Stins bij Techumer sate te Goutum

Ligging Deze stins stond bij de Techumer State te Techum bij Goutum, gemeente Leeuwarden.
Ontstaan Deze stins wordt voor het eerst in 1569 genoemd.
Geschiedenis In 1451 wordt door Site Lousma haar testament opgesteld, waarin ze land to Teghum toewijst aan haar zoon Rienck Camstra (uit haar eerste huwelijk met Peter Camstra van Wirdum) en de kinderen uit haar tweede huwelijk met Peter Cammingha van Cambuur.
Vervolgens komen we in 1511 Bocke Gratinga alias Burmania tegen als eigenaar van een zate op Techum. Hij is getrouwd met Sitke Sitsesdr Camstra, een kleindochter van Rienck Camstra. Omdat deze Stins, State en zate geen naam had, is het niet met zekerheid te zeggen, maar waarschijnlijk gaat het hier om hetzelfde goed. Dit echtpaar woonde overigens op Unga State te Edens: De zate en de overige goederen worden al vanaf 1511 verpacht.

Het Techumer goed vererft via hun zoon dr Rienck Burmania op diens twee zonen Upcke en Jan. Jan woont in Schingen en sterft in 1570, terwijl zijn broer Upcke grietman van Langewold was. In 1568 geeft Upcke aan zijn broet Jan toestemming op de Techumer zate met toebehoren te verkopen.
Een jaar later wordt de helft gekocht door mr Jacob Roussel, raad in het Hof van Friesland. De omschrijving van het gekochte luidt: 'de helft van Techumer zate te Goutum, met die helft van het stens ende steen van dien en de helft van terplanden, fennen en meden, zowel oud- als nieuwland, leggende op't oest ende west van de Heerenwech ofte Hoegendyck, streckende van Leuwarden nae Sneeck'.

Het terpbuurtschap Techum komen we vanaf de 10e eeuw al in de archieven tegen. Het buurtschap bestond uit vier boerderijen, waarvan er n eigendom van de kerk was. Aan de hand van de belendingen kon worden vastgesteld dat deze Techumer zate de grootste zate van de overige drie was en de enige is die nu nog bestaat.
Van Jacobus Stellingwerf is een tekening bewaard gebleven uit 1722. Het bijschrift luidt: "onder Goutum, behoort den hr. ... Burmannia". Mogelijk betreft dit de hier besproken State. Op deze afbeelding zien we een eenvoudig omgracht huis van n woonlaag. Het bestond uit een torenachtige kamer, die onderkelderd was, en twee haaks op elkaar staande vleugels. De torenachtige kamer had een topgevel, die uitliep in een schoorsteen, met aan de ene zijde twee ramen en aan de andere zijde een schilddak.
En van de twee vleugels had twee schoorstenen en een regenwaterbak, terwijl de andere voorzien was van een deur en twee kleine ramen. Tegen het geheel was aan de rechterzijde een boerderij aangebouwd.
Bewoners
Huidige doeleinden
Opengesteld n.v.t.
Foto's
Bronnen Tekst: P.N. Noomen
P.N. Noomen, De stinzen in middeleeuws Friesland en hun bewoners, 2009
De website hisgis
P.N. Nomen: hartelijk dank voor alle informatie en het vele onderzoek!!