Van Sminiahuis te Leeuwarden

Ligging Het huis staat aan de Tweebaksmarkt nr. 36 In Leeuwarden.

Het Van Sminiahuis op 16 februari 2007

Ontstaan Onbekend; huidige pand gebouwd in 1739.
Geschiedenis Het herenhuis op Tweebaksmarkt 36 heeft één van de mooiste lijstgevels uit de eerste helft van de achttiende eeuw in Leeuwarden. En afgezien van de ramen, waarvan de roedenverdeling aan het begin van de negentiende eeuw in het toen modieuze Empire is veranderd, is die Lodewijk XIV-gevel met een royale trapstoep ervoor ook nog eens volledig gaaf. De gaafheid blijft hier gelukkig niet beperkt tot de façade; aanzienlijke delen van het interieur hebben de opeenvolgende bewoners eveneens overleefd.

De Lodewijk XIV-barok is door Daniël Marot vanuit Frankrijk naar Nederland overgebracht en door Marots leerling Anthony Coulon in Friesland en in het bijzonder Leeuwarden tot bloei gebracht. Er is ook al eens geopperd dat Coulon achter het ontwerp voor dit huis zou kunnen zitten. Wat het bouwjaar betreft kan het kloppen - uit archieven valt af te leiden dat het huis in 1739 moet zijn gebouwd en wel door Catharina van Sminia, weduwe van Gozewijn baron van Coehoorn. Het uit dieprode baksteen opgetrokken pand valt op door zijn brede gevel en detaillering. De gevel telt twee bouwlagen onder een schilddak en op een souterrain en is vier traveeën breed. De stoep met hek vormt een extra accent voor de in het tweede travee geplaatste ingangspartij, die een fraaie omlijsting en een lantaarn in het bovenlicht bezit. Behalve de deuromlijsting trekt de barokke kroonlijst de aandacht. Deze rust op vijf rijk-gesneden consoles voor een sobere paneellijst, die opvallen door het daarin verwerkte klassieke motief van acanthusbladen. De dakkajuit midden daarboven, met een segmentvormig fronton en eenvoudige wangen, benadrukt de asymmetrie in de gevel. De tuin in landschapsstijl aan de achterzijde is voor een historische binnenstad ongekend ruim van afmetingen. De bekende landschapsarchitect L.P. Roodbaard, schepper van vele romantische tuinontwerpen in Leeuwarden en bij talrijke buitenplaatsen in de provincie, heeft de tuin in 1842 un peu métamorphosé. Er lag overigens al eerder een zogenaamde Engelse tuin, welke in 1828 wordt genoemd. Roodbaards hand is thans nog vagelijk herkenbaar. Ooit stonden er twee tuinkoepels en een kas. De Tweebaksmarkt is altijd een aantrekkelijke woonlocatie geweest, zo schuin tegenover het (gesloopte) Landschapshuis, waar het bestuurlijk centrum van Friesland was gehuisvest. De voorganger van het huidige huis was dan ook vanaf in elk geval het begin van de achttiende eeuw bezit van voorname geslachten. Eigenaar in 1716 was de grietmansfamilie Van Glinstra. Deze familie woonde er echter niet zelf maar verhuurde het pand, dat opviel door de aanwezigheid van een gevelsteen met een bonte hond. Het huis dat Catharina van Sminia er na het overlijden van haar man in 1739 voor in de plaats liet neerzetten, zou ze bewonen tot haar dood in 1759. Daarna bleef haar familie eigenaar tot aan het begin van de negentiende eeuw. De erfgenamen verhuurden het aan voorname geslachten zoals de Van Wyckels en de Van Vierssens. Over het interieur van het huis is uit die tijd geen beschrijving bewaard gebleven. Toch kunnen we ons een beeld vormen van de indeling toentertijd, omdat deze beschreven staat in een koopakte uit 1828 en bovendien de huidige indeling nog voor een deel overeenkomt met de oorspronkelijke. In 1828 werd het pand eigendom van burgemeester Thijs Feenstra. Stadsarchitect Gerrit van der Wielen kocht het voor Feenstra aan, waarna nog eens ƒ 7510,= in een verbouwing werd gestoken. Denkelijk heeft Van der Wielen die verbouwing uitgevoerd. Het huis bevat(te) op de begane grond aan de voorkant een grote en een kleine kamer, aan weerszijden van de gang. Daarachter lagen een grote en een kleine tuinkamer. Boven bevonden zich aan de straat twee voorkamers en daarachter een zaal (voornaam vertrek) met drie ramen, een fraaie indeling. Verder waren er nog enkele kamers. Op de zolder en de vliering bevonden zich meerdere ruimten en de mangelkamer. Interessant is de vermelding van een kantoor dat Feenstra bij het beoefenen van zijn kassiersfirma nodig had. De kamers waren (en zijn) aangekleed met stucwerk, behang en houten betimmeringen en gemeubileerd met kostbare meubels waaronder veel van mahoniehout. Het voorname woonhuis werd in 1842 door de advocaat mr. Jan Bieruma Oosting, later eveneens burgemeester van Leeuwarden, aangekocht. Hij was zeer ingenomen met de ruime woning, waarbij de tuin hem in het bijzonder behaagde. Hij was ook degene die Roodbaard voor de herinrichting aantrok. Al na één jaar verwisselde Oosting echter het pand voor een nog ruimere woning. Nadien is het huis bewoond geweest door onder anderen mr. A. Bloembergen, advocaat en bekend geworden als gedeputeerde van Friesland en lid van de Eerste Kamer (eind vorige eeuw), de bekende arts W.F.J. Uffelie (begin van deze eeuw) en laatstelijk door makelaar J. Boomsma.
Bewoners 1739 – 1759 Catharina van Sminia
tot begin 19e eeuw fam. Van Sminia
1828 – 1842 Thijs Feenstra
1842 - ? mr. Jan Bieruma Oosting
mr. A. Bloembergen
W.F.J. Uffelie
Jan Boomsma
Huidige doeleinden De huidige doeleinden zijn mij niet bekend.
Opengesteld onbekend
Foto's
Bronnen Tekst: ” Seeckere voortreflijcke huijsinghen, voornaam wonen in Leeuwarden” 1997
Website van de Leeuwarder Historische Vereniging Aed Levwerd
Foto 1: Jan Leemburg