640 was Oetsma 80 pondemaat groot (fl. 9-15-0) en eigendom van Leuwe Rollema, die het verpachtte. In 1698 was het gezamenlijk eigendom van de raadsheer Matthias van Vierssen en Hendricus Reecalff te Bergum, beiden uit naam van hun echtgenotes. Matthias van Vierssen is kort na 1698 overleden, want in 1700 wordt zijn weduwe als mede-eigenares vermeld. Pachter van de in 1700 bijna 30 hectare grote boerderij was Tjomme Tjeerds. In 1728 was het eigendom van de boerderij gelijk verdeeld tussen oud-raadsheer Johan Hendrik Schultens en de kinderen van ritmeester Johannes Poutsma. Gebruiker was toen Sjoerd Gabes. Volgens het Kadaster in 1832 was het eigendom van de erven van Gerben Bouwes die zich in 1811 naar de ‘state’ Oedsma had laten noemen.

De stinswier van Uthsma was in 1718 en 1786 nog aanwezig. Overigens was Uthsma toen, evenals Asinga en Kempama, een gewone boerderij.

Noten van P.N. Noomen:
(1) Aan Utsma in het noorden grenzend ligt Synia (Grouw SC6) en ten noorden daarvan Rippersma staete (SC5). Het eerste goed, Syengha gode en dat mynre Syengha goed daer by, was in 1455, het tweede, Ripperts guet dat leyt by Syngha, was in 1471 eigendom van de familie Rypkema. Rippersma werd in 1567 door Tinco Andringa van Oldeboorn gekocht, in 1640 was het eigendom van de grietman Andringa. Faber, "Birstum", 24-25; Schoustra, "Inkele toponymen", 11-12, 22. Zie Rypkema te Akkrum.
(2) GPCV, I, 650; Bakker, Toponymy Akkrum, 92. In 1606/1607 heette de sate de Moelenbergh: Mol, Friese huizen, 334.
(3) Zoals bijv. de Hottingazijl (Haringa te Aegum), Roptazijl (Nyenhuis Wynaldum), Getswerderzijl en de Makkumerzijlen. In 1477 nam de stad Leeuwarden het onderhoud van ondermeer Hottinga- en Keimpemazijl over.

Bewoners 1438 Bocke Uthsma (?)
1541 Dirck Freericxs
1543 Feycko Dircxz
tot 1625 Idtscke Oenes Regnaerda, wed. van Tinco Andringa
vanaf 1625 Jantcke Jarichs
1640 Leuwe Rollema eig. / Wybe Tjaerds gebr.
1698 echtgenotes van Matthias van Vierssen en Hendricus Reecalff
1728 Johan Hendrik Schultens en de kinderen van Johannes Poutsma
1832 erven Gerben Bouwes Oedsma

Huidige doeleinden Op het terrein staat nu een boerderij.
Opengesteld n.v.t.
Foto's
Bronnen Tekst: met toestemming van auteur P.N. Noomen overgenomen van www.hisgis.nl, tab "kaartlagen", keuze "Stinzen Fryslân". Die tekst is tevens gepubliceerd in "De Stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners", P.N. Noomen, Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2009
Kadastrale en prekadastrale atlas fan Fryslân 1640-1832
"Dit was Idaarderadeel", div. auteurs, 1983
Foto 1: de heer J. Leemburg